Met een kabinetsformatie in volle gang kwam de Europese campagne niet lekker op gang. De PVV, die toch lijkt af te stevenen op een uitstekend resultaat, zag er zelfs helemaal vanaf.
Niemand kan zeggen dat er geen campagne wordt gevoerd. GroenLinks-PvdA-lijsttrekker Bas Eickhout is de komende dagen permanent op pad, van festival naar debat naar flyeractie. Zondag bellen linkse partijprominenten vanuit het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid in Hilversum met Nederlanders om hen op te roepen te gaan stemmen.
Voor iedereen die op sociale media ook maar enigszins binnen het bereik van het D66-campagneteam zit, is het al weken onmogelijk om alle filmpjes, podcasts en berichten met uitleg over partijstandpunten te omzeilen.
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
De BBB gaat langs bij boeren. NSC heeft een eigen podcast en doet veel op Instagram. Op X gaan kandidaten van Volt hard in tegen de VVD. Forum voor Democratie toert door het land met de ‘vredeskaravaan’, waarin partijleider Baudet en lijsttrekker Ralf Dekker ageren tegen alles wat uit Brussel komt.
En toch is het heel goed mogelijk dat de argeloze kiezer tot nu toe nauwelijks heeft meegekregen dat komende donderdag de stembussen opengaan. Geen tv-debatten, geen harde confrontaties tussen politieke tegenpolen, nauwelijks spotjes op radio en tv. Het resultaat is een stembiljet vol lijsttrekkers die voor veruit de meeste kiezers nog steeds volstrekte onbekenden zijn. Om over de andere kandidaten niet te spreken.
Nieuw is dat allemaal niet. Tussen de Nederlandse kiezers, Nederlandse partijen en de Europese verkiezingen heeft het nooit echt willen boteren. In juni 1994, toen Nederland in binnen- en buitenland nog te boek stond als een enthousiaste pijler onder de Europese samenwerking, bleef de opkomst steken op nog geen 36 procent.
Het was dan ook al de derde keer dat jaar dat de kiezers naar de stembus moesten, na de raadsverkiezingen in maart en de Kamerverkiezingen in mei. ‘Tegen die tijd was de fut er wel wat uit’, stelde de Rijksuniversiteit Groningen later vast in een analyse van de campagne. ‘Niet alleen bij de kiezers, ook bij de partijen.’
‘Door deze verkiezingsvolgorde viel de Europese campagne bovendien samen met de kabinetsformatie’, treurden de onderzoekers nog wat verder. ‘Hierdoor kwamen de Europese verkiezingen toch weer in het teken van de landelijke politiek te staan.’
Die analyse blijkt dertig jaar later wonderwel te passen op de Europese campagne van 2024. Met de landelijke verkiezingen maar een half jaar achter de rug en een kabinetsformatie nog in volle gang, domineert de landelijke politiek in de hoofden van de kiezers.
‘Als we er rechtstreeks naar vragen, zegt ruim de helft van de kiezers dat hun keuze voor een partij bij de Europese verkiezingen vooral wordt bepaald door wat ze van deze partij zien in de landelijke politiek’, stelde onderzoeksbureau Ipsos I&O onlangs vast. ‘Als we – meer indirect – vragen naar de stemmotieven, blijkt eveneens dat de landelijke politiek leidend is. Kiezers gaan vooral af op de standpunten die de partij landelijk uitdraagt en de ideologie van die partij.’
Ligt dat aan de kiezers of aan de partijen, die duidelijk veel minder actief campagne voerden dan in november, toen hun Tweede Kamerzetels op het spel stonden? Vooropgesteld: nogal wat partijen bewaren hun munitie voor de laatste dagen. Vrijwel alle lijsttrekkers zijn dit weekend druk met acties. Veel campagneteams organiseren evenementen in de laatste dagen.
Maar uiteindelijk komt een campagne pas op gang door botsende ideeën, rivaliserende karakters, breed uitgemeten meningsverschillen. Tot zulke grote, meeslepende politieke aanvaringen over de toekomst van Europa, waarin een breed publiek werd meegenomen, kwam het nog niet.
Dat is niet los te zien van de voortgaande formatie: vier van de belangrijkste partijen zijn hun broze samenwerking nog aan het opbouwen en hebben er geen enkel belang bij om nu afstand van elkaar te nemen. De oppositiepartijen willen dat uiteraard wel, maar hebben nog geen regering waartegen zij vol overtuiging campagne kunnen voeren. Die staat naar verwachting pas eind juni op het bordes.
Dat de grote commerciële omroepen, RTL en SBS, anders dan bij landelijke verkiezingen geen brood zien in Europese tv-debatten, speelt ook een rol. Zelfs Tweede Kamerverkiezingen komen doorgaans pas echt op gang zodra de lijsttrekkers op de nationale televisie tegenover elkaar staan. Vaak verschuift er dan ook opeens van alles in de peilingen.
Dit keer moeten de kiezers het doen met één tv-debat, woensdagavond bij de NOS, een half etmaal voordat de stemlokalen opengaan.
Dat wordt dan ook meteen het eerste campagne-optreden van Sebastiaan Stöteler, de Europese lijsttrekker van de PVV. Waar de meeste andere partijen nog wel zeggen dat ze hun best doen om er wat van te maken, hield Stöteler zich consequent stil. Tegen interviewverzoeken zei hij nee, aan de kleinere debatten in zaaltjes in het land deed hij niet mee.
Zoals altijd is duidelijk hoe de verhoudingen in de PVV liggen. Geert Wilders voert zelf de campagnes; die vertrouwt hij aan niemand anders toe. Traditiegetrouw is berichtenplatform X zijn speelveld. Hij doet daar al weken enthousiast verslag van de peilingen, waarin de PVV met GroenLinks-PvdA aan kop gaat, en roept zijn aanhangers op te gaan stemmen, zonder verder veel woorden vuil te maken aan wat de PVV in Brussel gaat doen.
Ipsos I&O peilt de te verwachten opkomst vooralsnog op zo’n 42 procent. Voor wie een lichtpuntje zoekt: dat is ongeveer hetzelfde niveau als in 2019, maar nog altijd flink hoger dan in 1994.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant