Home

Al eerder meldingen van mishandeling meisje bij Vlaardings pleeggezin: ‘De alarmbellen hadden moeten rinkelen’

Het 10-jarige meisje uit een pleeggezin in Vlaardingen dat inmiddels twee weken zwaargewond in het ziekenhuis ligt, is niet meer in direct levensgevaar. Haar toestand is nog wel zorgelijk. Het werpt de vraag op hoe scherp de controle is op veiligheid bij uit huis geplaatste kinderen.

Al snel na de plaatsing van haar twee dochters in een pleeggezin in Vlaardingen was het de biologische moeder duidelijk dat haar kinderen daar niet veilig waren. Vanaf mei 2022 meldde zij onder meer een aantal tekenen van mishandeling aan de jeugdbescherming William Schrikker, zeggen bronnen rond de familie. Daarbij had haar oudste dochter in haar omgeving meerdere keren verteld dat zij mishandeld werd.

Het roept de vraag op waarom er niet is ingegrepen, ondanks de vele signalen. Worden de ruim 15 duizend pleeggezinnen in Nederland wel voldoende gecontroleerd?

Op papier ziet het toezicht op pleegouders er solide uit. Vooraf moeten zij door een screening komen van de Raad voor de Kinderbescherming, die onder meer nagaat of ze eerder zijn veroordeeld of verdacht van bijvoorbeeld kindermishandeling. Eenmaal pleegouder vallen zij sinds tien jaar onder uitgebreide richtlijnen van ‘het kwaliteitskader pleegzorg’.

Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire

Dat schrijft voor dat een pleegzorgorganisatie minimaal eens per jaar spreekt met de pleegouders én met de kinderen, los van de pleegouders. Deze pleegzorgaanbieder is verantwoordelijk voor de geboden zorg aan de pleegkinderen. Daarnaast is er bij uit huis geplaatste kinderen een jeugdbeschermer betrokken, die verantwoordelijk is voor de veiligheid van het kind.

Deskundigen zeggen al langer dat in het huidige jeugdbeschermingsysteem te veel organisaties betrokken zijn en dat de stem van het kind vaak onvoldoende wordt gehoord. Dat lijkt ook in deze zaak het geval. De politie en de Inspectie Jeugd doen nu onderzoek naar waar het precies is misgegaan. Dit is wat tot nog toe bekend is.

Drugs

Het verhaal begon in 2018, toen een wijkagent zag dat de biologische moeder thuis drugs gebruikte. Er ontstond twijfel of ze haar toen 5-jarige dochter kon opvoeden – de zorg voor het kind kwam vooral op haar neer. Ruim twee jaar later kreeg ze nog een dochter. Nadat er ook signalen binnenkwamen van mishandeling binnen het gezin werden de meisjes in november 2021 met spoed uit huis geplaatst. En zo kwamen de twee kinderen in maart 2022 terecht bij de pleegouders in Vlaardingen.

Al snel daarna kreeg de biologische moeder het vermoeden dat de situatie bij dit pleeggezin onveilig was. Zij zag krassen en littekens en andere sporen van mishandeling bij haar oudste dochter, ook was haar haar opeens afgeschoren. Meerdere keren meldde ze dit aan de betrokken jeugdbeschermer, zegt een bron rond de familie, die deze apps heeft gezien.

William Schrikker had ook twijfels over het pleeggezin, zo blijkt uit een rechterlijk vonnis van december 2023. Eigenlijk wilde de jeugdbeschermer vorig jaar de oudste dochter overplaatsen naar een gezinshuis. Maar de organisatie trok dit verzoek in omdat andere betrokken partijen, de Raad voor de Kinderbescherming en pleegzorgorganisatie Enver, wél vertrouwen hadden in de pleegouders, ook al kwamen ze niet altijd hun afspraken na. ‘Liefdevol en zorgzaam voor het meisje’, zo omschreef de Raad de pleegouders toen, is te lezen in dit vonnis. Wel hebben ze veel last van ‘het wantrouwen’ van de biologische moeder.

Daarom wil de Raad dat de moeder uit het ouderlijk gezag wordt gezet, dat zou de ontwikkeling van het meisje goed doen. De rechter ging daar in mee en zo verloor de biologische moeder de zeggenschap over haar oudste dochter. Dat betekent dat dan de jeugdbeschermer als voogd van het meisje vanaf dan de belangrijke beslissingen over haar neemt.

Geen verzet tegen beslissing

De biologische moeder wilde het gezag niet kwijt, maar heeft zich niet zichtbaar verzet tegen de beslissing. Volgens een bron rond haar familie omdat ze bang was dat ze, als ze moeilijk ging doen, haar jongste dochter niet terug zou krijgen – dat meisje van 3,5 jaar woont sinds april weer officieel bij haar. Inmiddels zijn juristen bezig te onderzoeken of zij het gezag van haar oudste dochter weer kan terugkrijgen.

‘Op papier is de controle op veiligheid van uit huis geplaatste kinderen goed, maar in de praktijk kan er toch veel mis gaan omdat taken onvoldoende worden uitgevoerd’, reageert hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. De jeugdzorgdeskundige wijst er op dat als de biologische moeder geen ouderlijk gezag meer heeft, de voogd primair verantwoordelijk is. ‘Die heeft dan van de rechter de opdracht de veiligheid van de kinderen te waarborgen. De overheid heeft een zorgplicht.’

Te weinig pleeggezinnen

De problemen in de sector zijn bekend. Er zijn te weinig pleeggezinnen en er zijn te weinig jeugdbeschermers die daardoor vaak overbelast zijn. Dat zijn risicofactoren, constateerden de onderzoekers naar geweld in de jeugdzorg vijf jaar geleden al. De screening is niet optimaal en er is te weinig tijd om echt te praten met het kind, dat niet meteen het achterste van zijn tong zal laten zien, zeker als er veel verschillende hulpverleners zijn. Uit dit grootschalige onderzoek bleek dat vaker zorgelijke signalen niet werden opgepikt.

‘Een pleegkind is extreem kwetsbaar en durft zich vaak niet uit te spreken, het kan immers niet meer naar huis’, zegt Brüning. Daarom moet er volgens haar nu echt meer worden geïnvesteerd in het praten met de betrokken kinderen. ‘Zeker als er zulke signalen zijn van mishandeling, zou een jeugdbeschermer meteen in de auto moeten springen om het kind te gaan horen’, vindt Brüning. ‘Als een kind zich uitspreekt, moeten alle alarmbellen gaan rinkelen, want meestal zijn ze stil.’

Bij welke instanties de meldingen die het meisje heeft gedaan van mishandeling terecht zijn gekomen, wordt nog onderzocht. Maar de versnippering van het huidige systeem leidt zeker niet tot de benodigde daadkracht, denkt Brüning. ‘De jeugdbeschermer, die het vaak al heel druk heeft, kan minder tijd investeren in de situatie in pleeggezinnen omdat hij kan denken dat ook de pleegzorgorganisatie meekijkt. Dat kan een risico zijn, dat door de gedeelde verantwoordelijkheden professionals niet doorpakken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next