Joost Bommeljé is 100 jaar. Hoe kijkt deze erudiete uitgever en boekhandelaar terug op de eeuw die achter hem ligt?
Joost Bommeljé zit bij binnenkomst aan zijn bureau, met aan de wand een grote ingelijste fotocollage van zijn grote liefde Anneke, met wie hij zeventig jaar samen is geweest. De 100-jarige oud-eigenaar van boekhandel-uitgeverij Bijleveld in Utrecht, is ter voorbereiding van het interview in zijn archieven gedoken. Op zijn bureau liggen plastic mapjes met documenten klaar, waaronder brieven van de dichter Henriëtte Roland Holst en jurist Clara Wichmann aan zijn moeder. Zij was bevriend met deze geëngageerde socialistische schrijvers, die zich begin vorige eeuw, evenals zij, inzetten voor een betere positie voor arbeiders en vrouwen. ‘Waarde geestverwant’, luidt de aanhef van een brief van Roland Holst aan Bommeljés moeder.
Het rijke levensverhaal en de ideeënwereld van de erudiete Joost Bommeljé is nauw verweven met het wel en wee van boekhandel en uitgeverij Bijleveld, die hij in 1965 van zijn vader overnam, en dus met ontwikkelingen in sociologie, psychologie en filosofie. Het sinds 1865 zelfstandige familiebedrijf is een unicum in boekenland. Inmiddels zwaait een van zijn zoons er de scepter.
In wat voor milieu bent u opgegroeid?
‘Een van idealisten en tegenstrevers. Mijn vader stond in Utrecht bekend als ‘de man in de lantaarnpaal’. Zo hield hij toespraken over het pacifisme, en werd dan door agenten naar beneden getrokken. Hij schreef ook vlugschriften en brochures, dat waren begin vorige eeuw de middelen om mensen politiek bewust te maken. In 1916 was hij als jongen van net 17 jaar uit Goes naar Utrecht gegaan en verdiende daar zijn brood als jongste bediende bij boekhandel-uitgeverij Bijleveld, die hij in 1928 zou overnemen.
‘In Utrecht leerde hij geestverwante progressieve denkers kennen, zoals de voorman van de Bond van Christen-Socialisten, Bart de Ligt, en Kees Boeke (pedagoog en onderwijshervormer, red.). In die maatschappijkritische omgeving leerde hij ook zijn latere vrouw kennen, mijn moeder. Zij was werkzaam in het onderwijs en werd later assistent van Henriëtte Roland Holst. De opvatting dat vrouwen meer rechten en vrijheden moesten krijgen, leefde sterk bij mijn ouders.
‘Pacifisme en het streven naar verheffing was de basis van mijn opvoeding. Mijn vader is als uitgever begonnen met de opbouw van een links-intellectueel en pacifistisch fonds. In 1929 was hij de eerste buiten Duitsland die Im Westen nichts Neues van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque in vertaling uitgaf. Van het westelijk front geen nieuws werd in Nederland een megaseller. De uitgeverij heeft dit meesterwerk nog steeds in druk – met de Bijbel is het de langstlopende titel in Nederland. Al de tweede dag van de Duitse bezetting in mei 1940 vielen Duitse soldaten Bijleveld binnen om alle voorraden van dit boek in beslag te nemen – zo bang waren ze voor de invloed van dit anti-oorlogsverhaal.
‘Maar je vroeg naar mijn jeugd. Ik had een onbezorgde kindertijd in Utrecht. Wel herinner ik me dat mijn vriendje Tom van zijn vader niet meer bij ons in de zandbak mocht spelen, omdat wij ‘communisten’ zouden zijn. Onze moeders huilden erom. We waren helemaal geen communisten, hoogstens anarcho-socialisten, en die werden juist door de communisten als eersten in de rug geschoten, zoals tijdens de Spaanse Burgeroorlog.’
Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is u met de paplepel ingegoten, heeft dat effect gehad op de levens van uw moeder en uw vrouw?
‘In de praktijk kwam er weinig van terecht in het Nederland van destijds. Het ellendige was bijvoorbeeld dat als een vrouw trouwde, zij van de wet niet meer bij de overheid mocht werken, en veel bedrijven deden daaraan mee. Mijn vrouw Anneke had psychologie gestudeerd en een hoogleraar had haar op het oog als assistent op de universiteit, maar dat kon niet omdat we trouwden. Nadat in 1956 de Wet handelingsonbekwaamheid was afgeschaft voor vrouwen, kon ze alsnog aan de slag bij de Kinderbescherming, wat ze 25 jaar is blijven doen, ook in leidinggevende functies.’
Wilde uw vrouw wel trouwen, gezien de gevolgen voor haar loopbaan?
‘Het ging ineens heel vlug. Anneke raakte onbedoeld zwanger, want de periodieke onthouding bleek niet te werken. We gingen voor advies naar de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, waar iedereen in linkse kringen lid van was. Er waren twee mogelijkheden: abortus of trouwen. Abortus wilden we niet; in onze studententijd hadden we gezien hoe vrouwen die met breinaalden hadden geprobeerd hun zwangerschap te beëindigen – abortuszorg was er nog niet – op karretjes in het ziekenhuis doodbloedden. Aan deze drama’s kwam pas een einde toen er abortusklinieken kwamen. Anneke wilde heel graag kinderen, dus was de keuze patsboem gemaakt: we gaan trouwen.
‘Anneke leerde ik kennen in Utrecht, waar ik bij mijn vader was komen werken na wat studiejaren in Amsterdam en als loopjongen bij uitgeverij De Bezige Bij aan het boekenvak te hebben geroken. Ze was zeer belezen en het was allicht onder haar invloed dat ik het later aandurfde Simone de Beauvoirs grote studie Le deuxième sexe uit te geven als De tweede sekse. Anneke was zeker ook een inspiratie bij uitgaven als Het misverstand vrouw van Betty Friedan en De mythe van de moederliefde van Elisabeth Badinter. Deze intelligente auteurs pasten naadloos in het fonds dat ik, nadat ik mijn vader was opgevolgd, uitbouwde met maatschappijkritische sociologen, filosofen en psychologen.’
Hoe is het uw vader, u en uw zoon gelukt het familiebedrijf overeind te houden in tijden van fusies en een tsunami aan nieuwe titels in uitgeversland?
‘Je moet mazzel hebben, anders lukt het niet. We hebben in een mooie wereld geleefd met onze uitgaven, want er waren veel geletterde en nieuwsgierige lezers. Mijn vader had het geluk dat Van het westelijk front geen nieuws een bestseller werd. En ik zou na de oorlog de Amerikaanse sociaal psycholoog Erich Fromm ontdekken, die daarna een van de pijlers van ons fonds werd.
‘Als student scharrelde ik al graag rond in tweedehands boekhandels. Toen ik weer eens te laat was voor een college in Amsterdam, neusde ik in de boekenstalletjes in de Oudemanhuispoort en viel mijn oog op The Fear of Freedom van Erich Fromm, een psychoanalytische studie van het vraagstuk waarom zo veel mensen zich aangetrokken voelen tot dictators als Adolf Hitler. Fromms analyse was dat in onzekere tijden mensen bevangen kunnen raken door angst voor de vrijheid zelf keuzen te maken en hun eigen leven uit te stippelen, terwijl de grote, strenge vaderfiguur veiligheid en zekerheid belooft. De vondst van dat boek, dat nog steeds in druk is, was dus een toevalstreffer. Van Fromm hebben we vrijwel zijn gehele oeuvre uitgegeven. Maar ik ben ook trots op onze meer recente uitgaven van belangrijke werken over Johann Sebastian Bach door Christoph Wolff.’
Hoe kijkt u naar de uitgeverswereld van dit moment?
‘Het doet me pijn te zien dat een uitgeverij van naam als De Bezige Bij, met wortels in het verzet, het nu moeilijk heeft. Ik word ook niet vrolijk van de trend dat steeds meer uitgeverijen in een groter verband worden gepropt. Het draait allemaal om kapitaal en steeds minder om boeken.
‘Helemaal om te janken is het dat een van de mooiste uitgeverijen van Nederland, het prachtige Brill uit Leiden, opgericht in 1683, is overgenomen door de Duitse uitgever De Gruyter. Ik begrijp niet dat er niet tegen is geprotesteerd. Brill was Nederlands cultureel erfgoed, als gerenommeerde zelfstandige wetenschappelijke uitgeverij en een van de oudste ter wereld. Het was in handen gekomen van grootaandeelhouders die het uit winstbejag hebben verkocht.
‘Aan de andere kant zie je ook de ene na de andere nieuwe kleine uitgeverij opkomen, voor hen neem ik mijn pet af. Wel is het tegenwoordig eenvoudiger om boeken uit te geven. Op een zolderkamertje kun je op de computer een boek maken, naar de vormgever mailen en dan het digitale zetsel corrigeren. Daarna stuur je het bestand naar een drukkerij en klaar. Zelf stond ik dicht bij de technische kant van het vak. Ik kocht zelf papier in, zat met de vormgever omslagmateriaal uit te zoeken, en ging langs bij de zetters die nog met loden letters werkten. Ze hadden allemaal een fles melk naast zich tegen loodvergiftiging. Als de eerste proeven kwamen, ging ik zelf naar de drukkerij om ze op te halen en daarna met de hand te corrigeren.
‘Het blijft een moeilijk vak, want je weet nooit hoe een boek het zal doen. Elk jaar jaar stapte ik weer in een diepe kuil van onzekerheid.’
Mij is verteld dat u met een mengeling van verbazing en teleurstelling het nieuws volgt.
‘De wereld is momenteel één ellendige kwestie. Er zijn nu wel weer heel veel oorlogen tegelijk. Bovendien is het begin van de neergang van het Westen duidelijk ingezet, het zal een toontje lager moeten gaan zingen. China is al jaren druk bezig de rol van economisch, militair en misschien wel cultureel centrum van de wereld over te nemen van het Westen. Het land zit overal, bezit zelfs Europese havens, zoals die van Piraeus in Griekenland. Verontrustend is dat de vrijheid zoals wij die kennen, niet erg leeft in China. Anderzijds ben ik ook weer optimistisch als ik zie hoe bewoners van dit woonzorgcentrum worden verzorgd door een prachtig team van toegewijde zorgmedewerkers uit alle delen van de wereld. Ik zeg: Panta rhei, ouden menei, alles stroomt, niets blijft. Maar ook: toujours sourire, le coeur douloureux - altijd blijven glimlachen, met een hart vol droefenis.’
geboren: 13 februari 1924 in Utrecht
woont: in een woonzorgcentrum in Utrecht
beroep: uitgever
familie: drie kinderen, twee kleinkinderen
weduwnaar: sinds 2022
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant