Door het groeiende mestoverschot zal het aantal melkkoeien in Nederland tot 2030 met 18 procent afnemen, schatten Wageningse onderzoekers. Strengere mestregels leiden nu al tot eenderde minder inkomen voor melkveehouders.
Het is voor het eerst dat de gevolgen van de mestcrisis voor de melkveesector in detail in kaart zijn gebracht. Sinds vorig jaar wordt de derogatie – een uitzonderingsregel die Nederlandse melkveehouders toestond meer mest op hun land te gebruiken – afgebouwd. Die veehouders moeten dus (meer) mest laten afvoeren, tegen hogere prijzen. Het leidt binnen de sector tot angst dat veel veehouders failliet gaan. Brancheorganisatie LTO schatte eerder dat mogelijk 600 duizend melkkoeien zouden verdwijnen, 38 procent van de huidige melkveestapel.
De onderzoekers van Wageningen University & Research komen in hun analyse in opdracht van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) uit op een aanzienlijk lager aantal. De NZO had de onderzoekers verzocht de gevolgen in kaart te brengen van het plan van aanpak dat minister van Landbouw Piet Adema begin april presenteerde. Adema wil onder meer een opkoopregeling voor veehouders optuigen en de afroming bij het verhandelen van fosfaatrechten verhogen. Zulke rechten zijn bepalend voor hoeveel dieren een veehouder mag houden. Elke keer dat ze verhandeld worden, wordt een deel van de rechten ingetrokken.
Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.
Afhankelijk van hoeveel veehouders meedoen aan de opkoopregeling, zullen die twee maatregelen volgens de onderzoekers leiden tot een krimp van de veestapel van 170 tot 450 duizend koeien tot 2030. In het gemiddelde scenario heeft Nederland over zes jaar 280 duizend koeien minder, zo’n 18 procent van de huidige melkveestapel. Een dergelijke krimp zou ook leiden tot minder stikstofuitstoot.
De onderzoekers schatten dat in het gemiddelde scenario de mestproductie niet ver genoeg zal dalen om onder het mestplafond te komen. De verwerking van mest tot kunstmestvervanger zou in dat scenario het verschil kunnen maken. Dan moeten veehouders wel eerst investeren in de benodigde installaties.
De mestcrisis vormt een substantiële kostenpost voor melkveehouders. Volgens de analyse bedraagt het huidige inkomensverlies 30 tot 40 procent van het bedrijfsinkomen. Vooral grote, intensieve veehouders zijn veel geld kwijt. Mestafzet is momenteel niet alleen duur vanwege de afbouw van de derogatie, maar ook omdat akkerbouwers door het natte weer minder mest kopen. Naar verwachting lopen de kosten de komende jaren verder op.
Het is overigens de vraag of het plan van aanpak van minister Adema zal worden uitgevoerd. Hij kreeg eerder steun van beoogd coalitiepartijen VVD en NSC, maar PVV en BBB waren tegen. In hun hoofdlijnenakkoord schrijven de partijen dat de mestcrisis ‘urgente aandacht’ krijgt, en vestigen ze hun hoop op het opnieuw bedingen van een uitzonderingspositie in Brussel en eventuele ‘noodmaatregelen’.
De onderzoekers constateren dat de Europese Commissie alleen een nieuwe derogatie zal verlenen als de waterkwaliteit in Nederland verbetert en de mestproductie daalt. Zonder maatregelen zijn beide onwaarschijnlijk. In dat geval komt een generieke korting dichterbij. Alle veehouders zouden dan bijvoorbeeld 10 procent van hun dieren in moeten leveren. Uit het onderzoek blijkt dat met name kleine veehouders daar de dupe van worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant