Home

Samen zouden we daar liggen, urenlang, luisterend naar het ruisen van de zee

Van een afstand zag ik haar liggen. Eventjes twijfelde ik of het toch niet een grote zak met vuilnis was, of een aangespoelde boomstronk. Maar toen ze bewoog, wist ik het. Ze lag met haar buik op het harde zand, dicht tegen de branding en keek naar het schone, witte schuim van de brekende golven voor haar. Toen ik in de buurt kwam, keerde ze haar kop in mijn richting en, terwijl ik zo rustig mogelijk langs haar liep, draaide ze haar grote, vormloze grijze lijf schuddend en waggelend, tot ze parallel aan de zee lag. Ze slaakte een harde zucht (een groet!) stak haar kop vooruit en bleef me even aankijken. Daarna legde ze haar kop weer op het zand en sloot haar ogen.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Kon ik maar naast haar gaan liggen, op dat harde, dragende zand, voeten in de branding en mijn hoofd rustend op haar lijf. Haar vacht, grijs met zwarte vlekken, zou zacht maar stevig zijn en warm van de zon. Ik zou de kleine, korte haren op mijn wang voelen en misschien wel haar hart horen kloppen. Samen zouden we daar liggen, urenlang, luisterend naar het ruisen van de zee, ogen gesloten, tot de zon weg zou zijn en de honger haar de zee in zou drijven en de kou mij naar huis. Uiteraard deed ik dat niet, want ik ben niet helemaal gek.

Toen ik even later terugkwam, lag ze nog steeds op dezelfde plek. Een vrouw die haar hond aan het uitlaten was, sprak me aan. Of het normaal was dat hier een zeehond op het strand lag. ‘Ja hoor’, zei ik, ‘waarschijnlijk rust ze gewoon even uit en gaat ze straks weer verder.’ Een tiental meters verderop stuitte ik op een andere vrouw, wier hond bovenmatige interesse vertoonde in de zeehond (mijn zeehond). Ook zij had hier nog nooit een zeehond gezien. Ik legde weer uit dat het heel normaal was (inmiddels was ik Lenie ’t Hart).

‘Maar is hij niet zijn kudde kwijt?’, vroeg ze. Nu was ik niet meer Lenie ’t Hart, want ik had geen antwoord op die vraag. Pas later las ik dat zeehonden solitaire dieren zijn en niet alleen dat: ze zijn het grootste roofdier van Nederland, staan bovenaan de voedselketen van de zee. Hun grootste vijand is, tromgeroffel, de mens. Waarom? Waarschijnlijk omdat we haar ooit haalichoerus grypus hebben genoemd, wat zoveel betekent als ‘zeevarken met haakneus’.

Zeehonden zitten niet te wachten op nieuwsgierige landhonden, zoveel wist ik nog wel. Dus dat zei ik tegen de vrouw, die vervolgens haar hond bij zich riep. Ik wenste haar een fijne dag en liep weer verder. Mijn grote, grijze, vriendin lag nog in de branding en laafde zich aan de zon. Pas later bedacht ik dat ik was vergeten om nog één keer achterom te kijken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next