Home

Minister Piet Adema noemt de pulsvisserij geroutineerd ‘die puls’

Vlak voor het vragenuur begint, kijkt minister Piet Adema van Landbouw (CU) vertwijfeld de Kamer rond. Er zijn opmerkelijk weinig mensen aanwezig, en je ziet hem zich afvragen wie hem dan vragen zullen stellen. Hij richt zich op Laura Bromet (GL-PvdA), die wel in haar zetel zit en hem de afgelopen anderhalf jaar nogal vaak en nogal flink het vuur aan de schenen legde. ‘Heb jij nog wat vragen?’ zegt hij tegen Bromet vanaf zijn spreekgestoelte. ‘Want anders houdt het op, denk ik dan.’

En wellicht wil Adema wel helemaal niet dat het ophoudt. Kamervoorzitter Martin Bosma zinspeelt erop als hij de vergadering opent: ‘Misschien is het wel de laatste keer dat de minister hier zit, we weten het niet.’

Eline Vedder van het CDA heeft vragen over de pulsvisserij, die deze week bij nader inzien toch milieuvriendelijk is verklaard nadat hij eerder werd afgeschaft. ‘Hoe wrang en pijnlijk is dát?’ wil Vedder weten. ‘Ik voelde boosheid en frustratie, en ik ben niet eens visser.’

Dat Vedder dat er zo specifiek aan toevoegt, zegt iets. Het is immers de (voornaamste) taak van politici om zich boos en gefrustreerd te voelen namens mensen die ze zelf niet zijn.

Piet Adema blijkt zich onnodig zorgen te hebben hoeven maken over het aantal vragen: hij krijgt van Vedder en andere Kamerleden een boel vragen over de pulsvisserij, die hij zelf steeds geroutineerd ‘die puls’ noemt.

Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren stapt op een gegeven moment naar voren en komt met een kleine truth bomb. ‘We kunnen in onze discussie allerlei dodingstechnieken met elkaar vergelijken, maar het punt is: de vissen gaan dood.’ Volgens haar moeten we ‘niet nog meer technieken verzinnen om vissen te doden, maar de zee beschermen’.

Piet Adema is niet van dit punt gediend. Hij komt met een overtuiging die ik hem, in februari 2023, ook al eens heb horen poneren, toen in een net andere variant. Adema zei toen: ‘Ik vind het buitengewoon belangrijk dat wij op een dierwaardige manier omgaan met dieren. Die dieren zijn ons toevertrouwd.’ Nu komt hij weer met zo’n idee. ‘We mogen vissen gebruiken voor consumptie. En dan moet je vissen doden.’ De dieren zijn ons toevertrouwd en vissen mogen wij gebruiken voor consumptie. Door wie, dat vertelt het verhaal niet. Maar Adema lijkt er stevig in te geloven.

Hij gelooft ook ontzettend in de toekomst van de visserij, een toekomst waar hij zelf als minister waarschijnlijk part noch deel aan zal hebben. ‘Het kan zomaar zo zijn dat er volgend jaar een ophoging komt’, voorspelt hij mysterieus over de visquota.

Wim Meulenkamp (VVD) stelt voor dat Adema met andere Europese landen een ‘viscoalitie’ gaat vormen. Het klinkt als een vies gerecht, maar Adema droomt helemaal weg over die viscoalitie, alle landen die erin zouden zitten, de belangen die ze zouden behartigen, wat die landen allemaal vinden van visserij – Wim Meulenkamp zelf lijkt inmiddels afgehaakt, en de rest van de Kamer ook. ‘U pakt nog even uw momentje, voor de laatste keer’, zegt Martin Bosma uiteindelijk om Adema’s dromerige relaas af te breken.

Er is net wat tijd over om over de toename van heftige incidenten op middelbare scholen te debatteren. Of, zoals Aant Jelle Soepboer (NSC) het beeldend brengt: ‘Prostitutie op het toilet, steekpartijen achter het fietsenhok... Het is niet het script van een budgetfilm, maar de werkelijkheid op onze middelbare scholen.’

Patrick van der Hoeff (PVV) gaat naar de interruptiemicrofoon en geeft zijn mening, niet heel vloeiend van een blaadje opgelezen. ‘Tuig moet worden aangepakt’, vindt hij, en: ‘We moeten weer terug naar de rust en regelmaat van de jaren tachtig.’

De jaren tachtig?, denkt uw verslaggever. Rust en regelmaat, dat is toch meer jaren vijftig? Ze moet concluderen dat Van de Hoeff rust en regelmaat iets uit mooie, vervlogen tijden vindt. En dat zijn voor hem de jaren tachtig.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next