Home

Lieke Martens, de dribbelende revolutionair

Wat zou voetbal saai zijn zonder dribbels. Zonder een pingelaar die zich soms niets aantrekt van conventies of spelverloop. Die desnoods ontsnapt uit het tactische web in het hoofd van de trainer en de wedstrijd zomaar in brand steekt.

Vinicius Junior van Real Madrid is zo’n heerlijke voetballer. Ondanks zijn soms vreselijk irritante gedrag, ondanks zijn onbestrafte schwalbe in de finale van de Champions League en zijn opzichtige flirt met de rode kaart, was hij een van de uitblinkers tegen Borussia Dortmund.

Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

.

Fabuleus, hoe hij in de eerste helft de bal zo snel meenam na de feilloze controle, dat Julian Ryerson hem gewoon kwijt was, alsof die op het fietspad met zijn oude karretje een flits voorbij zag trekken van zo’n ding met een batterij. Hoe Vinicius na rust met een subtiel tikje achter het standbeen zijn tegenstander fopte, door de bal tussen zijn benen te tikken; geniaal. Alleen al dat soort acties gaf de wedstrijd het cachet dat hoort bij een finale.

Dribbelaars kleuren het voetbal. Zo’n speelster was Lieke Martens, die vrijdag afscheid nam van het thuispubliek in Nederland, bij een interland tegen Finland. Wat een geweldige sportvrouw is zij toch, ondanks haar gemiddeld mindere vorm van de laatste jaren. Hoe bescheiden zij ook was, zij was een revolutionair voor het Nederlandse voetbal.

Met de onnavolgbare dribbels in haar toptijd stak zij de brug over van amateurisme naar echt voetbal. Om eerlijk te zijn: in 2009 was ik bij het eerste EK met Nederlandse deelname, vooral om het proces van groei te aanschouwen. Het voetbal zelf viel me eerlijk gezegd zwaar tegen. Maar dat was voor de opkomst van Martens, dat pingelende meisje uit Noord-Limburg, met haar op het ritme van dribbels dansende paardenstaart.

Op het verder mislukte EK van 2013 liet ze al solo’s zien die nog niet waren uitgevonden door Nederlandse vrouwen. In 2015 begeleidde commentator Frank Snoeks haar spel met voorspellende gave. Dwingend: ‘Die bal moet naar Martens.’ En hup, schot, eerste doelpunt in de nationale WK-geschiedenis. Haar hoogtijdagen, tijdens het gewonnen EK van 2017, namen haar mee naar de glitterwereld van het voetbal, waarin ze zich niet volledig thuisvoelde. Alleen: het was de enige route voor iemand met haar ambitie.

Veel meer dan Daniëlle van de Donk of Vivianne Miedema was zij het idool van kinderen, die nu eenmaal denken in dribbels. Ze nam de keerzijde voor lief, hoe zwaar haar dat ook viel. In 2019 zaten we tegenover haar voor een gesprek tijdens het WK in Frankrijk, toen ze last had van een teen en van heimwee. Ze huilde in stilte.

Ze nam al die opofferingen voor lief. Alleen in een buitenlands appartement, vaak zonder geliefden, want de vrouw in het topvoetbal had geen geld om een heel regiment begeleiders mee te nemen. Het was vaak een kwestie van alleen achter de droom aanjagen, welke kleur de horizon ook had. Mede daarom, en om veel meer, is het Nederlandse voetbal veel dank verschuldigd aan Lieke Martens. En dat deed ze allemaal zonder de streken van Vinicius.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next