China heeft met de landing van missie Chang’e-6 zondagochtend het volgende succes toegevoegd aan zijn indrukwekkende reeks maanmissies. De lander zal 48 uur lang monsters gaan verzamelen op de achterkant van de maan.
De Chinese maanmissie Chang’e-6 vertrok begin vorige maand richting ruimte en arriveerde vier dagen later – op 7 mei – al bij de maan.
Iets na middernacht Nederlandse tijd landde het ruimtevaartuig op de achterkant van de maan, het deel van het hemellichaam dat je vanaf aarde niet kunt zien. Dat is lastig, omdat je vanaf die achterzijde niet direct kunt communiceren. Om toch contact te kunnen maken met Chang’e-6, heeft China bij missie Chang’e-4 al een satelliet rond de maan geplaatst. Afgelopen maart kwam daar een tweede exemplaar bij.
Over de auteur
George van Hal is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.
Chang’e-6 zal met een op een maanlander bevestigde mechanische arm ongeveer 2 kilogram materiaal – gruis en stenen – verzamelen en die monsters vervolgens naar aarde vervoeren. Dat is een primeur: niet eerder werd iets opgehaald op de achterkant van de maan.
Bij de missie wordt gebruikgemaakt van een sonde die in een baan om de maan zal blijven draaien in afwachting van het verzamelde materiaal, een lander die naar het maanoppervlak kan afdalen, een module die met de verzamelde samples weer kan opstijgen, en een module die is beschermd tegen de hoog oplopende hitte bij een terugkeer in de aardse dampkring. Die laatste moet het materiaal veilig afleveren voor wetenschappelijke analyse in laboratoria op aarde.
Het verzamelen van het materiaal op het oppervlak duurt ongeveer 48 uur, en begint zodra is vastgesteld dat de lander in werkende staat op de maan terecht is gekomen. Uiteindelijk moet het verzamelde materiaal eind juni op aarde arriveren. De totale missie heeft dan iets meer dan vijftig dagen geduurd.
De Chang’e-6-missie past in de stapsgewijze opbouw van de Chinese ruimtevaartorganisatie CSNA naar steeds technisch complexere, almaar indrukwekkendere maanmissies.
Zo zette het land met Chang’e-3 in 2013 voor het eerst een eigen robotwagentje op de voorzijde van de maan. In 2019 boekte het agentschap met opvolger Chang’e-4 een eerste internationale primeur: het zette een voertuig neer op de achterkant van de maan, die je vanaf de aarde niet kunt zien.
In 2020 volgde met Chang’e-5 een eerste verzamel-en-terugkeermissie. Ook die poging verliep succesvol. Bij Chang’e-6 doet men datzelfde nu voor het eerst aan de achterzijde van de maan.
De reden dat wetenschappers geïnteresseerd zijn in zulk materiaal is dat het oppervlakte van de maan, in tegenstelling tot gesteente op aarde, relatief onaangetast is. Hier verweren en veranderen materialen onder invloed van wind, water en verschuivende aardlagen. Het materiaal op de maan kan de mensheid daarom verse inzichten geven in de geschiedenis van ons zonnestelsel.
De locatie waar Chang’e-6 is geland, is het zogeheten Zuidpool-Aitken-bekken, een inslagkrater. De klap waarbij deze ontstond, heeft vermoedelijk materiaal uit de dieper gelegen mantel van de maan vrijgemaakt. De Chinezen hopen daar in de monsters iets van terug te zien.
De volgende Chinese maanmissie staat ook al op de planning: Chang’e-7 moet in 2026 gelanceerd worden en op zoek gaan naar water op de zuidpool van de maan. Chang’e-8 moet vervolgens in hetzelfde gebied zoeken naar geschikt bouwmateriaal voor een toekomstige maanbasis.
Waar de Verenigde Staten en Europa met hun Artemis-missies toewerken naar een bemenst ruimtestation in een baan om de aarde, hoopt China in het volgende decennium een permanent bewoonde onderzoeksbasis op de maan te kunnen openen.
Source: Volkskrant