Ik kocht een ringlight. Een goede twee jaar na de grote hype, zoals ik vroeger ook altijd een gameconsole van de vorige generatie kocht. Ik had hem ook niet nodig, dacht ik, want ik ben niemand aan het influencen op mijn Instagram en vlog ook mijn dagelijks leven niet op YouTube of TikTok. En nu staat er op mijn bureau een plastic ring op pootjes, met in het midden een flexibele houder voor mijn telefoon. Ik ben drie zielloze minuten verwijderd van de zin: Please like and subscribe.
Lees hier meer in NRC Magazine #29
Maar ik wilde het eens proberen. Ik heb een haat-hekelverhouding met foto’s, die me in het ergste geval (gemaakt door vrienden) confronteren met een vreemde gezichtsuitdrukking, en in het beste geval (gemaakt door mezelf) confronteren met rimpels en wallen. Terwijl ik door een professionele fotograaf al een paar keer best flatteus op beeld ben gezet. Daarbij speelt het juiste licht een hoofdrol.
Vandaar de populariteit van de ringlight. Ooit geëvolueerd van een instrument voor tandartsen en modefotografen naar een must voor tieners die elke scheet op internet zetten. Om vervolgens in de coronapandemie ook aan te slaan bij de gewone mens die, dagelijks geconfronteerd met zichzelf, graag wat frisser voor de dag wilde komen in videovergaderingen. Ze zijn tegenwoordig al voor zo’n twee tientjes online te krijgen.
Een ringlight doet eigenlijk niets meer dan een constante lichtbron verzorgen; door de vorm wordt het licht gelijkmatig verdeeld. Bij de meeste kun je de kleurtemperatuur aanpassen. Die van mij verlicht voor dat geld ook in rood, groen, blauw, paars, geel en als bonus: een bewegend discolicht.
Met een ringlight kun je altijd de ideale – lees: meest flatteuze – lichtval nabootsen, zegt Dieuwertje Bravenboer, die veel voor NRC fotografeert. „Als er licht van boven komt, neem de zon, komt het op je hoofd en op je neus terecht, eigenlijk op alles dat uitsteekt, en krijg je grote schaduwvlakken op je gezicht. Dat is nooit flatteus. Als de zon lager staat, krijg je het licht recht op je gezicht. Er is dan minder schaduw, waardoor je er knapper uitziet. Een ringlight zet je meestal ook echt recht voor je gezicht neer en die bootst vaak daglicht na.” Daarom ook dat mensen zich in pashokjes vaak niet mooi vinden, daar komt het licht ook van boven.
Lees hier meer in NRC Magazine #29
Vervolgens kun je met een ringlight experimenteren met de kleurtemperatuur en bekijken in welk licht je gezicht het best uitkomt. „Vaak is dat de wittige tint”, zegt Bravenboer. „Ik vind mezelf meestal het aantrekkelijkst met keihard flitslicht. Zo haal je alle oneffenheden weg op een foto. Het ligt er natuurlijk aan hoe je jezelf graag ziet, maar als ik er op een dag slecht uitzie, is een harde flits heel fijn.” Maar met zo’n flits moet je maar net op dat moment goed op de foto staan. Het fijne aan een ringlight is dat je een constante lichtbron hebt, je ziet meteen wat het met je gezicht doet.
Veel ringlights, ook de mijne, worden geleverd met een telefoonhouder die ín de ring zit. Bravenboer raadt af om hem zo te gebruiken. „Het nadeel van de ringlight direct vóór je gezicht, is dat je in je pupil de ring gereflecteerd ziet.” Je kunt dit oplossen door de ringlight íéts hoger te houden. Sowieso raadt ze aan om de telefoon en de ringlight los van elkaar te gebruiken, omdat je zo kunt experimenteren met de lichtval. Bovendien is een selfie iets meer van boven gemaakt ook aantrekkelijker dan een op ooghoogte. „Speel ermee, het kan sowieso niet misgaan.”
En spelen doe ik, met haar adviezen. In de juiste positie, met het juiste licht zou niemand kunnen zien dat ik de nacht hiervoor matig geslapen heb. Lijntjes lossen even op, wallen verdwijnen – hier kan geen concealer tegenop.
Please like and subscribe.
Source: NRC