Zaterdagochtend slaagde Jorge Martín er nog in om pole-position veilig te stellen voor de Italiaanse Grand Prix, maar in de sprintrace kon hij die uitgangspositie niet omzetten in een goed resultaat. Met nog enkele ronden te gaan crashte de kampioenschapsleider vanuit derde positie uit de race, waardoor hij winnaar Francesco Bagnaia twaalf punten zag inlopen in de titelstrijd. Na afloop van de sprintrace verklaarde Martín dat het gevoel op de Ducati GP24 niet goed was. "We moeten aan de slag, want het lijkt alsof ik iets te veel van de voorkant gebruik. Na drie ronden voelt het alsof de band al twintig ronden heeft afgelegd, dus dat is zeker niet goed. We moeten de afstelling voor morgen veranderen, want met deze motor kan ik niet competitief zijn", zei de Pramac-rijder.
Het contrast met het gevoel van Martín tijdens de tweede oefensessie op vrijdag was groot, zo vervolgde hij zijn verhaal. "Zelfs vrijdagmiddag reed ik 46.1 met heel oude banden. Tegen het einde van de sprint reed ik 46.4 toen ik honderd procent gaf, dus er is iets verkeerd gegaan. Samen met mijn gevoel was het niet geweldig. We hebben dus iets op te lossen, want het sturen was heel moeilijk", gaf de Madrileen aan waar het grootste probleem zat. "Ik zag een groot verschil met Pecco en Marc. Het goede is dat we de data en de informatie hebben. We gaan proberen morgen dichterbij te staan."
Voordat hij uit de sprintrace crashte, was Martín al betrokken bij een incidentje met Enea Bastianini. In de eerste bocht zette de Ducati-rijder de aanval in, om vervolgens wijd te gaan. Martín wilde binnendoor counteren, maar zijn concurrent stuurde ietwat terug richting de racelijn en door het contact ging hij onderuit. "Hij ging in de eerste bocht wijd en ik pakte vervolgens de normale lijn. Daarna voelde ik de aanraking, maar ik wist niet of hij was gecrasht. Ik had hem namelijk niet gezien. Later zag ik het wel op de schermen", verklaarde Martín over het incident.
De stewards keken nog tijdens de race naar het voorval, dat werd afgedaan als een race-incident. Toch bleef het daar niet helemaal bij, vertelde Martín. "Ik moet me later melden bij de wedstrijdleiding, maar ik denk dat ze ernaar hebben gekeken. Ik denk dat het geen probleem moet zijn, maar het is altijd een verrassing met de wedstrijdleiding." Over het antwoord op de schuldvraag voor de botsing met Bastianini is de huidige kampioenschapsleider in ieder geval heel duidelijk: "Het had voorkomen kunnen worden als hij niet zonder te kijken terug wilde keren naar de lijn."
Uiteindelijk eindigde de sprintrace van Martín in Mugello dus met een crash. Voor het eerst sinds de invoering van de korte zaterdagse races in 2023 haalde hij de finish niet, maar ook was het de eerste keer dat hij geen punten scoorde in een sprint. "Ik wist dat het moment vroeg of laat zou komen en dat bleek vandaag. Ik heb het ook liever vandaag op een slechte dag dan op een dag dat het gevoel geweldig is", gaf hij toe, om eraan toe te voegen dat hij niet helemaal begreep waardoor hij onderuit ging. "Het is moeilijk te begrijpen waarom. Het overkwam Pecco in Montmeló en mij in Jerez. Ik weet niet waarom, maar we moeten het gaan begrijpen. Dit heeft invloed op ons vertrouwen voor de komende races."
Source: Motorsport