De beelden staan in mijn geheugen gegrift. Een warme zomermiddag in Gori, de Georgische garnizoensstad die op het punt stond overrompeld te worden door oprukkende Russen. Zo snel mogelijk hadden we ons naar Georgië gehaast toen daar in augustus 2008 oorlog uitbrak. Na minder dan een week ongelijke strijd, zagen we nu een chaotisch terugtrekkend Georgisch leger aan ons voorbijtrekken. Sommigen in legertrucks, velen ook rennend. Soms richtten ze een grimmige blik op het handjevol journalisten dat nog in Gori was en hun vernederende terugtocht aanschouwde. Niet lang daarna daalde een stilte over de stad en vertrokken de laatste journalisten die dag in twee volgepakte hatchbacks waar armen en benen en camera’s uitstaken. Richting Tbilisi.
Op die weg was het prijsschieten voor Russische gevechtsvliegtuigen op het terugtrekkende leger. We passeerden pas uitgebrande wrakken en een legervoertuig dat in brand stond en waar soldaten uit probeerden te klauteren. De hoofdstad Tbilisi was een dik uur rijden, maar deze angstige tocht duurde langer. Bij de entree van de stad stonden geen verdedigingswerken, er heerste paniek. Verderop waren de cafés gewoon open, maar de stad was in de greep van angst en onzekerheid: hoever zouden de Russen oprukken?
Ik moet eraan terugdenken nu de huidige Georgische regering een kopie van een Russische wet heeft aangenomen die het land afdrijft van een vrije samenleving en van de EU. Het is alsof de in Rusland rijk geworden oligarch Ivanisjvili de sleutels van het land – met een strik eromheen – overhandigt aan Poetin. Het is het jongste hoofdstuk in een jarenlang, decennialang durend hybride gevecht tussen Moskou en ‘zijn’ na de instorting van het Sovjetrijk ‘verloren’ gebieden.
Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daarbij won uiteindelijk vaak de wil van de mensen die daar wonen en die, net als ooit de Algerijnen, Congolezen of Indonesiërs het recht claimen hun eigen keuzes te maken. Maar die strijd om vrijheid is een zeer taai gevecht in sommige delen van het voormalige Sovjetrijk, dat lang kan duren. Georgië is zo’n voorbeeld. Toen de gevechten voorbij waren, maar Russische militairen nog grote delen van het land bezetten, hoorden we van ze hoe jaloers ze waren op de Georgische kazernes. Eén zo’n moderne ‘Navo-kazerne’ bezocht ik nadat zij compleet geplunderd was: alles wat los en vast zat – een middeleeuws spektakel.
Een jaar na de oorlog sprak ik Edoeard Sjevardnadze, de man die als minister van Buitenlandse Zaken de rechterhand van Gorbatsjov was in de laatste dagen van de Sovjet-Unie. Maar ook een Georgiër die altijd had geweten dat het rijk ooit in zou storten, ‘al dacht ik dat het tien jaar later zou gebeuren’. Als president van Georgië werd hij later weggevaagd in de ‘Rozenrevolutie’ en maakte hij plaats voor de jonge, meer onbesuisde Michail Saakasjvili. Sjevardnadze verklaarde de tegenstellingen met Rusland vanuit het koloniale verleden. ‘Georgië was meer dan honderd jaar een Russische kolonie, met alle gevolgen van dien.’
We zijn vijftien jaar later en het getouwtrek gaat nog altijd door. Zeker is dat Poetin erop gebrand is de klok terug te draaien; een futiele ambitie waar andere oud-koloniale machten over kunnen meepraten. Niet alleen in Oekraïne, ook in Moldavië, Georgië, en natuurlijk in Belarus, waar dictator Loekasjenko zélf bruut ingreep (na consultatie met Moskou) na de grootste vreedzame protesten die het land in tijden had gezien.
Toen Poetins invasieleger in februari 2022 Oekraïne binnentrok, schreef ik dat hij een nieuw ijzeren gordijn liet neerdalen, ‘waarvan de grenzen worden getekend in bloed’. Maar niet alleen in bloed, álle dwangmiddelen zijn geoorloofd. Inmiddels begint bij ons door te dringen hoe lang deze strijd al bezig is, hoeveel ‘fronten’ er zijn en hoe Moskou poogt ook onze vrije samenlevingen te ondermijnen.
‘Het is onmogelijk om met Rusland te vechten, daarvoor is het een te grote macht’, zei Sjevardnadze. Maar wat als ze massaal binnenvallen en een terreurregime installeren in veroverd gebied? Europa zocht die strijd niet, maar kan er niet voor weglopen. Uiteindelijk strijdt Poetin een koloniaal achterhoedegevecht dat hij gedoemd is te verliezen – maar over de taaiheid van dat gevecht hoeft niemand zich meer illusies te maken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns