Home

Van koffieschenker tot hoogleraar: Thijs Bol onderzoekt de toevalligheden van succes. ‘Kansen zijn nooit gelijk’

Is succes je eigen verdienste? Volgens kersvers hoogleraar Thijs Bol onderschatten we stelselmatig de grote rol die willekeur daarbij speelt. ‘Moeten we wel inzetten op gelijkere kansen, of liever op gelijkere uitkomsten?’

Natuurlijk heeft het iets ironisch, erkent Thijs Bol. De wetenschapper die juist pleit voor bescheidenheid als het gaat om onze omgang met prestaties, was afgelopen donderdag zelf het middelpunt van een ceremonie vol persoonsverering en uiterlijk vertoon.

De bijeenkomst met togadragende hoogleraren en een lofzang met als deftige Latijnse aanduiding ‘laudatio’ was Bols eigen oratie: de openbare redevoering waarmee hij zijn aanstelling als hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam aanvaardde.

Zijn leeropdracht is ongelijkheid en stratificatie – de academische term voor de indeling van groepen over verschillende lagen in de samenleving. In het bijzonder wil hij zich richten op de rol die willekeur daarbij speelt.

Toen zijn hoogleraarschap werd aangekondigd, kreeg Bol (39) tientallen reacties van collega’s dat de benoeming zo ‘verdiend’ was. Een gepensioneerde vakgenoot zag de dubbelzinnigheid van die felicitatie in, en voegde eraan toe: ‘Maar dat vind je zelf waarschijnlijk niet.’

Over de auteur
Jurre van den Berg is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland. 

Succes wordt gevierd, in Bols centrale stelling, zelfs als de invloed die we erop hebben maar beperkt is. Zo hardnekkig is het idee dat we leven in een meritocratie: een maatschappij waarin welke positie je bereikt een gevolg is van eigen talent en inzet. Verschillen in inkomen en status zouden zo te rechtvaardigen zijn.

Maar neem hemzelf als voorbeeld. Zijn ouders gingen niet naar de universiteit. Voor een tamelijk gemiddeld presterende student die koffie schonk in de opleidingskantine, was het toevallig dat een docent hem achttien jaar geleden vroeg of hij niet een paar werkgroepen wilde begeleiden. Zo rolde hij de wetenschap in. Een typisch geval van: op het goede moment op de juiste plek.

Speciale aandacht heeft Bol voor het onderwijs. Want als het gaat om ongelijkheid in de samenleving, is dat de belangrijkste sorteermachine, zegt hij. ‘Wie verdient veel, wie is gezond? Onderwijs is de sleutel.’

Je beschrijft dat je laatst iemand sprak die was uitgenodigd voor een ‘vwo-adviesfeestje’ voor een 12-jarige. Wat zegt dat verschijnsel volgens jou over deze tijd?

‘In de eerste plaats dat iedereen, in de eerste plaats ouders, maar zeker ook leerlingen, zich er ontzettend van bewust is hoe belangrijk onderwijs is geworden. Daarom wordt iets dat je vroeger domweg kreeg – een advies voor de volgende stap in het onderwijs – nu beschouwd als een succes dat je kunt behalen. Als een prestatie, een verdienste.

‘Niet dat die feestjes nu massaal plaatsvinden, maar ik zie er wel een symbool in voor de enorme nadruk op dat selectiemoment. Niet alleen omdat ouders nu eenmaal trots zijn op hun kind, maar omdat ze weten hoe bepalend dat moment is voor de toekomst.’

‘De werking van willekeur’, luidt de titel van je oratie. Maar is ‘willekeur’ wel het goede woord? Er zitten juist veel patronen in de ongelijkheden die je beschrijft?

‘Ik heb heel lang getwijfeld over die term. Je moet onderscheid maken tussen willekeurig op individueel niveau en op maatschappelijk niveau. Op individueel niveau heb je er geen enkele invloed op in welk gezin je geboren wordt. De ‘geboorteloterij’, noemen sociologen dit.

‘Maar dat betekent niet dat uitkomsten op maatschappelijk niveau willekeurig zijn – integendeel. Succes wordt niet willekeurig uitgestrooid over de samenleving. Kinderen met hogeropgeleide ouders die wonen in betere wijken en naar betere scholen gaan, schoppen het vaker verder in het leven. En dat je in een bepaald gezin geboren wordt, is geen gevolg van eigen inzet of prestaties, maar eigenlijk van een worp met een dobbelsteen.

‘Structureel geluk en structurele pech zijn kernzaken in de sociologie: waarom hebben bepaalde groepen bepaalde voordelen en andere niet? Maar we weten eigenlijk niet zo goed wat we aanmoeten met situationeel geluk. Iedereen kent uit zijn eigen leven momenten waarop je leven een wending nam. Een docent die op een cruciaal moment ziek was, of juist een stagebegeleider die het helemaal met je zag zitten – het overkomt je.

‘Wat ik wil onderzoeken, is de wisselwerking tussen structureel en situationeel geluk. Sommige mensen komen vaker in kansrijke situaties dan anderen. Ik stond misschien toevallig op dat ene moment in die universiteitskantine. Maar dat ik naar de universiteit kon, was geen toeval. Of neem stages. Die worden vaak matig betaald, en niet iedereen kan zich dat veroorloven.’

Het is geen nieuw inzicht dat echt niet alles het gevolg is van talent en inzet, erken je. Waarom is het toch nog belangrijk dat te benoemen en onderzoeken?

‘Omdat we er desondanks meer dan ooit in geloven dat succes wél onze eigen verdienste is. Van de mensen die vlak voor de oorlog geboren zijn, gelooft de helft dat vooral hard werken cruciaal is om ver te komen in de maatschappij. In mijn generatie, geboren in de jaren tachtig, is dat opgelopen tot driekwart.

‘Hoe ik dat verklaar? Het is voor succesvolle mensen wellicht prettig hun succes te claimen als hun eigen prestatie. Ik beweer echt niet dat talent en inzet er niet toe doen. Het probleem is alleen: die maatschappelijke posities zijn heel schaars, en mensen die misschien wel net zo geschikt zijn, vallen af.’

Wat zou het opleveren als we de rol van verdienste meer zouden relativeren?

‘Het leidt hopelijk in elk geval tot meer empathie. Tegelijkertijd los je verschillen niet op met een semantische correctie, bijvoorbeeld door het begrippenpaar lager- en hogeropgeleid in te wisselen voor praktisch en theoretisch geschoold. Er zijn immers wel degelijk grote verschillen tussen praktisch en theoretisch geschoolden: in loon, in status, in de kans op een gezond en prettig leven.

‘Als we de mate van verdienste echt relativeren, zijn zulke verschillen heel moeilijk te rechtvaardigen. Dan moeten we bepaalde beroepsgroepen ook veel beter gaan betalen. In het nieuwe regeerakkoord is echter het meritocratische idee juist erg aanwezig. Er wordt niet verder genivelleerd. En ik lees niks over het lerarentekort of over kansenongelijkheid in het onderwijs.’

Dat lijkt een trendbreuk: de laatste jaren was er juist veel aandacht voor kansenongelijkheid.

‘Daar is zeker heel veel aandacht voor geweest. Al schuilt er ook een gevaar in. Ondanks alle inspanningen en goede bedoelingen zullen kansen nooit gelijk zijn. We kunnen hooguit een deukje in die ongelijkheid slaan. We weten uit onderzoek dat kinderen voordat ze naar school gaan buiten hun schuld om al enorm verschillen: in woordenschat, in vaardigheden, in ondersteuning die ze thuis krijgen. Die verschillen worden wel iets kleiner op school, maar niet veel.’

Einstein en de banketbakker

De kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs werd voor het brede publiek zichtbaar in de geroemde documentaireserie Klassen. Die werd gemaakt door Sarah Sylbing en Ester Gould, die samen met Thijs Bols broer Daan de regie deden.

Op de achtergrond was ook Thijs Bol betrokken, als wetenschappelijk klankbord. ‘Kansenongelijkheid is een abstract begrip dat door de documentaire inzichtelijk is geworden’, denkt Bol. Het krachtigst vindt hij hoe in beeld werd gebracht hoe hard de uitwerking van vroege selectie in groep 8 is.

‘Je zag hoe leerlingen elkaar feliciteren met hun vwo-advies, en hoe scherp de competitie onderling was. Een jongen die een havo-advies kreeg, barstte in tranen uit. En de meester zei: ‘Het maakt allemaal niet uit. De een wordt banketbakker, de ander Einstein. Maar Einstein lust ook wel een taartje.’ Het was goedbedoeld, maar het maakt wél uit: de banketbakker en de natuurkundige hebben heel andere kansen in het leven.’

Zijn er maatregelen die wel nuttig zijn?

‘In de vroege levensfase kun je best dingen doen om kansengelijkheid te bevorderen. Met betere voor- en vroegschoolse educatie, met goede docenten, door het minder definitief maken van het selectiemoment voor vervolgonderwijs en het makkelijker maken om van niveau te wisselen. Maar het nieuwe kabinet wil juist bezuinigen op brede brugklassen, dus ik heb er een hard hoofd in.’

En de doorstroomtoets, de nieuwe centrale eindtoets op basis waarvan scholen hun voorlopige advies alleen nog naar boven mogen bijstellen?

‘Ik heb me de afgelopen jaren afgevraagd: moeten we wel zo inzetten op gelijkere kansen, of liever op gelijkere uitkomsten? Want dat naar boven bijstellen is bedoeld om iedereen de kans te bieden op die hogere opleiding, dat hogere loon. Maar: als iedereen op z’n tenen staat, blijven onderlinge lengteverschillen gelijk – maar staan we wel allemaal een stuk ongemakkelijker.

‘Het punt is ook: als een bepaald niveau toegankelijker wordt, zullen er altijd nieuwe onderscheiden gemaakt worden: profielscholen, meertalig onderwijs, exclusieve masters, een university college. Juist omdat onderwijs zo’n verschilmaker is. De intentie is niet slecht. Maar de segregatie is erg sterk, want wie naar welke school gaat, is niet willekeurig.’

Tegelijkertijd is het meritocratisch ideaal een reactie op een samenleving waarin je afkomst bepaalde waar je terechtkwam. Daar willen we toch niet naar terug?

‘Als je vader boer was, werd je ook een boer. Niemand verwachtte dat je naar de universiteit zou gaan. Nu is het idee dat je alles kunt bereiken, als je maar wilt. En dat is natuurlijk niet zo. We vergeten weleens dat het boek The Rise of the Meritocracy (1958), van Michael Young, niet bedoeld was als ideaal, maar als schrikbeeld. Want als succes een eigen verdienste is, is ook falen je eigen schuld.

‘Er zitten natuurlijk positieve aspecten aan de meritocratische gedachte. Het onderwijs is opener geworden, en verschil daagt uit. Ik pleit echt niet voor een nieuwe klassensamenleving, wel voor wat meer bescheidenheid in ons denken over verdienste. Onze samenleving is geen zuivere meritocratie en zal dat ook nooit worden.’

Hoe kan onderzoek naar de werking van willekeur bijdragen aan bewustwording en misschien zelfs verandering?

‘Bijvoorbeeld door uit te zoeken wat wel en niet werkt, als het gaat om het creëren van meer gelijke kansen. Denk aan methoden voor het ondersteunen van kansarme leerlingen. Of: wat is goed leesonderwijs? En hoe beïnvloedt selectie tussen basis- en middelbaar onderwijs het vervolg van schoolloopbanen? Meer in het algemeen is het een belangrijke taak voor ons als sociale wetenschappers om te blijven uitdragen dat een meritocratische samenleving een illusie is en te laten zien hoe beperkt maakbaar succes is.’

Je hebt onderzocht hoe bij de verdeling van onderzoeksbeurzen het Mattheus-effect geldt: wie veel heeft, krijgt nog meer. Je hebt zelf ook regelmatig onderzoekssubsidies binnengehaald. Is dat dubbel?

‘Daar zit zeker ongemak in. En dat geldt ook voor zo’n oratie. Is dat wezenlijk anders dan een vwo-adviesfeestje? Ik vind sowieso dat we ook in de wetenschap wat bescheidener mogen worden. Prijzen, erkenning: ook daarbij speelt willekeur een grote rol.

‘Een voorbeeld uit eigen onderzoek: het is op basis van kwaliteitsverschillen niet te verklaren waarom mannen twee keer zo vaak als vrouwen het predicaat ‘cum laude’ krijgen. Toch kan zo’n stempel een groot effect hebben bij een beursaanvraag of sollicitatie. Daar kunnen we beter mee stoppen.

‘Hetzelfde geldt voor symboliek die hiërarchie benadrukt. Wie mag er een toga aan, wie mag zichzelf professor noemen? Ik geloof echt niet dat ik benoemd ben omdat ik nergens verstand van heb. Maar heel veel anderen hadden ook prima op mijn plek kunnen zitten.’volk

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Weekendverhalen

Ingewijden over de beoogde premier Dick Schoof: ‘Er komt wel een mannetje binnen, met een bepaalde energie’

Claudia Sheinbaum wordt zondag waarschijnlijk de eerste vrouwelijke president van Mexico. Wie is zij?

De rechter die graag wat minder nadruk op bestraffing zou willen: ‘Straf gaat om veel meer dan vergelding’

Source: Volkskrant

Previous

Next