Home

Meer dood dan levend, verslaafden zijn er steeds slechter aan toe: ‘Ze zijn volledig van de wereld’

Verslaafder, lichamelijk uitgeput en soms zelfs meer dood dan levend. Bij de Amsterdamse verslavingskliniek Jellinek komen de patiënten in steeds slechtere toestand binnen. Wat is er aan de hand? ‘Deze patiënt leeft nog wel, maar dat is eigenlijk toeval.’

‘Forse vervuiling in huis. Overal urine. Meneer at alleen nog toast met mayonaise.’ Op zachte toon leest verslavingsarts Jelmer Weijs voor wat er op zijn computerscherm staat. ‘Meneer bestelde voorheen online boodschappen, maar dat lukte niet meer. Hij ging daarom gisteren naar buiten. Buurtbewoners vonden hem liggend, schokkend, op de grond en belden de ambulance.’

Weijs is een vrolijke verschijning. Hij draagt een kleurrijk hawaiishirt en drinkt zijn thee uit een mok met eenhoorns en regenbogen. Want, is zijn overtuiging: op deze werkplek moet je zelf vrolijkheid en optimisme meebrengen.

Maar nu valt de verslavingsarts stil. Dit bericht raakt hem. Hij voelt zich ‘moreel verantwoordelijk’. ‘Deze patiënt leeft nog wel, maar dat is eigenlijk toeval. Het had niet zover hoeven komen.’

Over de auteur
Elsbeth Stoker is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken. . 

De verslavingsarts zit samen met verpleegkundige Friso Steekstra in een kantoortje van de Amsterdamse High Care Detox-afdeling van Jellinek, de kliniek waar zwaar verslaafden kunnen ‘detoxen’. Allebei turen ze naar het computerscherm, met daarop de spoedlijst. Oftewel: de patiënten die eigenlijk binnen 24 tot 48 uur opgenomen zouden moeten worden.

Vandaag staan er negen mensen op. Zo is er een veertiger die ‘bloed braakt, tien halve liters bier per dag drinkt, cocaïne snuift en nauwelijks meer kan eten’, een zestiger ‘die de hele dag voor het raam zit, soms door zijn benen zakt en dagelijks drie flessen wijn drinkt’ en een GHB-verslaafde ‘die tot een paar dagen geleden in coma op de intensive care lag’.

Het zijn mensen die lichamelijk op zijn. Krijgen deze patiënten niet op tijd hulp, dan dreigen ze te overlijden. Alleen: Weijs heeft vandaag geen enkel bed te vergeven. Alle kamers in de verslavingskliniek zitten vol. Dat gebeurt steeds vaker. En, voegt de verslavingsarts toe, ‘de spoedlijst wordt steeds langer’.

Gillende sirenes

Verslaafder, en soms zelfs meer dood dan levend. Volgens Jellinek, een verslavingszorginstelling met locaties in Amsterdam, Utrecht, het Gooi en Amersfoort, glijden verslaafden steeds verder af voor ze hulp krijgen. Het is een ontwikkeling die ook door anderen herkend wordt, zoals door verslavingszorginstelling Brijder die actief is in Noord- en Zuid-Holland. ‘En we zien het ook bij verslaafde daklozen op straat’, zegt Martijn van Leerdam van de Rotterdamse Pauluskerk.

Hadden de artsen en verpleegkundigen voorheen nauwelijks rolstoelen en rollators nodig om patiënten te ondersteunen, nu worden ze bij de Amsterdamse Jellinekkliniek dagelijks gebruikt. Duurde een gemiddelde detox van bijvoorbeeld alcohol voorheen zeven dagen, nu zijn patiënten tien tot veertien dagen bezig met het afkicken. Werd vroeger één keer per maand de ambulance gebeld omdat het afkicken te zwaar was voor het verslaafde lichaam, nu gaan patiënten één of twee keer per week met gillende sirenes naar het ziekenhuis omdat hun hart, lever of nieren ermee op dreigen te houden. ‘En vorige week zelfs bijna elke dag’, zegt verslavingsarts Weijs.

Volgens Kim ten Katen, psychiater en directeur behandelzaken van Jellinek, is het een geleidelijke ontwikkeling geweest. ‘We zien de zorgzwaarte toenemen. En we weten niet precies waarom.’

Niet vijf maar twee flessen wijn

‘Meneer had zichzelf bevuild, er kwam dronkenmanspraat uit, maar hij was er beter aan toe dan gisteren’, zegt Hjalmar Hansen, verslavingsarts van het zogenoemde Jellinek Outreachend Team. Hij is samen met zijn collega’s op pad in Amsterdam. Want de artsen proberen patiënten die in crisis verkeren maar voor wie nog geen bed beschikbaar is, wél in de gaten te houden.

Zojuist is hij bij een zeventiger langs geweest. De ‘oude baas’ drinkt al sinds zijn 14de. Om de vier maanden wordt hij opgenomen ‘voor een time-out-detox’, om te voorkomen dat hij aan zijn ziekte overlijdt. ‘Veel mensen zien verslaving niet als ziekte’, zegt Hansen. ‘Maar dat is het wel. Er is niemand die op zijn 14de bedenkt: ik ga vijf flessen wijn per dag drinken, zorgen dat mijn tanden uitvallen en een leven in de marge leiden. Deze man kán niet meer anders.’

Gisteren trof Hansen hem hevig trillend aan in zijn woning. De patiënt had geen geld meer en was cold turkey gestopt met drinken. ‘Dat is gevaarlijk voor zijn lichaam.’ Het liefst had de verslavingsarts hem meteen naar de High Care Detox-afdeling gestuurd. Maar daar was geen plek. En ook op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis zaten ze niet op hem te wachten. ‘Het risico is dat hij in een delier terechtkomt. Dat kan blijvende schade opleveren aan de hersenen.’ Daarom bezocht hij de zeventiger zojuist thuis opnieuw.

‘Het klinkt gek, maar ik heb hem gisteren geadviseerd om juist weer te gaan drinken. Niet zijn gebruikelijke vijf flessen per dag, maar twee. Dat moet genoeg zijn om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan, en is voor hem te weinig om stomdronken te worden.’ Tevreden constateert Hansen dat de man ‘geld heeft kunnen lenen om wijn te kopen’. Al heeft hij wel drie flessen gekocht in plaats van de geadviseerde twee. ‘Als het goed is, is er morgen een bed voor hem op de High Care Detox. Dan kan hij onder toezicht detoxen.’

Flitsbezorging

Ook verslavingsarts Hansen merkt dat patiënten steeds verder afglijden voordat ze hulp krijgen. Net als zijn collega’s heeft hij geen eenduidige verklaring voor deze trend. Hij vermoedt dat het deels komt door ‘de verharding van de maatschappij, mensen hebben minder oog voor elkaar’. Wat ook niet geholpen heeft, is de opkomst van de flitsbezorgers. ‘Vroeger moesten alcoholisten nog naar de supermarkt. Nu kunnen ze de alcohol thuis laten bezorgen en valt het niemand meer op dat hun kleding vol pisvlekken zit en dat ze al hun decorum verloren zijn.’

Maar er lijken meer factoren te zijn voor de toegenomen zorgzwaarte. Zo ziet Jellinek steeds meer ernstig verslaafde, dakloze Oost-Europeanen. Het zijn mensen die aanvankelijk als arbeidsmigrant naar hier zijn gekomen, maar na verlies van hun baan op straat zijn beland. ‘Een paar jaar geleden hadden we in Amsterdam jaarlijks vijf dakloze Oost-Europeanen in behandeling, inmiddels zijn er meer dan honderd aanmeldingen per jaar. Die kunnen we niet allemaal behandelen’, zegt Jellinek-psychiater Ten Katen. ‘Het is sowieso een groep die lastig te helpen is, omdat ze onverzekerd zijn. Ze hebben vrijwel nergens recht op, zelfs niet op nachtopvang.’

Normaliter proberen hulpverleners personen met een ernstige verslaving te verleiden tot een behandeling, voegt Wilko Lenten, verpleegkundige van het Outreachend Team, toe. ‘We proberen perspectief te bieden, zeggen dat afkicken helpt, dat we behandeltrajecten hebben en dagbesteding kunnen regelen.’ Maar, vervolgt hij, door bezuinigingen, gebrek aan opvangplekken en wachtlijsten kunnen hij en zijn collega’s de ‘normale’ verslaafden al minder perspectief bieden, laat staan onverzekerde Oost-Europeanen, of andere ongedocumenteerden. ‘Zij komen alleen in aanmerking voor een crisisopname als het levensbedreigend is, maar niet voor een behandeltraject daarna om blijvend van hun verslaving af te komen.’

Crack nieuwe stijl

En er is nog iets wat de hulpverleners zorgen baart. Op straat en in parken zien ze steeds vaker dat er openlijk basecoke wordt gebruikt, oftewel crack, een drugs die gerookt wordt. Het Trimbos Instituut doet, samen met stichting Mainline, momenteel onderzoek naar het gebruik van heroïne en basecoke. De laatste keer dat hiernaar onderzoek werd gedaan was in 2012. Daarom wordt het nu herhaald, bovendien kregen de onderzoekers signalen dat met name het gebruik van basecoke was toegenomen.

