Het Eindhovense KMWE ziet als toeleverancier van het snelgroeiende ASML de orders binnenstromen. Al levert dat ook een probleem op: technisch personeel ligt niet voor het oprapen.
Een karretje dat lijkt op een logge robotstofzuiger zoeft geheel zelfstandig door de fabriekshal. Zijn lading lijkt op een verzameling uit de kluiten gewassen boorkoppen. Raak ze aan en je vinger ligt open, waarschuwt Edward Voncken, ceo van KMWE.
De bestemming is een van de 75 zogeheten verspaanmachines van het Eindhovense bedrijf. Verspanen, dat is de kunst van het weghalen: KMWE houwt complexe machineonderdelen uit massieve blokken aluminium, staal en titanium.
Als een mechanische beeldhouwer gaat een voorgeprogrammeerde robotarm het metaal te lijf. Een constante stortvloed van water, aangelengd met een soort smeerolie, zorgt voor verkoeling en voorkomt slijtage van het vlijmscherpe gereedschap. Schilfertjes verwijderd metaal verzamelen zich in een bak naast het apparaat.
De robot maakt zo bijvoorbeeld componenten voor passagiers- en gevechtsvliegtuigen, van kleppen die de cabinedruk regelen tot delen van motoren. ‘Ga je op reis met een vliegtuig, dan zitten er onderdelen van ons in’, zegt Voncken (58). Zijn bedrijf maakt op deze manier ook onderdelen van medische apparaten, zoals röntgenscanners. En honderden verschillende bouwstenen voor de chipmachines van ASML, de grootste klant.
Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie.
KMWE bevindt zich midden in het ecosysteem van technologiebedrijven dat Brainport Eindhoven is gedoopt. In 2019 verhuisde het bedrijf naar de nieuwe Brainport Industries Campus, een groen gebouw met veel glas vlakbij het vliegveld van Eindhoven. Hoewel er zo’n vijftig techbedrijven uit binnen- en buitenland zitten, neemt KMWE bijna de helft van het vloeroppervlak in.
Ben je bij een Eindhovens techbedrijf, dan is Philips nooit ver weg. KMWE is niet anders. Het werd in de jaren vijftig opgericht door Philips-medewerkers. ‘Die werkten van acht tot vier in de machinefabriek, en verdienden dan wat bij door na werktijd te klussen in hun eigen schuur’, legt Voncken uit. ‘Daar hadden ze een draai- en een freesbankje staan waar ze wat extra onderdelen mee maakten die ze weer aan Philips leverden. Bij een aantal van hen liep dit zo goed, dat ze een eigen bedrijfje begonnen.’
Ook Voncken, werktuigbouwkundige en sinds 2007 de baas van KMWE, begon zijn loopbaan bij Philips. Pal buiten zijn kantoor staat een boekenkast vol in leer gebonden boeken waarop het Philips-logo prijkt. Meegekomen toen KMWE tien jaar geleden een bedrijfsonderdeel van Philips overnam dat vliegtuigonderdelen bouwt. Er staat een schat aan kennis over de fijne kneepjes van het lassen, buigen en frezen in de boeken, waarvan de oudste uit 1937 stammen. Of ze ook nog weleens worden opengeslagen? ‘Dat gebeurt natuurlijk maar beperkt’, lacht de topman. ‘Maar het voelde zonde om al die kennis weg te gooien.’
Tegenwoordig wordt Eindhoven gedomineerd door een andere techmoloch, ASML − al komt ook die weer voort uit Philips. De lithografiemachines van ASML etsen met lasers extreem fijnmazige lijntjes in laagjes silica, de zogeheten wafers, die worden uitgesneden en opgestapeld om er computerchips van te maken. Een technologisch hoogstandje, dat ASML nooit zou kunnen volbrengen zonder zijn toeleveranciers.
‘Dit is een tafel waarmee de wafers razendsnel onder de machines van ASML heen en weer worden bewogen’, zegt Voncken. Hij wijst naar een blok titanium van ongeveer een vierkante meter, dat oogt als een metalen miniatuurlandschap vol torentjes en ravijnen. Het kostte bijna tweehonderd uur om dit te maken. Bij ASML zal het geheel worden volgehangen met draden, motoren en koelelementen.
Waar nodig monteren medewerkers in blauwe pakken en met haarnetjes de onderdelen af in een cleanroom, waar een zoemend afzuigsysteem vrijwel alle stof uit de lucht haalt. Eén klein haartje van een Eindhovense werknemer kan in een Taiwanese of Amerikaanse fabriek al tot mismaakte chips leiden.
Veelzeggend voor de groei van de Eindhovense maakindustrie is dat de Brainport Industries Campus, waarin KMWE huist, pas een eerste gebouw is. De bouw van nummer twee start naar verwachting volgend jaar. In de jaren daarna staan in de buurt nog een derde, vierde en vijfde op de planning. Die zijn bedoeld voor ASML, dat hier nog eens ruim 20 duizend medewerkers extra aan de slag wil hebben. Een compleet dorp aan werknemers erbij, dus.
Dat belooft weer extra klussen voor KMWE, al zit er een potentiële kink in de kabel. Net als de hele Nederlandse technologiesector kampt het met een personeelstekort. ‘Wij zoeken de echte vaklieden. Maar wie kan er nog goed lassen, wie kan er nog goed verspanen, wie kan nog echt dingen maken?’, aldus Voncken. ‘En wie kan de berekeningen uitvoeren om te zorgen dat een robotarm doet wat hij moet doen, in drie dimensies? Die mensen moeten we zelf opleiden.’
Het bedrijf heeft een speciale fabrieksruimte waar leerlingen met de machines leren omgaan, in samenwerking met ROC’s en hogescholen. Dat het gebouw van de Brainport Industries Campus grotendeels met glas is bedekt, is geen toeval, legt Voncken uit: dat moet openheid uitstralen. Van buiten zie je de verspaanmachines boren en bikken.
Binnen krijgen schoolklassen rondleidingen, begroet door de aanblik van nadrukkelijk in het oog springende robots en 3D-printers van verschillende bedrijven. Alles om maar uit te stralen: hier gebeuren gave dingen, wees welkom.
De explosieve groei van ASML stuwt de omzet van KMWE tot grote hoogten, tegelijkertijd hebben ook zijn werknemers moeite om betaalbare woningen te vinden door de influx van goedbetaalde expats van onder meer ASML. Het maakt het aantrekken van personeel er niet makkelijker op, zegt Voncken. Hij hoopt op verlichting door de 2,5 miljard euro die de Nederlandse overheid in het vooruitzicht heeft gesteld in het kader van ‘project Beethoven’, om onder meer huizen en wegen te bouwen rondom Eindhoven.
Zelf verwacht hij veel van automatisering. Zo moet het gereedschap over een paar jaar niet alleen met een robotkarretje worden rondgereden, maar ook met een robotarm in de machines worden aangebracht. Bovendien, denkt hij, is het verspanen van solide blokken metaal grotendeels te vervangen met 3D-printen van gesmolten metaalpoeder. KMWE heeft al een aantal van zulke printers in huis. ‘Die staan drie, vier dagen onbemand te produceren’, aldus Voncken. ‘En je blijft niet zitten met die bakken vol metaalschilfers.’
Waar: Eindhoven
Sinds: 1955
Aantal werknemers: 1.000
Jaaromzet 2023: 170 miljoen euro
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant