Willem van Toorn was een stille, melancholieke kracht in de Nederlandse literatuur. Een warm en sociaal bewogen mens, schrijver en dichter van heldere, lichte zinnen, waaronder verwondering en woede schuilgaat.
Het werk van de veelzijdige en productieve schrijver Willem van Toorn is een elegant en eloquent protest tegen de verwoesting van de wereld, een bezwering van wat verloren gaat. In Tegen de tijd dichtte hij: ‘Wij zijn hier maar even, een onrust, / Die tast in de stilte naar taal, / Een wet om de angst te beheersen. / Lees maar. Wij hebben bestaan.’ Op 31 mei overleed hij, 88 jaar oud.
Willem van Toorn schreef meer dan veertig romans, verhalen-, essay- en dichtbundels, vertaalde Cesare Pavese uit het Italiaans, John Updike en E.L. Doctorow uit het Engels en Klaus Mann, Stefan Zweig en Franz Kafka uit het Duits. Van de tovenaar uit Praag vertaalde hij het gehele oeuvre. Kafka heeft zijn leven getekend.
Over de auteur
Onno Blom schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.
Afgelopen donderdag zouden zijn vertaling van Kafka’s brieven, Ik moet u zo ontzettend veel schrijven, en zijn boek Kafka voor beginners worden gepresenteerd in het Goethe Instituut in Amsterdam. Een week voor de presentatie vroeg Van Toorn zijn vrouw, Ineke Holzhaus, een briefje naar de genodigden te sturen: ‘Lieve, beste, helaas moet ik het laten afweten bij de presentatie van 30 mei. Ik ben met een longontsteking in het (uitstekende) ziekenhuis van Châteauroux beland. Pech hè. Hartelijk, Willem.’
Willem van Toorn debuteerde als schrijver in 1959 met de novelle De explosie, en een jaar later als dichter met de bundel Terug naar het dorp. Achteraf verbaasde hij zich wel eens over ‘dat wantrouwende ventje van 19 dat boven zijn eerste gedichten zat te ploeteren in de donkere dagen van het existentialisme’.
Zijn eerste gedichten verschenen in een tijd dat de Vijftigers de poëzie domineerden. Hoewel hij grote bewondering had voor het werk van Lucebert, Kouwenaar en Campert, koos hij zelf voor een traditionelere vorm. ‘Wat Nijhoff en Achterberg maakten, dat wilde ik ook.’ Hij was geen echte ideeëndichter. ‘Ik ben juist gefascineerd door de werking van het gedicht als mechaniek, door het wonderlijke effect dat taal in een bepaalde vorm dingen voor me naar boven haalt, die ik vlak daarvoor nog niet wist.’
Zijn vader was een kleermaker uit Tiel, die vanwege de crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw naar de hoofdstad was vertrokken en een aardappelhandel was begonnen. Boven de winkel aan de Postjesweg nummer 88 werd Willem geboren. Op 4 november 1935, als jongste van drie zonen. In 1940 kreeg hij nog een zusje.
Toch werd Wim nooit een echte stadsjongen. Elke zomer keerde hij terug naar zijn familie in de Betuwe. Het rivierenlandschap werd de spiegel van zijn denken. Talloze malen verbeeldde hij de meanderende Waal, de ribben, de uiterwaarden en eeuwenoude dijken, de betoverende kwekerij van zijn grootvader, het dijkhuisje van zijn grootmoeder, het schitterende licht boven het kolkende water. Misschien deed hij dat wel het mooist in een roman die simpelweg De rivier heet.
In zijn bekendste roman, Een leeg landschap uit 1988, beschrijft Van Toorn hoe zijn alter ego Erik Leemans, een onderwijzer die met zijn jonge gezin in een boerderij in Hoofddorp woont, om zich heen de Haarlemmermeer ziet volbouwen. Het landschap wordt voller, maar leger aan betekenis. Waar het verleden wordt weggevaagd, valt in het heden niet meer te leven.
In de jaren negentig van de vorige eeuw vocht Van Toorn samen met andere kunstenaars, onder wie de schilder Willem den Ouden, een bittere strijd uit met Rijkswaterstaat om onnodige dijkverzwaringen aan de Waal tegen te gaan. Graag citeerde hij de woorden van Nescio: ‘God zegene de verantwoordelijke autoriteiten/ Als het kan een beetje hardhandig.’ Hij protesteerde niet alleen uit esthetische motieven tegen de verwoesting van het cultuurlandschap, maar vooral omdat ons geheugen zo met de grond gelijk werd gemaakt.
Tien jaar geleden verliet Van Toorn, samen met zijn vrouw, zijn geboortestad. Ze hadden de Concertgebouwbuurt om zich heen zien veranderen in een onbetaalbare yuppenbuurt. ‘We moesten weg.’ Ze verhuisden naar Le Petit Jouhet, een gehucht in de Franse Berry, een lieu-dit, ‘een plek die je met een naam kunt aanduiden’.
Hij bleef onverminderd productief. Twee jaar geleden publiceerde hij een sociaal bewogen roman, Morgenrood, die afwisselend speelt in het heden en in de Eerste Wereldoorlog en waarin cynisme en optimisme om voorrang strijden. In 2020 verscheen een dichtbundel, De dagen, waarin het landschap van de Berry opdoemde en kraanvogels overtrokken. Het straatje waar hij met Ineke woonde, had zijn naam: de Allée du Poète.
3x Willem van Toorn
• In 1982 kreeg Van Toorn de Jan Campertprijs, in 1992 de Herman Gorterprijs voor Eiland. Een leeg landschap (1988) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, Het verhaal van een middag (1994) voor de Libris Literatuurprijs. Een grote oeuvreprijs viel hem nooit ten deel.
• Zijn eigen werk werd in het Italiaans, Duits, Engels en Zuid-Afrikaans vertaald.
• In 2010 kreeg Van Toorn de Groeneveldprijs van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zijn bijdrage aan het debat over de groene ruimte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant