Aan het begin van het jaar woonden ruim 745.000 Europese burgers uit andere landen in Nederland, meldt statistiekbureau CBS. Dat is 4 procent van de Nederlandse bevolking. In 2014 waren dat er nog 360.000. Toen kwam 2,1 procent van de Nederlandse inwoners uit andere EU-lidstaten.
26 procent van de Europese migranten komt uit Polen. Daarna volgen migranten uit Duitsland (11 procent), Bulgarije en Italië (beide 8 procent).
Werk is volgens het CBS de belangrijkste reden voor Europese migranten om naar Nederland te komen. Burgers uit EU-landen hebben geen vergunning nodig om te kunnen werken in de andere Europese lidstaten.
Een groot deel van deze migranten woont tijdelijk in Nederland. Als voorbeeld geeft het CBS de cijfers van Europese migranten die in 2011 naar Nederland kwamen. Van deze groep woonde de helft maar drie jaar in Nederland. Na tien jaar was bijna drie kwart weer vertrokken.
Het CBS deelt in aanloop naar de Europese verkiezingen eind deze week ook een overzicht van het aantal Europese migranten in de andere lidstaten. Daaruit blijkt dat in Luxemburg relatief gezien de meeste mensen met een andere EU-nationaliteit wonen. Die groep vormt 37 procent van de totale Luxemburgse bevolking.
Op grote afstand van Luxemburg volgen Cyprus (waar 10,1 procent van de bevolking uit andere EU-landen komt), Oostenrijk (9,5 procent) en België (8,4 procent). Nederland staat in die lijst op de negende plaats.
In Polen, Roemenië, Bulgarije, Litouwen en Letland is het aandeel van Europese migranten in de bevolking het kleinst. Daar vormen deze migranten maximaal 0,4 procent van de bevolking.
Source: Nu.nl algemeen