Zuid-Duitsland wordt sinds het weekend geplaagd door de grootste overstromingen in jaren. Tienduizenden hulpverleners zijn uitgerukt, sommige dorpen worden door zandzakken bij elkaar gehouden. Toch zeggen veel bewoners: ‘Hier is niet meer tegenop te bouwen.’
Zelden stond zo’n opgewekte figuur op een rampplek. Met de kolkende massa van de overstroomde rivier de Paar achter hem en de ondergelopen kelder van zijn moeder naast hem, steekt Sebastian (62) de loftrompet over de autoriteiten. Ze waren er meteen, in groten getale, zijn sindsdien niet meer weggegaan, en leveren top werk. Dat de boel dan toch ondergelopen is? Dat de fonkelnieuwe waterkering in zijn dorp al bij de eerste proeve te laag blijkt?
Over de auteur
Remco Andersen is correspondent Duitsland voor de Volkskrant. Hij woont in Berlijn. Eerder was hij correspondent in het Midden-Oosten.
‘Dat kun je niemand aanrekenen’, zegt Sebastian, die niet met achternaam online gevonden wil worden. ‘De waterkering in Manching is gebouwd op een overstroming die eens in de eeuw voorkomt, een ‘Jahrhundertfluss’. Maar ik denk dat dat woord aan inflatie onderhevig is.’
Het ruikt maandag naar jute en zweet in aan de rand van Manching, een dorp ruim 80 kilometer boven de Beierse hoofdstad München. Jute van de eindeloze hoeveelheid zandzakken, zweet van de militairen die ze in rap tempo de dijken op slingeren.
Manching wordt bij elkaar gehouden door die zandzakken. Zandzakken bij de tuintjes, zandzakken bij de garages, zandzakken bij de kelderramen, zandzakken op vorkheftrucks. Zelfs in de monden van twee neven in het trapgat van een overgelopen kelder. ‘Kunnen we hier nog iets doen?’ ‘Nee.’ ‘Kom, gaan we zandzakken vullen.’
Maar: het wordt bij elkaar gehouden.
De eerste waarschuwingen van de Deutsche Wetterdienst kwamen donderdag, na aanhoudende stortbuien boven de Alpen en het zuiden van Duitsland. De dagen erop veranderden doorgaans gemoedelijk kabbelende zijrivieren van de Donau in kolkende watermassa’s. Schmutter, Rottum, Zusam: met luid geraas wurmden ze zich door en over de dorpsstraten.
In Manching steeg de Paar van een beekje tot heuphoogte naar een modderstroom van bijna 4 meter hoog en meer dan 15 meter breed. Delen van de plaats werden geëvacueerd. Sinds maandagavond dreigt de machtige Donau zelf buiten haar oevers te treden.
Maandagavond om elf uur strijkt het blauwe schijnsel van politiezwaailichten over de witstenen huizen aan de Werftstraße, de eerste straat die wordt geëvacueerd in Regensburg, een stad met 150 duizend inwoners. Pal aan de Donau wandelen mensen met kleine stappen door de waterplassen, aan de hand een ratelende rolkoffer of een kat in een reismand. Ze zijn op weg naar vrienden of familie, verwachten dat het maar een nachtje zal zijn. Er is geen paniek, wel spanning. Tijd om te praten heeft niemand.
Het geratel wordt begeleid door het geronk van de waterpompen. Aluminium schotten voorkomen dat dit stadseilandje in de Donau onderloopt. De waterstand is op dat moment 6,11 meter. Water sijpelt langs de schotten en eronderdoor, elke paar meter staan pompen die het weer terug de Donau insturen. Het is net als in Manching: stutten en pompen, stutten en pompen. Totdat het waterpeil weer zakt.
Maar de volgende ochtend komt de zon alweer tevoorschijn tussen de wolken rond de majestueuze Regensburger kathedraal. Joggers rennen over de kade, hier en daar fotografeert een inwoner met een hond aan de lijn de kolkende Donau en het leger reddingswerkers. Zorgen?
Duitsland was voorbereid
Nee hoor, zegt Katharina Solzbacher (43), actrice, met een blik op het gebouw waarvan zij de eerste verdieping bewoont. Het pand ligt op de punt van een eiland tussen twee armen van de Donau, en het water komt tot halverwege de begane grond. ‘Dit gebeurt elke paar jaar. De mensen hier zijn het gewend. De begane grond wordt alleen gebruikt als werkplaats, garage en fietsenstalling. Die droogt wel weer op.’
Aan de rand van het water schuifelt de 93-jarige buurvrouw, naar wier familie dit deel van het eiland is vernoemd. Die wonen er al eeuwen, zegt Solzbacher. ‘Zonde van de plantenbakken hè, mevrouw Gareis? Nu moet u weer opnieuw beginnen.’
Ook hier niets dan waardering voor de hulpdiensten. Kijk maar naar de honderden zandzakken achter haar, zegt Solzbacher. Maandagavond kwam er een man ‘met een soort braadthermometer’ de dijk inspecteren, en in de nacht arriveerde een groep brandweermannen. In anderhalf uur werd het dreigende lek gedicht.
Duitsland was voorbereid. De afgelopen jaren hebben gemeenten en de deelstaat Beieren geïnvesteerd in bescherming tegen het water, zegt het Beierse hoofd van de rampenbestrijdingsorganisatie THW, Helge Voß, dinsdagochtend aan de kade in Regensburg.
Prioriteit gaat daarbij logischerwijs naar de grootste rivieren. Dijken zijn versterkt. Langs de Donau zijn polders vrijgemaakt voor overstromingen, de hulpdiensten hebben mensen en materialen voorbereid. Alleen al in Beieren zijn 24 duizend hulpverleners uitgerukt.
‘Tot nu toe houden de dijken langs de Donau het’, zegt Voß. ‘Maar als er één breekt, dan hebben we direct enorme schade. In Passau hebben we een bijzondere situatie. Daar komen de Donau, de Ilz, en de Inn samen. Die laatste stijgt nu ook snel, door zware onweersbuien stroomopwaarts in de Alpen afgelopen nacht. Daar hadden we niet op gerekend. Extreem weer wordt frequenter, en steeds intenser.’
Dus gingen er deze ochtend, opnieuw twintigduizend zandzakken richting Passau, een stad met vijftigduizend inwoners anderhalf uur stroomafwaarts van Regensburg.
Maar ook zandzakken hebben hun grenzen. Wie het steegje richting het 14de-eeuwse Passauer stadhuis afloopt, komt op de kasseien plots twee reddingsboten en een boze brandweerman tegen: Halt! Achter hem steekt een halve EU-verkiezingsposter van regeringspartij SPD boven het water uit, aan een verkeersbord op het ondergelopen stadhuisplein. De Donau heeft bezit genomen van dit stadsdeel.
Net boven de waterlinie leunt Peter Höltl uit een benedenraam van zijn Hotel Wilder Mann annex Glasmuseum Passau, het laatste gebouw op de hoek. Binnen blijkt een schier eindeloze doolhof van gangen en kamers de grootste historische collectie glas in Europa te bevatten, vijftienduizend stuks uit Beieren en omstreken, opgesteld in vitrines. Op een of andere manier herbergen de gewelfde ruimten ook nog 49 hotelkamers.
Maar die zijn leeg, sinds maandag het water binnenkwam. In de receptie beneden wijst Hötl naar het beschermingssysteem dan hij aanschafte na de laatste grote overstromingen, in 2013. Toen kwam het water tot de eerste verdieping, de schade liep in de honderdduizenden euro’s en het duurde vijf jaar voordat de muren weer waren opgedroogd. Dit keer houden op maat gemaakte aluminium schotten de Donau buiten. De metersdikke muren van het 13e-eeuwse pand doen de rest.
Maar kijk, zegt Höltl, knielend bij een van de talloze belletjes die opborrelen uit de granieten vloer: toch komt het water binnen. ‘De Donau staat minder hoog dan in 2013, maar het houdt veel langer aan. Als de Inn ook hoog staat, duwt die de Donau terug. Door de aanhoudende druk komt het grondwater omhoog.’
Een stuk of acht personeelsleden met wissers schuiven constant water langs de receptie richting de lift. In de lobby is het te ondiep, dus heeft Högl zijn pompen in de liftschacht gehangen. Van daar gaat de Donau via twee slangen door het raam weer naar buiten, hetzelfde raam van waaruit de hoteleigenaar even daarvoor de voortgang aanschouwde. Het werk moet constant doorgaan.
Sinds 2013 hebben ze in Passau veel gediscussieerd over een permanente bescherming tegen dit soort extreem hoogwater. ‘Maar de enige échte bescherming is een muur. En wie wil er nou een muur langs de rivier?’
Aan het begin van de dinsdagmiddag lijkt de Donau het hoogste punt gepasseerd. Een verse ploeg vegers komt zo deze aflossen. ‘Wij hebben hier in Passau altijd met het water geleefd’, zegt Höltl, terwijl zijn blik rond de halfduistere ruimte gaat. Uiteindelijk zal het weer zakken. Hij kijkt over zijn kleine bril en belooft: ‘aanstaande vrijdag zijn we weer open.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant