Home

Denzel Dumfries, rechtsachter van Oranje, heeft leren genieten van het moment

Over twee weken begint voor het Nederlands elftal het EK met een wedstrijd tegen Polen. Wie bij Oranje kan beter praten over de mogelijke groei als voetballer dan Denzel Dumfries, het symbool van zelfontwikkeling door de jaren heen?

De verbeelding van de potentiële groei is zaterdag in Zeist te aanschouwen, als de voetballers van Oranje het shirt dragen van hun eerste amateurclub. De jongensdroom in beeld gebracht, van ventje op een veldje vol klavertjes naar prof op een EK.

Dat twee spelers een verleden hadden bij het grote AFC uit Amsterdam, Daley Blind en Brian Brobbey, is begrijpelijk. Dat eveneens twee internationals begonnen bij WDS ‘19 in Breda, aanvoerder Virgil van Dijk en doelman Bart Verbruggen, is bijzonder. Speciaal is ook dat Denzel Dumfries gewoon in oranje is blijven voetballen, tijdens zijn imposante reis van vv Smitshoek uit Barendrecht naar Oranje.

Rechtsachter Dumfries, 28 jaar inmiddels, is toe aan zijn derde toernooi, nog zonder de Nations League dan. Onlangs is hij gekroond tot kampioen van Italië met Internazionale en nu is hij hier, in Zeist, op zondag, als de frivoliteiten het trainingskamp hebben verlaten; de parade in nostalgische shirtjes is voorbij, net als de uitzwaaitraining met tweeduizend toeschouwers. Wat volgt is een teamvormende trainingsweek, met donderdag het eerste oefenduel, in Rotterdam tegen Canada. Dumfries is klaar, of Koeman nu 4-3-3 of 5-3-2 gaat spelen.

Over de auteur
Willem Vissers is ruim 25 jaar voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Hij versloeg acht WK’s. In 2022 is hij uitgeroepen tot sportjournalist van het jaar.

De loopbaan van Dumfries is gelardeerd met 52 interlands en zes doelpunten. ‘Ik weet inmiddels wat me te wachten staat, hoe een voorbereiding gaat, hoe je moet omgaan met situaties. Maar het is ook zo dat we het eerste toernooi in de achtste finales werden uitgeschakeld en het tweede in de kwartfinale. Dat smaakt naar meer.’

Dat is typisch Dumfries. Altijd op zoek naar groei. Beter worden. Zelfkritisch zijn. Intussen vrolijk en doortastend aanwezig in de selectie. Dumfries geloofde altijd in zichzelf, ook toen de voetbalwereld dacht dat slechts een bescheiden loopbaan voor hem was weggelegd. Als iemand iets kan zeggen over groeipotentie, is hij het wel. Eerst over het collectief: ‘We hebben een goede groep waarin ik veel vertrouwen heb. We horen niet bij de favorieten, maar we zijn bij de teams die richting de favorieten kunnen groeien. Als wij het goed op orde hebben, als wij naar elkaar toegroeien en ons bewust worden dat we iets kunnen winnen, geloof ik in onze kansen.’

Specialisten

Voor zijn persoonlijke groei trok hij specialisten aan, die hem hielpen op zijn reis. Hij is immers geen fijnzinnige technicus en opmerkingen over harde voeten zullen nooit verdwijnen, maar hij kent ook zijn specialiteiten en kracht: hij is snel, sterk en aanvallend ingesteld. Hij voetbalt met lef en bekroont zijn spel met assists en doelpunten, als bonus op zijn verdedigende arbeid. Dat is wat hij doet: het goede koesteren en werken aan mindere punten.

‘Ik kan nog stappen zetten in mijn focus. Ik heb moeite om mijn focus gedurende een langere periode te behouden. Dat zit ook in mijn karakter. Ik ben heel energiek, dan kan het weleens gebeuren dat ik links of rechts niet helemaal gefocust ben op het grotere geheel. Daarin groei ik wel, ook door ervaring. En ik probeer tegenwoordig te genieten van het moment. Ook dat leer je. Jezelf bewust zijn van het moment. Ik geniet van die reis. Soms dacht ik achteraf: goh, dat was een mooi moment, terwijl je je daarvan op het moment niet bewust was. Door te genieten op het moment zelf ga je bewuster om met situaties, en ga je bewuster situaties analyseren. Ik zet de stappen in mijn loopbaan bewuster.’

Hij laat zich daarbij helpen, door onder anderen psycholoog Annemieke Griffin-Zijerveld, die hij al kent sinds zijn Sparta-tijd. Met Patrick Woerst praat hij alleen over het voetbal zelf, over het scannen van de omgeving of het kiezen van positie. Ook werkt hij met fysiek trainer Errol Esajas, bij wie vijf spelers van Oranje zitten. ‘Gaaf om te zien. Ik heb nog wel meer begeleiders, maar deze drie zijn de belangrijkste.’

Groei dus. Hij loopt even het laatste toernooi na, het WK in Qatar. In de achtste finale tegen de Verenigde Staten voetbalde hij geweldig en sprak hij na afloop over de kwetsbaarheid van een sportman op topniveau. Tegen Argentinië veroorzaakte hij een strafschop en was hij opstandig bij de beslissende serie. ‘Het lag niet aan de focus, want die was goed. Ik veroorzaakte een penalty. Achteraf was dat niet slim. Ik liet mijn been hangen, hij (Acuna) kapte af en viel over mijn been. Dat is ook een leermoment. Maar als je bezig bent, maak je fouten. Voetbal is een foutensport. Het is balen dat het juist in die wedstrijd gebeurde, want zo’n kwartfinale wil je juist foutloos spelen, maar dat gaat niet. Dat kan niet. De realiteit is dat ik een penalty veroorzaakte, maar dan moet je door. In de penaltyserie waren we bezig met elkaar afleiden, en dan ga je soms een beetje over de streep. Dat zit ook in mijn karakter.’

Sterspelers

Nochtans was hij de beste op het vorige EK en een van de besten van Nederland op het WK. Dat zegt ook iets over anderen, want hoeveel respect Dumfries ook verdient, als hij de beste is bij Oranje, is ergens anders iets mis. Dan hebben de zogenoemde sterspelers te weinig laten zien. Intussen koestert hij zijn loopbaan. Hij werd kampioen met Internazionale, al provoceerde hij na afloop tijdens het feest op een rijtuig Theo Hernández van tegenstander AC Milan, met wie hij geregeld in de clinch lag en die hij straks mogelijk weer tegenkomt in het EK-duel met Frankrijk. Het is weer dat impulsieve van hem.

Het kampioensfeest was geweldig, hoewel hij als invaller in de kampioenswedstrijd tegen AC Milan vrijwel meteen de rode kaart kreeg in een opstootje. ‘Het feest was groots aangepakt, na het verdienen van de tweede ster (twintig titels). Het was een fantastische week. Veel jongens die ook bij andere clubs kampioen zijn geworden, zeiden dat ze dit nog nooit hadden meegemaakt. We zouden zes uur doen over een rijtoer door de stad. Die duurde 8,5 uur. We kwamen gewoon niet door de mensen heen.’ Hij hoeft ook niet weg uit Milaan, al voetbalt hij dan al drie jaar bij Inter, in een loopbaan die altijd maar groeide. ‘Ik voel me vereerd als ik blijf.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next