Of hij stopt of doorgaat heeft Botic van de Zandschulp nog niet besloten, maar de tennisser weet vrijdag één ding zeker: ‘Ik kan niet op dezelfde voet door blijven gaan.’
De lach van Botic van de Zandschulp is breed en vol sarcasme. Of het desalniettemin vreugde opleverde dat hij vrijdagochtend samen met Robin Haase de eerste ronde in het dubbelspel op Roland Garros won, luidde de vraag? Zodra zijn lach is verdwenen: ‘Het was voor mij een moetje. Ik doe het voor Robin.’
De twijfels over de voortzetting van zijn tennisloopbaan die Van de Zandschulp (28) een paar dagen eerder openlijk deelde zijn niet weg. Wel meldde hij zich vrijdagochtend om 10.00 uur – ‘Het is heel lang geleden dat ik om die tijd moest spelen’ – voor een partij die eerst dagen was uitgesteld en vervolgens in een vervroegd programma was gezet. De toernooiorganisatie loopt door de vele regenbuien achter op schema.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Voor Van de Zandschulp, die eigenlijk maandagnacht al naar huis wilde, duurt de kwelling daardoor extra lang. Nadat hij samen met Haase overtuigend het Franse duo Alexandre Müller en Luca Sanchez versloeg (6-2, 6-4), is een langer bedrijf gegarandeerd. ‘Ik vind dat ik het aan Robin verplicht ben er alles uit te halen hier.’
Er is weinig mooier dan plezier hebben in sport, weet de 28-jarige tennisser. Lange tijd had hij dat. Hij klom naar de 22ste positie op de wereldranglijst, was een tijd de beste Nederlandse tennisser, haalde onder anderen de kwartfinale van de US Open.
En vroeger, toen hij de lessen over topsport en discipline nog moest leren, vond hij het spelen van wedstrijden juist geweldig. Het waren de trainingen waar hij soms lastiger voor te motiveren was. Inmiddels is het andersom.
Natuurlijk, zegt hij vrijdagmiddag na afloop van het dubbel, er waren altijd wel ups-and-downs in de tijd dat het goed ging. ‘Dat hoort er bij iedereen bij, denk ik.’ Geen enkele topsportcarrière gaat alleen maar goed. Maar sinds een maand of acht beleeft hij wedstrijden met enige regelmaat als een kwelling. ‘Dan voel ik dat ik helemaal niet op de baan wil zijn.’ Met enige sarcasme: ‘En als je wedstrijden speelt, is het wel handig om wél op de baan te willen zijn.’
Hij houdt nog steeds van zijn sport. Hij vindt het leuk tennisser te zijn. ‘In alles om de wedstrijden heen heb ik zeker plezier.’ Ruim een jaar geleden verloor hij op dramatische wijze een ATP-finale in München. Hij liet vier wedstrijdpunten te laten liggen. Het had zijn eerste titel kunnen zijn. Toen hij uit het zicht vervolgens gefrustreerd tegen een hard object schopte, blesseerde hij zijn voet, later kwam daar nog een enkelblessure bovenop.
Rond afgelopen najaar merkte hij voor het eerst tijdens wedstrijden: ik wil hier liever niet spelen. ‘Tennis is voor mij bewegen. Als ik beweeg, speel ik vaak goed. Bewegen is voor mij alles. Maar bij slechte wedstrijden voelt het alsof hij niet kan bewegen’, zegt hij, terwijl hij moeiteloos de partijen opdreunt waarop dat gebeurde.
Afgelopen maandag tegen de Italiaan Fabio Fognini had hij het gevoel dat hij elk moment door zijn enkel kon gaan. ‘En als dat gevoel de komende wedstrijden blijft aanhouden, is het het voor mij niet meer waard om te spelen. Je gunt het niemand om op de baan te staan en door een hel te gaan.’ Door emotie vlak na zijn nederlaag deelde hij vervolgens zijn twijfels. ‘Ik denk dat ik dat normaal gesproken niet had gedaan. Maar wat ik deelde speelde wel al langer.’
Is het faalangst? Hij haalt twijfelend zijn schouders op. Hij weet het niet. Haase zegt hem meer te gunnen. Niet als dubbelpartner, maar als tenniscollega. ‘Er is ook het feit dat je je dit leven maar tijdelijk kunt doen’, zegt de 37-jarige tennisser die speciaal voor het dubbel naar Parijs was gekomen.
Een tenniscarrière duurt niet oneindig lang. Bovendien geldt: wie tijdelijk niet speelt, maakt een vrije val op de wereldranglijst. Een val die Van de Zandschulp deels al maakte na een aantal mindere resultaten staat hij inmiddels op plaats 102.
‘Ik kan wel twee maanden trainen en superveel plezier hebben, maar dan ga ik naar een toernooi en veracht ik het misschien wel weer. Ik denk dat het nodig is dat ik wedstrijden speel. Dat is denk ik de enige manier om het op te lossen.’
Hij heeft een coach langs de baan, met wie hij tactieken en zijn techniek bespreekt. Hij heeft een fysiek trainer. Een mental coach, tegenwoordig steeds gebruikelijker bij topsporters, heeft hij niet. Van de Zandschulp: ‘Dat is zeker iets wat ik moet zoeken. Daar is zeker nog veel winst te behalen.’
Wel moet hij daar de juiste persoon nog voor vinden, zegt hij. ‘Misschien is het goed om met iemand te praten die een vreemde is, dat is soms makkelijker: iemand die je niet kent en die niks met tennis en de mensen om je heen te maken heeft. Ik kan niet op dezelfde voet door blijven gaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant