We brachten een paar dagen door op Vlieland, een uithoek waar je de zon nog onder ziet gaan op verlaten stranden. Ongeveer twaalfhonderd mensen wonen op het eiland, maar omdat er jaarlijks zo’n 220 duizend toeristen komen is het in de Dorpsstraat van het enige dorp nooit helemaal stil. Op de veerboot hoor je naast Nederlands vooral Duits en een beetje Frans. De toeristen verplaatsen zich hoofdzakelijk per elektrische fiets en in hun outdoor-verschijning zien ze eruit alsof ze op expeditie de elementen gaan trotseren. Omdat er de laatste tijd veel regen is gevallen, heeft zich op het eiland een jungle-achtige transformatie voorgedaan. Tussen al het uitbundige groen zijn er allerlei grillige meertjes gevormd, waarop honderden watervogels neerstrijken die je urenlang kunt volgen zonder je te vervelen.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wat opvalt, is dat bijna al het horecapersoneel uit het buitenland komt. Van heinde en verre hebben zij hun weg gevonden naar dit kleine Waddeneiland. In de hotels, restaurants en cafés laten Nederlanders zich graag bedienen door exoten uit de hele wereld. Nederlanders klompen binnen, hangen hun natte jassen over de stoelen, bestellen na lang bestuderen van de kaart toch maar koffie met appeltaart en verlaten daarna het pand met achterlating van een magere fooi, of dat niet eens. Als ik ze aanzie in hun vrijetijdskloffie, kost het geen moeite mij voor te stellen dat één op drie op Wilders heeft gestemd en dat de meesten van hen vinden dat er eindelijk een halt moet worden toegeroepen aan de massamigratie. Van het tafeltje naast ons valt een klodder slagroom op de grond en het personeel snelt toe om het op te ruimen.
Even verderop in de Dorpstraat worden we op een terras bediend door een vrolijk meisje. Ze blijkt uit Hongarije te komen en heeft al een beetje Nederlands geleerd. Ze vertelt voor Orbán te zijn gevlucht. ‘Die is bij grote groepen in ons land erg populair’, zeg ik.
Ze kijkt verbaasd. ‘Wonderlijk’, antwoordt ze.
Mijn gedachten gaan terug naar 1956, toen ik met mijn vader in de Cineac beelden zag van Russische tanks die Boedapest binnenreden om de Hongaarse opstand neer te slaan. Je zag ook hoe vluchtelingen uitgeput maar juichend de Oostenrijkse grens bereikten. Bij ons werden communisten uitgejouwd. In Felix Meritis, waar de redactie van de CPN-krant De Waarheid zetelde, sneuvelden met veel geraas de ramen. Tegelijkertijd werden acties opgezet om de vluchtelingen helpen. Er was zelfs een instantie, waar je een Hongaars weeskind kon adopteren. Wat een leed, arme Hongaren! Tegenwoordig is Hongarije het meest pro-Russische land van de Europese Unie en heeft Orbán het standbeeld van de omgebrachte vrijheidsheld Imre Nagy (1896-1958) naar een achterafplek laten verhuizen. Eveneens wonderlijk.
In mijn jeugd was Nederland een emigratieland. In dezelfde Cineac zag je Polygoon-beelden van volgeladen passagiersschepen, die door familieleden werden uitgezwaaid, terwijl zij afvoeren naar Canada, Australië of Nieuw-Zeeland. De socioloog Peter B. Hofstede (1924-2021) heeft nog onderzoek gedaan naar Nederlandse emigranten en kwam tot de conclusie dat zij in overgrote meerderheid uiterst conservatief waren. Zij scoorden hoog op de destijds populaire F-schaal, wat zou duiden op een autoritaire persoonlijkheid met een fascistoïde inslag. Avontuurlijk gingen Hollandse emigranten op weg naar een nieuw bestaan, maar nergens blijkt men zo aartsconservatief als in het Amerikaanse stadje Pella (Iowa), dat ooit werd gesticht door een Nederlandse dominee en waar iedere inwoner wel een Nederlandse voorvader heeft. De Bijbel is daar nog het enige boek en praktisch iedereen stemt op Trump.
In de loop der jaren is Nederland steeds meer een immigratieland geworden en je zou bijna denken dat de conservatieven die vroeger naar het buitenland vertrokken nu aan Nederland blijven haken. En aan het oude continent Europa. In zekere zin gebeurt juist het omgekeerde van wat met een beladen term ‘omvolking’ wordt genoemd, maar daardoor is het evenzeer begrijpelijk dat zij die hier zijn gebleven ook de meeste angst voelen dat hun plaats wordt ingenomen door een buitenlander. Trok de Nederlander er ooit op uit, eerst onder de vlag van de VOC en later onder de zware toeter van de emigratieschepen, tegenwoordig zit hij thuis en bekijkt de folder die vertelt met welke caravan je het best van camping naar camping kunt hoppen. Gelukkig vallen niet alle Hollandse waarden weg. Zo schrijft deze krant dat de aardappel, van bintje tot opperdoes, net zo voedzaam blijkt als rijst en pasta.
Als ik thuiskom van Vlieland, moet ik denken aan het gedicht van J.A. dèr Mouw: K ben Brahman. Maar we zitten zonder meid. Mijn lieve werkster (interieurverzorgster) is terug naar haar geboorteland Ghana. Ze zegt dat het zorgsysteem daar beter is. Als ik zelf de stofzuiger tevoorschijn haal, voel ik ‘éénzelfde adoratie branden voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant