Home

De riff, een van de bouwstenen van de pop, is bezig aan een comeback: minder mannelijk en minder hoekig

De riff, handelsmerk van het woensdag spelende AC/DC, heeft het de laatste jaren moeilijk. Toch gloort er hoop voor het muzikale betonblok, mede dankzij Olivia Rodrigo.

Drie akkoorden, als drie stompen op je gezicht. En daartussen een paar glinsterende hoge noten, die als glasscherven voor je voeten vallen. Een van de beroemdste rockriffs uit de muziekgeschiedenis, uit de klassieker Back in Black van AC/DC, heeft een morbide randje en doet dus ook een beetje pijn. Waarschijnlijk kwam de riff ook om die reden zo hard binnen destijds, en eigenlijk nog steeds.

De Australische gitaarbroers Malcolm en Angus Young bedachten het meesterwerkje in 1980, vlak na de dood van hun vriend Bon Scott. De zanger van AC/DC had de ongezonde gewoonte voor iedere show een paar pakken coke én speed weg te spoelen met twee flessen bourbon, zou Angus Young later onthullen. Dat liep natuurlijk niet goed af: Bon Scott overleed na het verschijnen van het zesde AC/DC-album Highway to Hell (1979) aan een alcoholvergiftiging. En het schreeuwende boegbeeld liet ook zijn band voor dood achter.

We zetten even een romantische bril op en stellen ons Malcolm en Angus Young voor in hun oefenruimte, een paar weken na de uitvaart. Ze zitten tegenover elkaar met nog natte ogen, de gitaren op schoot. En vooruit, om het nog mooier te maken: op een omgekeerd kratje bier. ‘Wat doen we?’, vragen ze elkaar. ‘Stoppen of doorgaan?’

Doorgaan dus. Malcolm speelt drie rammende akkoorden op zijn Gibson met de bijnaam ‘het beest’. Hij kapt de galm van de snaren gelijk af met zijn slaghand, om het nog ernstiger te maken. Zijn broer Angus laat er intussen wat snerpende snaren doorheen kringelen, om de ritmische aanslagen van Malcolm aan elkaar te verbinden. Back in Black is geboren.

De AC/DC-riff staat met het ene been in het duister en het andere in het licht: de grauwende akkoorden van Malcolm eren de dode vriend, die aan smerige rock-’n-roll is overleden. Maar de jubelende ‘fills’ of opvullers van Angus vieren het nieuwe leven. We zijn terug, zeggen ze. Maar wel in het zwart. Back in Black.

Stalen kabel

De riff is de oerkreet van de popmuziek, het strakke openingsstatement van elk liedje dat iets te vertellen wil hebben. Want de riff zet een liedje neer in een paar rake, ritmische klappen, en dat liedje én de luisteraar komen daarna niet meer onder die drie of vier akkoorden uit.

De riff loopt als een rode draad – of beter gezegd: een stalen kabel – door de geschiedenis van de popmuziek. Vanaf de muzikale oertijd, toen de bluegrass en de blues ontwaakten, worden liedjes opgetrokken uit dat basale maar onverwoestbare bouwblok. De riffs zweepten eerst de rock-’n-roll vooruit, daarna de rock en natuurlijk de heavy metal, de punk en de hardcore. En de grunge, niet te vergeten: denk alleen aan het openingssalvo van Smells Like Teen Spirit van Nirvana en voel de nekharen overeind schieten.

Maar de laatste jaren heeft de riff het moeilijk. In de ramvolle afspeellijsten vol ‘nieuwe muziek’ op de streamingdiensten is nog maar een enkele lauwe riff te bespeuren, tussen heel veel bassen en beats, ‘vibende’ ritmes, sensuele r&b en singer-songwritersgepingel op de piano of de akoestische gitaar. Hoe komt dat eigenlijk? En komt het nog goed?

In de jaren zeventig en tachtig was de riff het pronkstuk van de pop, want sterk, stoer, catchy, vuig en rock-’n-roll. Maar het imago is nu, en al een jaar of tien, stukken minder florissant. De riff roept heel andere vooroordelen op; simpel, lomp, hoekig, oude mannen, AC/DC. En dat is zeer onterecht.

