Home

Opinie: Europa kan radicaal-rechts niet meer negeren, maar ook niet normaliseren

Radicaal-rechts komt in steeds meer Europese landen aan de macht, en maakt nu al een belangrijk deel uit van het Europese Parlement. Maar partijen die met ze samenwerken en hun standpunten normaliseren, krijgen vroeger of later de rekening gepresenteerd.

Na de recente coalitieakkoorden in Nederland en Kroatië worden nu zeven EU-lidstaten geregeerd of gedoogd door radicaal-rechts. Dat kunnen er nog meer worden, met verkiezingen op komst in België en Bulgarije en voor het Europese Parlement. De oude tactiek om radicaal-rechts af te houden van de macht, het ‘cordon sanitaire’, is er niet in geslaagd om de opkomst ervan tegen te houden. Nu sommige politici openstaan voor nieuwe allianties aan de uiterst rechtse kant van het politieke spectrum, is de vraag: wat is de prijs van het normaliseren van radicaal-rechts?

Over de auteur
Rosa Balfour is directeur van Carnegie Europe en medeauteur van het rapport De invloed van radicaal-rechts op het buitenlandbeleid van de EU in kaart gebracht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

EU-voorzitter Ursula von der Leyen heeft geprobeerd om verdeeldheid te zaaien onder radicaal-rechts, door sommige regeringsleiders te paaien – met name de Italiaanse premier Giorgia Meloni – en andere juist te isoleren, zoals Viktor Orbán van Hongarije. De logica achter deze tactiek is helder. Verdeeldheid tussen de twee uiterst rechtse politieke groeperingen in het Europese Parlement, de Europese Conservatieven en Hervormers (ECH) en de groep Identiteit en Democratie (ID), is van cruciaal belang om een samenhangende agenda voor de volgende commissie veilig te stellen.

Wind uit de zeilen

Deze eerdergenoemde partijen zijn al verdeeld als het gaat om het steunen van Oekraïne en het opleggen van sancties aan Rusland, twee belangrijke prioriteiten onder EU-diplomaten. Soortgelijke scheidslijnen lopen door kwesties als de Navo en de Verenigde Staten, zoals blijkt uit een recent rapport van Carnegie Europe over het Europese radicaal-rechts en buitenlandbeleid.

Daarnaast heeft de volgende Commissie, die Von der Leyen graag weer wil voorzitten, een meerderheid nodig. En de vier grootste partijen links en rechts van het politieke midden, zijn daarvoor niet voldoende. Omdat ze het niet iedereen naar de zin kan maken, is haar tactiek gericht op de partijen die het waarschijnlijk wél eens zijn met haar prioriteiten.

De Europese Volkspartij (EVP), waartoe Von der Leyen behoort, is al geruime tijd aan het flirten met radicaal-rechts. Hetzij door sommige van hun punten over te nemen, hetzij door expliciet te spelen met het vormen van een alliantie met sommige van hen. Tenslotte was Orbáns partij Fidesz ook lid van de EVP, totdat Hongarije de liberaal-democratische principes liet varen, wat tot spanningen binnen de groep leidde. Er zijn wel degelijk raakvlakken tussen de ‘familiewaarden’ van Europees centrumrechts en de ultraconservatieve waarden van degenen verder op de rechterflank.

Ten slotte kan samenwerking met radicaal-rechts ze wat wind uit de zeilen nemen. De Finse coalitieregering van centrumrechts en radicaal-rechts, is gebaseerd op een zorgvuldig onderhandeld akkoord dat ervoor moet zorgen dat de continuïteit van Finlands Europabeleid gewaarborgd is. In Italië is Forza Italia onder leiderschap van Antonio Tajani wat meer naar het midden opgeschoven. Echter, waar populistische partijen met een weinig scherpomlijnde ideologie zich aanpassen, kunnen radicaal-rechtse partijen terugvallen op hun ideologische en electorale kern als ze bij verkiezingen worden afgestraft voor vrijages met het politieke midden.

Vuile handen

Aan normaliseren hangt een prijskaartje. Het beste voorbeeld daarvan is het Europese migratiebeleid. In een poging om de opkomst van radicaal-rechts tegen te gaan, heeft de EU in 2016 een migratiedeal gesloten met Turkije en meer recent met Tunesië, Egypte en andere landen – ongeacht de mensenrechtenomstandigheden in die landen. Von der Leyen heeft persoonlijk de openlijke diplomatie van Italië rond deze overeenkomsten ondersteund, en daarmee Meloni’s argument kracht bijgezet dat Italië, dankzij haar interventies, meer te zeggen heeft over de koers van Europa.

Deze deals hebben echter niets uitgehaald tegen de opkomst van nog extremere rechtse partijen. Ze hebben juist de weg vrijgemaakt voor een harder, ethisch discutabel migratiebeleid door grenscontroles aan te scherpen, ongewenste migranten vaker terug te sturen en door derde landen te betalen om migratie naar Europa tegen te houden – culminerend in het onlangs goedgekeurde Migratiepact.

Meloni zelf is daardoor een soort vehikel geworden voor de ambities van uiterst rechtse politieke groeperingen binnen de EU. Dat Meloni ogenschijnlijk erin is geslaagd om aandacht te krijgen van de Europese Commissie, heeft Marine Le Pen, leider van het radicaal-rechtse Rassemblement National, ertoe gebracht om haar partij te distantiëren van de Duitse Alternative für Deutschland en op zoek te gaan naar nieuwe allianties.

De normalisering volgt een bekend patroon, zoals al vaker aangetoond door politicologen als Cas Mudde en Jan Werner-Müller: centrumrechts maakt vuile handen in een poging om in te spelen op de eisen aan hun rechterzijde, zonder daarvan te profiteren bij de stembus. Het volgende beleidsterrein waar dit patroon zich ontvouwt, is het klimaatbeleid.

Uithollen van de rechtsstaat

Het migratiebeleid van de EU heeft het aanzien van Europa in de wereld geen goed gedaan. Beleid kan echter in principe worden teruggedraaid. Maar zodra er wordt gemorreld aan democratische instituties en processen, lopen de kosten van samenwerking met radicaal-rechts flink op.

De EU heeft wel middelen om aanvallen op de rechtsstaat in lidstaten te pareren, maar was traag met de inzet van die middelen in Hongarije in de jaren ’10 – toen Orbán de rechtsstaat begon te ontmantelen in zijn streven naar wat hij een ‘illiberale democratie’ noemt. Het valt te beargumenteren dat Orbáns lidmaatschap van de EVP een factor was die in de weg zat bij een snelle, stevige reactie om te voorkomen dat Hongarije op een democratisch hellend vlak belandde en een systematische spelbederver binnen de EU werd.

Het toenemend aantal regeringsexperimenten met radicaal-rechtse partijen kan een gevaar vormen voor democratische instituties. De regering van Italië heeft voorstellen tot grondwetswijzigingen gedaan, waarmee de uitvoerende macht meer zeggenschap krijgt ten koste van het parlement. Die veranderingen zouden ook het toezicht verzwakken van de president van de republiek, die de Italiaanse grondwet moet bewaken. Ze zouden er volgens juridische experts ook toe kunnen leiden dat het electoraat de macht van de regering minder goed kan inperken.

Het is de vraag of de EU-instellingen geneigd zullen zijn om de normen van de Europese democratie te monitoren, wanneer ze afhankelijk zijn van de politieke steun van een deel van radicaal-rechts. De ogen sluiten voor de uitholling van democratische normen, kan op korte termijn winst opleveren, maar op de langere termijn duur uitpakken.

Vertaling: Leo Reijnen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next