‘Kijk je bijvoorbeeld in het Amsterdamse Oosterpark, dan zie je het overal’, zegt een ambulant behandelaar die vanwege zijn vertrouwensband met deze cliënten anoniem wil blijven. Basecoke wordt al een tijdje ‘gepusht’ door de dealers, zegt hij. Het is goedkoop, en hij en zijn collega's hebben de indruk dat de samenstelling van de drug veranderd is. ‘Degenen die het gebruiken zijn volledig van de wereld, voelen zich minder geremd. Ze gebruiken het openlijk’, voegt zijn collega Lenten toe. Konden hij en zijn collega’s voorheen tussen de ‘flashes’ door nog wel een gesprek voeren met deze gebruikers, nu is dat haast onmogelijk. ‘Hun gedrag is heel vluchtig, ze zijn afhoudend.’

‘Detoxen is topsport’

Rauwe ellende, dat is uiteindelijk voor veel verslaafden het resultaat, constateert verslavingsarts Jelmer Weijs. Daarom probeert hij het op de High Care Detox-afdeling vrolijk te houden. Laatst nog heeft hij samen met de andere artsen in een verloren half uurtje eieren voor de patiënten gebakken. ‘En toen er voetbal op tv was, hebben we bitterballen in de airfryer gegooid.’

En ook nu maakt hij op opgewekte toon een ronde langs de patiënten. In de gemeenschappelijke ruimte zitten enkelen op de bank tv te kijken, een ander maakt in de keuken de lunch klaar.

‘Ik durfde vannacht bijna niet te slapen’, zegt een van hen meteen als hij Weijs ziet. ‘Ik had het zo benauwd, mijn slokdarm doet zo’n pijn en ik kan moeilijk slikken.’

‘Ik kan je helaas geen nieuwe slokdarm geven’, antwoordt de arts.

‘O, dat is jammer’, reageert de man, ‘ik had gedacht dat jij wel een stukje van jouw slokdarm zou kunnen missen.’

Weijs: ‘Ik vrees dat we die van jou alleen met medicatie kunnen proberen te repareren. Probeer het rustig aan te doen, want je weet: detoxen is topsport.’

Dat weet ook Wim (gefingeerde naam) als geen ander. Hij was zo’n patiënt die onlangs nog ‘half tot driekwart dood’ binnenkwam. ‘Dat hebben ze me verteld, ja, mijn hart dreigde ermee op te houden.’ De zestiger, met grijze krullen en wit trainingspak, staat in de gezamenlijke ruimte. Maar zijn verhaal vertelt hij liefst alleen op zijn kamer, een sobere ruimte met een tafel, bed, kast en aansluitende badkamer.

Al sinds de jaren negentig kampt de voormalig accountant met verslavingen. En hoewel het hem meerdere malen lukte om jaren achtereen clean te blijven, greep hij uiteindelijk toch telkens weer naar de cocaïne en het bier. ‘Als je verslaafd bent geweest, blijft elke dag een strijd, ook als je al jaren niks meer hebt gebruikt.’

De laatste terugval was in het najaar van 2021. ‘Achteraf om een hele stomme reden. Ik had een presentatie van mijn werk de dag erna, er was veel lawaai bij de buren. Ik kon niet slapen, was gestrest. Toen ben ik naar de avondwinkel gegaan en heb ik drie halve liters bier gekocht. Daarna ben ik eigenlijk niet meer gestopt met drinken.’

Doodswens

Inmiddels is Wim alles kwijt: zijn baan, zijn huis, zijn geld. Het laatste jaar sliep hij op straat en bedelde hij. ‘Ik dronk van dat hele zware bier, met 12 procent. De hele dag door, als je het omrekent naar wijn dan waren het zeven flessen per dag.’ Begin dit jaar werd hij beroofd. ‘Mijn telefoon, pinpas en ID-kaart, allemaal weg.’ In dezelfde periode overleed bovendien zijn vriendin, die verslaafd was aan basecoke. ‘Toen dacht ik: het hoeft niet meer. Ik had een doodswens. Uiteindelijk hebben omstanders de ambulance gebeld.’

Wim kijkt met een verloren blik om zich heen. Een paar dagen geleden lag hij nog in deze kamer te ‘detoxen’. ‘De eerste dagen zijn vreselijk, een gevecht. Je slaapt nauwelijks, je gedachten zijn all over the place en je ligt continu te baden in het zweet.’

Nu gaat het beter. Maar nog steeds kan hij niet bevatten wat hij allemaal is kwijtgeraakt en hoe het zover is gekomen. De paar spullen die in deze kamer liggen, is alles wat hij nog heeft. ‘Toen mijn huis ontruimd werd, is alles verdwenen.’ Warm krijgt hij het ervan, als hij eraan denkt. Maar, stelt hij met een glimlach: ‘Ik heb wel hoop. Ik ben echt gemotiveerd er nu weer wat van te maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next