Home

‘Als we in een stabiele wereld willen leven, zonder migratie, oorlogen en epidemieën, moeten we investeren in solidariteit’

Burkina Faso prijkt voor de tweede keer op de lijst van meest verwaarloosde ontheemdencrises in de wereld. Jan Egeland, directeur van de Norwegian Refugee Council, samensteller van de lijst: ‘In mijn vele jaren als ontwikkelingswerker heb ik nog niet eerder meegemaakt dat er zo’n disbalans is in onze aandacht en solidariteit.’

Water halen buiten de stad is als een ‘trip naar het mortuarium’. Zo omschrijft een vrouw in ­Djibo, een stad in het noorden van ­Burkina Faso, de levensgevaarlijke ­omstandigheden waarin zij en tienduizenden anderen verkeren. Terreurgroepen omsingelen de stad, hetzelfde gebeurt in tientallen andere steden in het land. Door deze blokkades is er een gebrek aan schoon drinkwater, voedsel, medicijnen – aan alles.

De vrouw deed haar verhaal vorige week tegen de Norwegian Refugee Council (NRC). De directeur van de Noorse hulporganisatie, voormalig topdiplomaat Jan Egeland, reisde de afgelopen dagen naar het noorden van het West-Afrikaanse land, waar het geweld het hevigst is. De Volkskrant sprak Egeland in de Senegalese hoofdstad Dakar. ‘Burkina Faso is het ergste van het ergste. Nergens ter wereld zijn zo veel mensen op drift geraakt, wordt er zo veel geleden, en wordt er tegelijkertijd zo weinig aan gedaan om de crisis te bezweren.’

Over de auteur
Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.

Burkina Faso staat bovenaan de lijst van meest verwaarloosde ontheemdencrises in de wereld, die NRC maandag presenteerde. De top-10 is samengesteld op basis van drie criteria: een gebrek aan hulpgeld, media-­aandacht en aan internationale initiatieven. Deze criteria worden afgezet tegen het aantal mensen in nood. ­Negen van de tien landen liggen in het Afrikaanse continent. Naast Bur­kina Faso prijken ook Niger en Mali hoog op de lijst: twee landen in de Sahel die kampen met extreem terreurgeweld en waar militaire regimes de afgelopen jaren de macht grepen.

Geweldsspiraal

De geweldsspiraal waar Burkina Faso zich sinds 2015 in bevindt, is steeds verder verergerd. Islamitische strijdgroepen, vaak gelieerd aan Al Qaida en Islamitische Staat, controleren grote delen van het land. Aanslagen op militaire posten en burgers nemen toe: vorig jaar kwamen meer dan 8.400 mensen om het leven, twee keer zo veel als een jaar eerder. Ook het leger, dat de strijd tegen terroristen sinds een dubbele staatsgreep in 2022 flink heeft opgevoerd, speelt een rol: aanvallen door het leger komen vaker voor. Daarbij vallen volgens mensenrechtenorganisaties ook burgerslachtoffers.

NRC-directeur Egeland en zijn collega’s zijn net terug uit Dori, 200 kilometer ten oosten van Djibo. Om de stad te bereiken, reisden ze per VN-­helikopter. ‘Je kan er alleen komen door te vliegen. Vanwege het geweld is over de weg reizen te gevaarlijk. Er zijn aan de lopende band aanslagen. We accepteren geen militaire escortes, want als hulporganisatie wil je neutraal en onafhankelijk blijven.’

‘In Dori leven tienduizenden mensen die hun uitgebrande dorpen hebben moeten ontvluchten. Ze zitten daar met weinig hulp, er is veel wanhoop. Er zijn veel weduwen met jonge kinderen. Hun echtgenoten zijn vermoord, het vee is gestolen.’

Waarom krijgt deze crisis zo weinig aandacht?

‘Allereerst: deze mensen zijn in Afrika. Negen van de tien meest verwaarloosde crises vinden plaats op het Afrikaanse continent. Meer dan de helft speelt in West-Afrika, drie crises voltrekken zich in de Sahel. Deze regio wordt nu volledig genegeerd. Voor een deel is dat omdat er militaire regimes aan de macht zijn, waardoor Europa veel ­diplomaten en ontwikkelingsgeld heeft teruggehaald. Anderen zijn er door de regimes uitgegooid.

‘Er is een diepe crisis uitgebroken tussen militaire regimes en de Europese donorlanden. Maar er zijn alsnog manieren om mensen te helpen. Je hoeft niet altijd via ministeries of regimes te werken. Mensen kunnen helpen via organisaties als de onze.

‘Het lijkt alsof het Westen bepaalde delen van de wereld opgeeft, zoals de Sahel. Dat is een grote fout. De jonge bevolking daar zegt: als er geen hoop is op een leven hier, dan reizen we naar het noorden. We gaan naar de Middellandse Zee, en die zullen we oversteken, want we kunnen de hoop op een beter leven niet opgeven.’

Spelen de Russische invasie van Oekraïne en de Israëlische bombardementen in Gaza ook een rol, in die zin dat ze de aandacht van het Westen afleiden?

‘Het klopt dat media meer aandacht hebben voor Oekraïne en Gaza, voor Trump en Taylor Swift. Ondertussen verslechtert de situatie in Burkina Faso, Soedan en de Democratische ­Republiek Congo. In de vele jaren als ontwikkelingswerker heb ik nog niet eerder meegemaakt dat er zo’n grote disbalans is in onze aandacht en solidariteit.’

Binnenkort zijn er Europese verkiezingen. In Nederland wordt een nieuw kabinet gevormd dat wil snijden in ontwikkelingssamenwerking. Hoe kijkt u daarnaar?

‘Het is erg zorgwekkend dat nationalistische en xenofobische tendensen Europa overnemen. Het is kortzichtig beleid. We hebben Nederland nodig als leider voor internationale solidariteit. Als we in een stabiele wereld willen leven, zonder ongecontroleerde migratie, eindeloze oorlogen en ­epidemieën, moeten we investeren in solidariteit. We hebben Nederland daarbij nodig als leider, en ook de ­Europese Unie, om daarbij het voortouw te nemen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next