Over het ontstaan van het woord ‘riff’ doen mooie verhalen de ronde. Een onbewezen theorie luidt dat ene Rufus Riff vroeg in de vorige eeuw bluegrassliedjes uit zijn Dobro-gitaar liet brullen, met een paar ritmische aanslagen die er een bozige jingle van maakten. Het is waarschijnlijk pure folklore. Een aannemelijker verklaring is dat het woord een samentrekking is van de woorden ‘ritmische figuur’, of een vervorming van het woord ‘refrein’.

Riff, lick, leitmotif

In de klassieke muziek bestaat ook een soort riff. Daar heet de herkenningsmelodie die door een muziekstuk vloeit een motief, of een ‘leitmotif’. De riff is bovendien een onmisbaar onderdeel van weer een heel andere muzikale stroming: de jazz. Daar gaat de riff ongeveer vanaf de bebop en Charlie Parker (1920-1955) door het leven als een ‘lick’.

De handvol strakke, melodieuze noten aan het begin van een jazztune hadden dezelfde functie als de riff in de rock: ze tekenden de route uit waarlangs iedere solist kon improviseren wat hij wilde, áls hij of zij er maar weer naar terugkeerde, na alle uiteenzettingen op de sax, de piano of de trompet.

Veelzeggend is de anekdote over de allergrootste riff uit de popgeschiedenis. We durven de stelling aan: dat is uiteraard het uit drie gitaarnoten gehouwen gitaarintro van Satisfaction, van The Rolling Stones. In zijn biografie Life uit 2010 zegt gitarist Keith Richards dat hij de extreem simpele maar belachelijk effectieve riff schreef in zijn slaap. Hij had per ongeluk een draaiende bandrecorder naast zijn bed staan en toen hij de tape de volgende dag afspeelde hoorde hij dat hij de gitaarlick slaapwandelend had ingespeeld met een akoestische gitaar. ‘Daarna hoorde ik veertig minuten gesnurk.’

Maar Richards wilde de riff daarna eigenlijk laten spelen door koperblazers. Want hij dacht aan de dwingende, melodieuze intro’s uit de soul van Otis Redding, die ook vaak door stomende saxen werd aangeblazen. Richards en Mick Jagger besloten later (gelukkig) anders, maar het verhaal zegt iets over de herkomst van de riff, die helemaal niet zo onlosmakelijk met de rock en de gitaren was verbonden.

Dankzij het werk van Richards en Jagger, die hun muziek ‘leenden’ van zwarte legenden als Muddy Waters en Chuck Berry, kwam de riff toch terecht bij de rock. De riff werd een beetje wit, mannelijk ook. En een machomiddel om erg heavy mee te doen. De hardrock en de heavy metal werden opgetrokken uit de riff, dankzij het pionierswerk van Tony Iommi van Black Sabbath, die de akkoorden naar beneden liet afbuigen en er zo sinistere bijklanken aan onttrok, in bijvoorbeeld het héél masculiene Iron Man.

Minder vierkant

Misschien verdween de riff als allesoverheersend muziekmiddel, en als ideaal startpunt van elke song, daarom een beetje uit de pop van de afgelopen jaren. Want die veranderde totaal, vooral vanaf de jaren tien. De pop werd juist wat minder mannelijk, minder stoer en daadkrachtig en vooral ook minder vierkant.

Het afgelopen decennium voltrok zich een muziekrevolutie, die reggaeton en afrobeats tot de grootste popgenres van de wereld maakte. En die muzikale stijlen komen veel meer voort uit een vibe, en een buigzaam levensgevoel. De liedjes worden vaak gedragen door bassen en beats, veel meer dan door een gitaar die er even drie akkoorden uit smijt. En componisten en liedschrijvers van nu zitten nu eenmaal vaker achter de muzieksoftware dan met een gitaar op schoot.

En je kunt als liedschrijver natuurlijk op meer manieren aan je songs en composities komen – waarom moet altijd dat ene bandlid dat graag hard op die gitaar rost je liedje domineren? De subtielere singer-songwriter laat een liedje vaak opbloeien uit een tekst, of uit een meanderende piano- of gitaarmelodie. Het is gevoeliger, veel minder dwingend en kan om die reden misschien ook dieper graven.

Een eenduidige muziektheoretische verklaring over de teloorgang van de riff bestaat niet, maar misschien trok het gitaarding zich om bovengenoemde redenen, en dus een complex aan artistieke én maatschappelijke ontwikkelingen, wat terug uit de mainstreampop. Zeker, hij bestaat nog, maar een beetje verscholen in de ruige rock- en metalrandjes van de popmuziek.

Toch gaf de riff zich niet zomaar gewonnen. Zelfs in de hiphop kwam hij af en toe nog om de hoek kijken, bijvoorbeeld in de kraker Yeah! van Usher. De drie snijdende noten in het intro kwamen niet van een gitaar maar van een synthesizer, maar dat maakte de rockende kracht er niet minder om. En met een beetje fantasie hoor je zelfs een riff in het stuiterende begin van het beste reggaetonnummer aller tijden: Gasolina, van Daddy Yankee. De riff verstopt zich vaker onder een laptop of een keyboard: de wereldhits As It Was van Harry Styles en Blinding Lights van The Weeknd beginnen er feitelijk ook mee, en smeken om een hard rockende cover.

En de laatste jaren gloort er nog meer hoop voor de riffminnende muziekmens. In de heel jonge Amerikaans hiphop is een stroming ontstaan die flirt met de gitaren en zich laat inspireren door bijvoorbeeld de punkliedjes van Blink-182. Rappers als KennyHoopla en Machine Gun Kelly grijpen terug naar de rockriff alsof het 1978 is. En vrouwelijke popartiesten als Beabadoobee en Willow Smith laten hun liedjes opstomen naast zoemende versterkers.

Maar de grootste aanjager van de riffrevival is Olivia Rodrigo. De zangeres (21) is een van de grootste Amerikaanse popsterren van het moment. En zij laat een generatie aan piepjonge gen Z-fans kennismaken met ruige en lekker stekelige gitaarriffjes, in liedjes als Good 4 U, Brutal en nog veel meer.

Vorige week klapte een uitverkochte Ziggo Dome twee avonden uit elkaar, en stonden meiden van 12 tot 16 jaar te vuistpompen op bijvoorbeeld het nummer All-American Bitch, met een raspend akkoordenschema dat uit het werk van de punkband The Offspring leek ontsnapt. Dat we dit nog mochten meemaken.

Rodrigo groeide op in een rockend gezin, met een metalhead als moeder. De gitaarriff was ook een bouwsteen voor Rodrigo’s leven: ze vertelde eens dat ze vaak wakker werd gemaakt met keiharde deathmetal en Motörhead. In haar werk probeert ze nu het ingeslapen riffje, waarvan zij zelf dus niet kon slapen, weer tot leven te wekken. Het rockende gitaarintro van haar nummer Brutal bijvoorbeeld werd rechtstreeks gekopieerd uit het geweldige Pump It Up van Elvis Costello, uit 1979: een nummer dat dankzij die scherpe punkriff nog altijd staat als een huis.

Geen jatwerk, vond Costello desgevraagd, maar een mooi eerbetoon aan muziek met rauwe en ongecompliceerde gitaarkracht, die natuurlijk nooit mag verdwijnen.

AC/DC speelt op 5 juni in de Johan Cruijff Arena in Amsterdam. De tickets zijn uitverkocht.

Riffband

AC/DC is een echte riffband: vrijwel elke nummer wordt aangedreven door een hoekig gitaarintro van de broers Angus en Malcolm Young, van Hells Bells tot Thunderstruck en Whole Lotta Rosie. Malcolm Young overleed in 2017. Zijn gitaarrol in AC/DC wordt bij de show van woensdag overgenomen door zijn piepjonge neef Stevie Young (67).

Riffend door de popgeschiedenis

Charlie Parker – Now’s the Time

De korte, melodieuze saxstoten van Charlie Parker aan het begin van Now’s the Time (1945) vormen een riff pur sang, waarop nog vele riffs zouden voortborduren. Het korte, ritmische en voor altijd tussen de oren hangende intro vormt een raamwerk voor de hele tune. De klassieke Parker-lick zou later als melodie opduiken in de rock-’n-roll-hit The Hucklebuck, bekend in de uitvoering van Chubby Checker.

Chuck Berry – Johnny B. Goode

Chuck Berry schreef een van de grootste pophits uit de geschiedenis over zichzelf, een jongen die gitaar speelde alsof hij ‘bellen deed rinkelen’. De jengelende gitaarriff is uniek, bepaald niet simpel of basaal maar juist virtuoos, en kan worden gezien als een van de oerknallen van de moderne muziek. Keith Richards van The Rolling Stones zoog het werk van Berry in zich op en ging ermee aan de haal. De rest is rockgeschiedenis.

Deep Purple – Smoke on the Water

Het grootste riffcliché in de gitaarmuziek is het ploegende akkoordentrio van Deep Purple’s Smoke on the Water. Iedereen kon het spelen, al na een week gitaarles, en gitaarverkopers werden gek van het riffje, dat elke klant er even uit wilde smijten om een gitaar of versterker mee te testen. Maar dankzij de riff van gitarist Ritchie Blackmore, die zich liet inspireren door de Vijfde symfonie van Beethoven, grepen na 1972 miljoenen rockfans de gitaar. Om zelf ook dit soort riffjes te kunnen bedenken.

Eminem – Lose Yourself

Rap en riffs gaan niet samen? Natuurlijk wel. De combinatie van rock en hiphop riep in de jaren negentig een heel genre in het leven: de inmiddels verguisde raprock – denk aan het monumentale Walk This Way van Run DMC en Aerosmith. Maar subtieler, en daardoor misschien wel krachtiger, is de riff vol suspense van Eminems Lose Yourself. De oplopende woede in het nummer loopt gelijk op met het gortdroge gespeelde akkoord in D-mineur.

Daft Punk – Da Funk

Weer een bewijs dat een riff helemaal niet uit een gitaar hoeft te komen. De snerende, zuigende synth uit de track Da Funk van de Franse danceband Daft Punk sleept een zalig dancerocknummer uit het vuur. Volgens Thomas Bangalter van Daft Punk had zijn band zich bij deze moddervette synthriff laten inspireren door de hiphopvariant van de G-funk, die weer was ingefluisterd door de funk uit de jaren zeventig, die óók al door riffjes werd gedragen.

Selena Gomez – Slow Down

Ver voor Olivia Rodrigo adopteerde zangeres Selena Gomez al een riffje, als welkome gast op haar feestje van vlotte pop en r&b. Prachtig, hoe dit ritmische en funky gitaarslagwerk met latingevoel het hele nummer een onweerstaanbare energie geeft, en zelfs de dansvloer op duwt. De riff ondersteunt ook de tekst en dat maakt het nog sterker. ‘Now that I have captured your attention, I wanna steal you for a rhythm intervention’, zingt Gomez.

Pip Blom – Babies Are a Lie

Het riffje van Pip Blom, in haar heerlijke indieliedje Babies Are a Lie, is beslist geen stomp in je gezicht. Blom laat een gitaar zachte en haast kabbelende akkoorden vloeien langs de droge noten van een tweede gitaar, een beetje zoals Keith Richards dat deed in de wat minder hard rockende, soulvolle Stones-liedjes. Toch draagt ook dit relaxte topriffje het hele nummer, van het bezwerende begin tot het toch nog behoorlijk rockende einde.

Olivia Rodrigo – Brutal

Plagiaat, of inspiratie? Hoe het ook zij: Olivia Rodrigo brengt de riff terug naar de hoogste regionen van de mainstreampop. Haar nummer Brutal is opgebouwd uit een riff van Elvis Costello, uit zijn nummer Pump It Up uit 1979. De Engelse punkgrootheid had geen moeite met het eerbetoon van Rodrigo, liet hij zich ontvallen op X. ‘Dit is hoe rock-’n-roll werkt’, schreef hij. ‘Je raapt de scherven op van iets wat vroeger een sensatie was en maakt er iets nieuws van. Dat is wat ik ook deed.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next