Home

Laat er, van ons belastinggeld, vooral een vervolg komen op ‘Meisjes van de Goede Herder’

De documentaireserie Meisjes van de Goede Herder is een schoolvoorbeeld van een programma dat het belang bewijst van de publieke omroep. Aan de film over de treurige lotgevallen van talloze meisjes in kloosters is jarenlang gewerkt. Het verhaal over stelselmatige dwangarbeid, mishandeling en onverklaarbare sterfgevallen is diepgravend, aangrijpend, veelzijdig en spannend verteld. De door Britta Hosman geregisseerde serie is van zeldzame kwaliteit en kende ook voor haar geen voorspelbare afloop: welke commerciële zender zou zich aan zó’n ongewis avontuur willen verbinden? De publieke VPRO wél.

Gevallen meisjes heet de maandag uitgezonden eerste aflevering van vier – alle reeds te zien op NPO Start – over de 20 duizend Nederlandse meisjes (vanaf 11 jaar) die sinds 1860 zijn opgevangen in vijf kloosters. Meisjes afkomstig uit wat eufemistisch probleemgezinnen werden genoemd. Beter gezegd: situaties waarbij de ouders vrijwel altijd het (alcoholistische, mentaal gestoorde, gewelddadige) probleem waren en het kind slachtoffer, van verwaarlozing, mishandeling, seksueel misbruik.

Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.

Meisjes die moesten worden gered uit de klauwen van hun ouders werden vanaf 1860 – jaren zonder professionele opvang – ondergebracht bij de Goede Herder-congregatie, een wereldwijd katholiek netwerk. Een sober maar liefdevol thuis bij de nonnen zouden ze daar vinden, in werkelijkheid meestal een hardvochtige plek. Fysieke mishandeling, vrijheidsberoving, opsluiting in de isoleercel en dwangarbeid in wasserijen en naaiateliers waren enkele uitingen van hun inhumane bejegening. De sterftecijfers onder de kinderen waren twee tot vier keer hoger dan gemiddeld in Nederland.

Hosman volgt Lies, Roos en Joke, drie vrouwen die erkenning willen voor het leed dat hen bij de Goede Herder is aangedaan. Ze gaan met groot doorzettingsvermogen op zoek naar getuigen van en bewijzen voor de mishandelingen die ze hebben ondergaan. Zo staan ze aan de bron van het horrorverhaal dat opwelt uit wat leek op een troebele, voltooid verleden tijd. Hun groepje groeit uit tot een club van negentien die het verleden niet laat rusten en naar de rechter stapt om, gesteund door activistisch advocaat Liesbeth Zegveld, achterstallig loon op te eisen voor verleende dwangarbeid: een manier om erkenning voor hun leed te krijgen.

Of ze hun gelijk krijgen, is een van de cliffhangers waarmee Hosman de spanning opvoert. De vooruitwijzingen naar anonieme graven en een vergeten kloosterbegraafplaats vormen er ook een. Wat het verhaal evenwichtig maakt is dat de huidige directeur van de Goede Herder meewerkt aan de film. Gaandeweg trekt hij zich, na kennelijke empathie voor slachtoffers, terug in een fortificatie van verondersteld juridisch gelijk over verjaring. Zijn worsteling en de verharding die rechtszaken kenmerken, zijn prachtig in beeld gebracht. Net als de allerlaatste nog levende nonnen die, vermoedelijk met goede bedoelingen, hebben meegewerkt aan het schrikbewind.

De complete geschiedenis van de Goede Herder is na aflevering vier nog lang niet verteld. Laat Hosman met ‘ons belastinggeld’ vooral werken aan een vervolg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next