Home

De uitvoering van de opera ‘Alice in Wonderland’ is een prestatie waarop het Radio Filharmonisch trots mag zijn

Het lukt de meeste solisten om de bekende personages en scènes, zoals het surrealistische theekransje, schitterend tot leven te brengen.

‘Wat voor tuin is dit, zonder bloemen, zonder leven?’, vraagt zich Alice af, terneergeslagen. Ze zaait kleurrijke bloemen in de onvruchtbare grond. Op een dissonant klingelend crescendo veranderen de bloemen in een stralend licht. De Zuid-Koreaanse componist Unsuk Chin gaf haar opera Alice in Wonderland een ander einde dan het kinderboek van Lewis Carroll. Alice wordt niet wakker, maar blijft in een droomwereld waarin nachtmerries op de loer liggen.

Ook het begin, een angstige ontmoeting met twee oude mannen op gebiedend tromgeroffel en splijtende akkoorden, is een door Chin verzonnen droom. Voor de andere zes scènes, die rechtstreeks stammen uit het boek, schiep ze een doorzichtige, kameleontische klankwereld. Alice in Wonderland werd enthousiast ontvangen bij de wereldpremière in 2007 in München. In de NTR ZaterdagMatinee klinkt de Nederlandse première. Onder leiding van voormalig chef-dirigent Markus Stenz wordt de uitvoering een prestatie waarop het Radio Filharmonisch Orkest trots mag zijn.

Over de auteur
Jenny Camilleri schrijft voor de Volkskrant over opera. 

Nederlands tintje

Nederland heeft een belangrijke rol gespeeld in de carrière van de in Seoul geboren Unsuk Chin (62). In 1985 won ze hier de Gaudeamus Award, een aanmoedigingsprijs voor jonge componisten. Niet lang daarna verhuisde ze naar Hamburg, om drie jaar lang te studeren bij de grote Hongaarse componist György Ligeti. Ze volgde in het voetspoor van haar mentor toen ze in 2004 de prestigieuze Grawemeyer Award ontving. Haar werken worden door toporkesten wereldwijd uitgevoerd.

Chin vangt de magie van Carrolls sprookje in glinsterende arpeggio’s op de harp en een scala aan gestemd slagwerk, de speelse absurditeit in nabootsende klanken – van een snikkende soepschildpad tot klikkende hamers bij een potje croquet – en de hysterie in gedurfde vocale salto’s en koperblazers op oorlogspad. De opera zit boordevol met muzikale verwijzingen: snelle baroknoten, woest Stravinsky-achtig geschetter, zelfs het klokkengelui in de kroningsscène uit Moesorgski’s Boris Godoenov komt voorbij.

En toch is Chins eigen stem aldoor te horen, zoals in de toespraak van de Rups over de voordelen van verandering. (In Wonderland groeit en krimpt Alice telkens als ze iets eet of drinkt.) In plaats van gezongen wordt deze sluipende, glijdende, sputterende, honende solo met een vette knipoog naar George Gershwin virtuoos gespeeld door Sergio Hamerslag op de basklarinet. Het mag gerust een eigentijdse klassieker worden genoemd.

Eigen, pikante taalvondsten

Librettist David Henry Hwang borduurt voort op Carrolls woordspelletjes, die laten zien hoe wonderbaarlijk en verraderlijk taal kan zijn. Hoe is communicatie mogelijk als er continu misverstanden ontstaan door homofonen als ‘tale’ en ‘tail’? Hwang voegt zijn eigen, soms pikante taalvondsten toe. ‘Without my glove there can be no love’, zingt het Witte Konijn, een prachtrol van countertenor Andrew Watts, die komt aanrennen terwijl de strijkers het ritme van zijn zakhorloge tokkelen.

Dat Hwangs woordspelingen niet altijd zo tijdloos klinken als Carrolls onsterfelijke teksten is misschien onvermijdelijk. Het siert de zangers dat ze proberen zo verstaanbaar mogelijk te zijn, hoewel het verzorgder was geweest als iedereen voor dezelfde uitspraak had gekozen. Nu zingt de helft met een Brits accent, terwijl de rest Amerikaans klinkt. Belangrijker is dat het de meeste solisten lukt de bekende personages en scènes, zoals het surrealistische theekransje, schitterend tot leven te brengen.

Gloria Rehm als bijdehante Alice

Gloria Rehm is een innemende, bijdehante Alice in een poederblauwe jurk met een limpide sopraanstem. Helena Rasker imponeert als de Hertogin, vooral in haar filosofisch verwarrende monoloog. En Juliana Zara, met katten-oren op haar hoofd, is verrukkelijk als de plagerige Cheshire kat. Tegen het einde is er een proces om te bepalen wie de taartjes heeft gestolen van de despotische Hartenkoningin, fantastisch gezongen en geacteerd door Hailey Clark, waarna het hele hof in speelkaarten verandert.

Deze scène voelt concertant te lang aan, misschien omdat de muziek minder caleidoscopisch is dan elders. Bovendien is het jammer dat de spreek- en gilkoren van het Groot Omroepkoor worden overstemd door het orkest, ook al zijn chaos en kakofonie natuurlijk hier de bedoeling. Die paar minpuntjes daargelaten, dit was een daverend slot van het Matineeseizoen.

Van Carroll naar Ligeti naar Chin 

Unsuk Chins leraar, de componist György Ligeti, was van kleins af aan geobsedeerd door Lewis Carrolls Alice’s Adventures in Wonderland. In de laatste tien jaar van zijn leven liep hij rond met het idee om een opera naar het klassieke kinderboek te schrijven, maar het is er nooit van gekomen. Door Ligeti ontwikkelde Chin ook een fascinatie voor Carroll.

In 1993 brak ze internationaal door met Akrostichon-Wortspiel voor sopraan en ensemble, op teksten van zowel Carroll als Michael Ende, uit zijn roman Het oneindige verhaal. Haar liedcyclus Snags&Snarls bleek achteraf een voorstudie voor Alice in Wonderland. Hieruit heeft Chin liederen aangepast en in haar opera verwerkt. 

Alice in Wonderland

Opera
★★★★☆
Van Unsuk Chin. Door het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor, het Nationaal Kinderkoor, het Nationaal Jongenskoor en solisten o.l.v. Markus Stenz. 

1/6, Het Concertgebouw, Amsterdam. Terugluisteren op npoklassiek.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next