Home

De rechter die graag wat minder nadruk op bestraffing zou willen: ‘Straf gaat om veel meer dan vergelding’

Na een lange, roemruchte carrière als strafrechter doet Elianne van Rens een stap terug. In 40 jaar zat ze vele zaken voor – van gedwongen opnames tot het Wilders-proces – en zag ze Nederland veranderen. ‘Geweld neemt toe, hoor je overal. Dat is gewoon niet wáár.’

Achtendertig jaar was ze rechter, eerst in Amsterdam, later in Den Haag. Ze deed geruchtmakende zaken, waaronder het Wildersproces (‘minder Marokkanen’). Daarmee was ze een van de rechters die de PVV-leider een strafblad bezorgden. Inmiddels is ze 67 en stopt Elianne van Rens met grote zaken.

Dat gaat haar enorm aan het hart. ‘Het voelt echt als een rouwproces’, zegt ze, aan de lange eettafel in haar huis in Den Haag. Al blijft ze nog wel een paar jaar kleinere zaken doen als politierechter.

Want rechter-zijn zit tot diep in haar vezels. ‘Als rechter kun je het verschil maken. In het civiel recht kun je een probleem oplossen door de angel uit een conflict te halen. En als strafrechter ben jij degene die er, ondanks alle emoties, onafhankelijk en open naar kijkt, om uiteindelijk een afweging te maken die recht doet aan alle belangen.’

Hoe maak je als rechter het verschil?

‘Mijn taak als strafrechter, is dat ik maatwerk voor de verdachte lever. Dat vind ik het probleem nu. De hele maatschappij lijkt alleen maar bezig met vergelding, met zware straffen. ‘Jullie straffen te licht’, is het eeuwige verwijt. Terwijl wij echt zwaar straffen. ‘Geweld neemt toe’, hoor je overal. Dat is gewoon niet wáár. Er zijn nu veel minder moordzaken dan in de jaren negentig. Daarnaast is de vraag: wat versta je onder geweld? Vroeger had je het over moord, doodslag en mishandeling. Nu is geweld ook: intimidatie, slissen op straat, stalking.’

Is dat begripsvervaging?

‘Wetgeving is een levend mechanisme, dus dat valt nu allemaal onder geweld. Het gevoel van onveiligheid hangt daarmee samen. Maar ik denk dat het structureel helemaal niet onveiliger is geworden. En toch blijft de focus liggen op vergelding. Terwijl het bij straf om veel meer gaat. Een belangrijk ander element van straffen is preventie. Hoe kunnen we voorkomen dat het nog een keer gebeurt? En vooral ook: resocialisatie. Iemand komt weer terug in de maatschappij, hoe kan hij daar weer op een goede manier deel van uitmaken?

‘Dat laatste element wordt tegenwoordig door een groot deel van de samenleving totaal onbelangrijk gevonden. Dat zie je terug in de financiering. De reclassering heeft weinig tijd meer om mensen te begeleiden. Het draait allemaal om straffen, straffen, straffen.’

Waarom is dat erg?

‘Uiteindelijk komt iemand hoe dan ook terug in de maatschappij. En dan wil je dat zo iemand weer de kans krijgt om er wat van te maken en niet weer vervalt in het plegen van misdrijven. Maar dan moet iemand ook een perspectief krijgen. Als iemand behandeling nodig heeft, is dat in het belang van ons allemaal.’

‘Wat mij zo opvalt in veel van de discussies is dat het altijd over de ánderen gaat: ‘ik heb rechten en jij hebt vooral plichten’. Ja sorry, maar zo werkt dat natuurlijk niet.’

Hoe komt het dat wij wel denken dat het veel erger is geworden?

‘Omdat je dat in de krant leest. Als je voortdurend leest over misdrijven, zoals die bommen bij die loodgieter in Vlaardingen, dan geeft dat automatisch een gevoel van onveiligheid.’

Onveiligheid is een gecreëerd beeld?

‘Het is een zeer beperkt beeld van de werkelijkheid. Dan staat er in de krant: ‘Weer geweld in de trein door uitgeprocedeerde asielzoekers. Hoe lang gaat dit nog door?’ De politiek reageert daar vervolgens op. Trending topics op Twitter komen in de Tweede Kamer terug. Politici gaan makkelijk mee met dit soort berichtgeving.’

En een rechter doet dat niet?

‘Met enige vertraging. De rechter luistert en uiteindelijk gaan de straffen omhoog.’

Geeft u nu een andere straf voor moord dan vroeger?

‘Ik denk het wel. Ik kan me een zaak herinneren uit 2008. Er was een man die dacht dat zijn vriendin vreemdging. Toen heeft hij haar met een pistool van dichtbij door het hoofd geschoten. Die mevrouw heeft dat overleefd. Zwaargewond, want die kogel was blijven hangen in haar kaak.

‘Ze zat in de zaal, had hem vergeven, wilde weer verder met hem. De advocaat vond dat dat tot strafvermindering moest leiden, want het slachtoffer had hem immers vergeven. Wij zeiden: ‘Nee, we gaan niet minder straf opleggen omdat het slachtoffer hem vergeeft. Want het blijft een verschrikkelijk feit.’ We hebben toen zes jaar opgelegd voor poging tot moord.

‘In de huidige tijd zou dat veel meer zijn. Voor poging tot moord zou je zeker op twaalf, veertien jaar uitkomen.’

Tot 1947 waren er helemaal geen vrouwelijke rechters. Er werd gedacht dat vrouwen te emotioneel zouden zijn voor het vak.

Met een brede glimlach: ‘Ja, dat dachten ze toen echt. Maar toen ik begon (in 1990, red.), ging het percentage al snel naar vijftig-vijftig. We hebben zelfs een tijdje op zestig-veertig gezeten. Ik heb ook heel lang zittingen gedaan met alleen maar vrouwen. Dat is niet goed. Het moet gewoon een mix zijn.’

Oordelen mannen anders dan vrouwen?

‘Dat zou ik niet durven zeggen. Ik weet alleen dat de synergie anders is in een college dat gemengd is.’

Staat een verdachte van een zedendelict bij voorbaat 1-0 achter bij een combinatie van rechters die bestaat uit louter vrouwen?

‘Dat hoeft helemaal niet. En ook mannen worden verkracht, hè. In de zittingszaal gaat het uiteindelijk om de vraag: wat is er gebeurd?

‘Ik ben misschien wel extra kritisch. Ik herinner me een man die verdacht werd van verkrachting. Wij kwamen binnen en dachten: wat een griezel. Dat was overigens geen combinatie met alleen vrouwen. Die man hebben we met volle overtuiging veroordeeld. Vervolgens ging hij in hoger beroep. En toen bleek er gewoon onvoldoende bewijs te zijn.

‘Daar heb ik heel veel van geleerd. Nooit afgaan op je eerste indruk. Wel tegenover elkaar benoemen dat je die hebt, en je daar ten volle bewust van zijn. Maar er moet altijd voldoende bewijs zijn. Anders moet je vrijspreken.’

Van Rens heeft nooit wakker gelegen van haar werk, al maakten zaken over kindermisbruik altijd een onuitwisbare indruk. ‘Het blijft verschrikkelijk als een baby wordt misbruikt door een volwassen man. Als ik zo’n dossier moet doornemen, heb ik echt een heel slechte dag. Tegelijkertijd moet ik toch proberen om afstand te nemen. In je oordeel mogen die emoties niet de boventoon voeren.’

Haar meest geruchtmakende zaak was zonder twijfel het proces tegen Geert Wilders, in de ‘minder Marokkanen’-zaak (waarbij Wilders terechtstond voor groepsbelediging en daar uiteindelijk ook voor werd veroordeeld). Vooral omdat ze daarbij zelf vol onder vuur kwam te liggen, nadat Wilders haar probeerde te wraken.

Ze was er nauwelijks verbaasd over. ‘Ik had wel verwacht dat ik onder een vergrootglas zou belanden. Want je weet dat Wilders zich op één rechter focust. Over mijn collega’s wist hij weinig, maar ik had in jouw interviewprogramma, Kijken in de ziel gezeten en ik was persrechter. Al direct aan het begin vroeg hij of ik me wilde terugtrekken. Ik dacht: dat ga ik dus niet doen.’

Wilders vond onder meer dat Van Rens bij de ondervraging van rechtsfilosoof Paul Cliteur blijk gaf van vooringenomenheid. Volgens Cliteur waren Wilders’ uitspraken niet racistisch. Waarop Van Rens antwoordde dat Cliteurs woorden ‘niet meer of minder dan een mening’ waren.

‘In die discussie heb ik inderdaad de Hoge Raad verkeerd geciteerd over het verdraagzaamheidscriterium. Dat was gewoon een fout. Punt. Maar daarmee was ik nog niet vooringenomen. Ik ga graag de discussie aan. En als iemand dan tegen mij zegt: ‘Mevrouw, maar zo staat het niet in het dossier’, dan zeg ik: ‘U hebt gelijk, goed dat u me erop wijst.’ Dat heb ik ook tijdens die zitting gedaan. Cliteur zat er niet mee. Maar nog diezelfde middag werd ik alsnog gewraakt.’

Hoe was dat voor u?

‘Dat is natuurlijk ontzettend vervelend. Het voelt als een brevet van onvermogen. Hoewel ik nog steeds met volle overtuiging kan zeggen dat ik niet vooringenomen was.’

Wilders concludeerde direct: dit is een neprechtbank, met D66-neprechters.

Stoïcijns: ‘Prima. Be my guest. Daar lig ik echt niet wakker van.’

Wat gaat het betekenen voor de rechtsstaat, nu de PVV de grootste partij is?

‘Ik verwacht heel weinig. De PVV is inderdaad de grootste partij. Maar tweederde van de samenleving denkt er nog altijd anders over. Ik verwacht dan ook geen grote stappen die tegen de rechtsstatelijkheid indruisen.’

Er is geen reden tot zorg?

‘Wel over de toenemende onverdraagzaamheid in de samenleving. En over de tweedeling waarin een deel van de mensen wordt weggezet als tweederangs en niet gewenst. Daarin speelt het gedachtengoed van de PVV natuurlijk wel een rol.

‘In dit verband ligt er een taak voor de rechtspraak. De toeslagenaffaire heeft mij als rechter nog alerter gemaakt op niet benoemde, maar wel aanwezige vooroordelen.’

Hoe kijkt u nu terug op die Wilders-zaak? Is dat een smet op uw blazoen?

‘Helemáál niet. De wrakingskamer heeft een duidelijk oordeel over mij gegeven. Als ze me van de zaak afgehaald hadden, was dat heel vervelend geweest. Dan moet de hele combinatie weg, en is het weer helemaal terug naar af. Dat zou ik zeker voor mijn collega’s verschrikkelijk hebben gevonden. Maar dat gebeurde gelukkig niet.’

Het lastige is dat een rechter eigenlijk niet veel terug kan zeggen op dat moment.

‘Toch wel. Door andere mensen er iets over te laten zeggen. We moeten als rechtspraak op zoek naar mensen die namens ons het woord kunnen voeren.’

Dus een rechter moet ’s avonds bij Op1 gaan zitten?

‘Niet als rechter die de zaak behandelt, en niet zolang de zaak in behandeling is. Maar anderen, zoals journalist Saskia Belleman, kunnen de zaken wel duiden. Zij doet dat heel goed. En bij alle andere vraagstukken die de rechtspraak als geheel aangaan, kan een rechter uitleg gegeven, ook bij Op1. Bijvoorbeeld dat er in Nederland helemaal niet te licht wordt gestraft.

‘Toen ik begon, was de rechtspraak die bekende ivoren toren. ‘Wij spreken door ons vonnis’, was destijds het mantra. Terwijl dat vonnis voor de leek redelijk onbegrijpelijk was. Dat is niet meer van deze tijd. Daar staat tegenover dat de rechtspraak in die tijd wél gezag had. Dat is nu aan het afbrokkelen.

‘We moeten er nu veel meer voor doen om dat gezag te krijgen. Dat betekent dat je moet laten zien dat je openstaat voor wat er in de maatschappij leeft. Het taalgebruik is anders, minder jargon. Want het gaat erom dat mensen je tijdens de zitting begrijpen en voelen: ik kan mijn verhaal doen, ik word gehoord. Ook het vonnis moet begrijpelijk zijn. En als je als rechter een vonnis uitspreekt dat dwars tegen de maatschappelijke stroom ingaat, moet je dat extra goed uitleggen.’

Kruipt het duiveltje van de twijfel nooit uw hoofd binnen: hebben we het wel goed gedaan?

‘Bij strafzaken heb ik dat niet vaak. Maar ik heb ook jarenlang de BOPZ-zaken gedaan (Wet Bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen). Daarbij gaat het om mensen die tegen hun wil opgenomen moeten worden omdat ze een gevaar zijn voor zichzelf of anderen. Dan ga je als rechter naar een inrichting of op huisbezoek en daarna neem je een beslissing. Daarbij heb ik wél vaker gedacht: dit had misschien anders gekund. Ik had toch de keuze moeten maken om deze meneer of mevrouw weer naar huis te sturen. Of omgekeerd.

‘Ik herinner me een zaak van een man wiens vrouw net was overleden. Hij was duidelijk erg van slag. In die periode was hij net zijn huis aan het verbouwen. Toen we binnenkwamen, zat hij aan een tafeltje te lunchen, keurig met een kleedje erop, terwijl ondertussen zijn hele achtergevel eruit lag. Gelukkig was het zomer. De psychiater vond dat hij moest worden opgenomen. Ik zei: ‘Laat hem toch maar thuis. Hij worstelt vooral met zijn verdriet.’

‘Twee weken later verscheen hij op zitting met een grote doos Bossche bollen, omdat het de verjaardag van zijn vrouw was. Na afloop is hij naar huis gereden en heeft hij zich in een slootje verdronken. Zoiets blijft je altijd bij.’

Ze denkt lang na, zegt dan: ‘Had ik het anders moeten doen? Had ik ’m toch moeten laten opnemen? Ik weet het niet. Tegelijkertijd was het misschien anders gelopen als ik het wel had gedaan.’

Rechters worden benoemd voor het leven. Is dat wel goed? Want ook een rechter kan in de loop van de tijd de grip op de dingen verliezen.

‘Benoeming voor het leven is voor mij essentieel om de onafhankelijkheid te waarborgen. Dat is een voorwaarde voor een eerlijke rechtsgang. In Amerika kiezen ze rechters. Dat is een heel slecht systeem.

‘Stel je voor: jij komt bij een rechter, die net voor zijn herverkiezing staat. Die geeft jou opeens een strenge straf van tien jaar omdat hij zijn herverkiezing veilig wil stellen. Dat heb je niet als je rechters voor het leven benoemt.’

Is dit een vak dat u uw kinderen zou aanraden?

‘Mijn kinderen voelen er niks voor. Maar ik vind het nog steeds het mooiste werk van de wereld.

‘Dat zit hem in het feit dat ik nog steeds de vrijheid heb om maatwerk te leveren. Waardoor je soms zegt: ‘Iedereen mag van alles van deze verdachte vinden, in de media is meneer allang veroordeeld als moordenaar, maar toch ga ik hem vrijspreken. Op basis van het bewijs en onze overtuiging.’ Dat is waarvoor je er als rechter zit. Maatwerk leveren. En dat kan niet als er bijvoorbeeld minimumstraffen zouden komen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next