Home

‘Mijn grote, utopische gedachte is dat je met muziek conflicten kunt oplossen’

Als het aan Componist des Vaderlands Anne-Maartje Lemereis ligt, wordt muziekonderwijs toegankelijk voor elk kind in Nederland: ‘Onderwijs in muziek kan een kind creatiever, slimmer en gelukkiger maken. We doen kinderen, maar ook de samenleving tekort door het in de praktijk niet serieus te nemen.’

Wanneer ze als 26-jarige afstudeert aan het conservatorium, wordt ze door twijfel en schuldgevoel bevangen. Haar afstudeerrichting is klassieke muziek componeren: ‘In mijn eentje muziekstukken schrijven voor beroepsmusici die dat opvoeren in een zaal waar mensen kaartjes voor moeten kopen, that’s it.’ Wat haar dwarszit: in haar niche van de moderne varianten van klassieke muziek zijn niet meer dan negenduizend, vaak welgestelde, Nederlanders geïnteresseerd: ‘Wat is dan mijn maatschappelijke relevantie? Die vraag knaagde aan me: kon ik me niet beter laten omscholen tot docent op een basisschool? Uiteindelijk besloot ik de muziek toch een kans te geven.’

Die keuze volgt op een jeugd waarin muziek vanaf haar allereerste jaar een hoofdrol speelt – ‘muziek op schoot’ heet het programma op de muziekschool waarnaar haar moeder haar meeneemt. Op haar 4de zingt Anne-Maartje Lemereis zo vaak een zelf bedacht liedje over een mug in wintertijd, dat haar moeder besluit de noten vast te leggen in ‘Opus 1’ – nog onwetend dat dit het begin van een oeuvre wordt. Anne-Maartje wordt verliefd op de piano (‘voor mij nog steeds het allermooiste instrument’), waar ze ‘met vanzelfsprekende halsstarrigheid’ dagelijks minstens een half uur op speelt. In het Amersfoortse, antroposofische gezin (moeder docent Nederlands, vader beleidsmedewerker bij de gemeente) is dat half uur een voorschrift voor de vier kinderen, waarvan alleen de oudste, Anne-Maartje, dat vol overgave doet.

Over deze serie
In Het Ideaal interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Als 11-jarige voelt ze tijdens een kampeervakantie nabij de Mont Blanc ‘fysieke pijn’ bij ontstentenis van haar instrument: ‘Ik miste de piano zo dat ik pijn in mijn vingers voelde. Bij een gesloten restaurant stond ik door het raam te kijken, omdat er daar eentje stond.’ In datzelfde jaar speelt het Nederlands Blazers Ensemble in het Concertgebouw een compositie van haar tijdens het Nieuwjaarsconcert. Ze geeft dan ook al pianoles aan kinderen in de buurt en merkt ‘aanzienlijk moeilijkere stukken’ aan te kunnen dan leeftijdgenoten – de keuze voor het conservatorium is het logische vervolg.

Inmiddels is ze op 34-jarige leeftijd verkozen tot Componist des Vaderlands, een functie waarmee ze vooral haar ideaal van muziekonderwijs voor ieder kind dichterbij wil brengen: ‘Ik zie dat als een fundamenteel recht.’ De zelfbedachte liedjes die jonge kinderen vaak neuriën zijn in haar ogen een eerste stap naar zelf muziek schrijven. ‘Componeren kun je leren’, luidt haar slogan die in de professionele muziekwereld niet alom wordt gewaardeerd: ‘Die weerstand versterkt alleen maar mijn verlangen om creatief muziek maken voor zoveel mogelijk mensen binnen bereik te brengen.’

Waar kwam uw schuldgevoel na uw afstuderen vandaan?

‘Van jongs af was ik me altijd erg bewust van het klimaatprobleem en dierenwelzijn. Ik ging handtekeningen in de buurt ophalen, omdat ik in de Tam-tam, een tijdschrift voor jonge natuurbeschermers, over een bedreigde pandasoort had gelezen. Ik plakte ook op alle lichtknopjes in huis een sticker met ‘Wel het licht uitdoen!!!’, tot grote ergernis van mijn broertjes en zusje. In de badkamer en de wc hoefde überhaupt geen licht aan, vond ik, dus als zij stonden te douchen deed ik dat uit, in de volste overtuiging dat ik zo bakken elektriciteit bespaarde. Het was het soort micro-activisme dat voor mij als puber superbelangrijk was. Ik droomde ervan bij Greenpeace te gaan werken, ook al was ik daarvoor volslagen ongeschikt – zowel wat betreft interesse, uiteindelijk, maar zeker ook qua dapperheid.

‘Na mijn afstuderen knaagde aan mij het gevoel: wat ga ik nu voor de wereld doen? Zeven jaar lang had ik verkeerd in een fantastische bubbel met gelijkgestemden – geen studenten die tijdens hun studie even doorbijten om daarna een goede baan te vinden, maar mensen die zo veel liefde voor muziek voelen dat ze bereid zijn een werkveld te kiezen waarin geld verdienen moeilijk is. Zet die samen in een gebouw en je krijgt iets fantastisch. Zes tot acht uur per dag mocht ik ongestoord met mijn hoofdvak bezig zijn, zonder me druk te hoeven maken om geld, een ongekende luxe. Op het wegvallen daarvan was ik niet voorbereid.’

Wat maakte dat u toch voor de muziek koos?

‘Ik bedacht dat het maken van mooie muziek ook aan een betere wereld zou kunnen bijdragen. Dat was destijds nog niet zo’n diepe overtuiging – ik vond het vooral moeilijk me te verhouden tot een toekomstbeeld waarbij ik constant in mijn eentje noten zou schrijven. Maar ik besefte ook dat mijn grootste kracht én talent in de muziek liggen. Daarom wilde ik toch proberen daarmee die betere wereld dichterbij te brengen. Wat ook meespeelde was dat muziek in mijn puberteit mijn lifeline was geweest.’

Hoe dat zo?

‘In mijn pubertijd maakte ik door grote gezondheidsproblemen zware jaren mee. Vanaf mijn 11-de kreeg ik last van ernstige migraine en was ik vaak vermoeid. Uiteindelijk bleek er een puur fysieke verklaring voor te zijn, maar er is lang gedacht dat het psychisch was en dat therapie me zou helpen. In die jaren was ik niet mezelf en had ik last van depressies. De muziek heeft me er doorheen geholpen. Wanneer ik speelde, kon ik me gelukkig voelen.’

Hoe denkt u nu met muziek aan een betere wereld bij te dragen?

‘Mijn grote, utopische gedachte is dat we tegenstellingen ermee kunnen overbruggen en conflicten oplossen. Neem een orkest waarin mensen zitten die het onderling over veel zaken niet met elkaar eens zijn, maar toch gezamenlijk besluiten iets moois te willen maken. Als orkestlid kun je ervaren hoe het is zonder woorden meningsverschillen te overbruggen door het gezamenlijk ten gehore brengen van een mooi muziekstuk als doel te hebben. Voor mij staat een orkest model voor de utopische gedachte dat we met muziek, of met kunst in bredere zin, conflicten kunnen oplossen.

‘Als je je eigen geluk nastreeft kan dat al snel het geluk van een ander in de weg zitten, want geluk is voor iedereen iets anders. Je moet dus bereid zijn concessies te doen. Wat je nu ziet, is dat een kleine groep dat niet of nauwelijks doet, terwijl er veel mensen zijn die hele grote concessies moeten doen. Die ongelijkheid vind ik moeilijk te accepteren. Muziek zie ik als een manier om heel verschillende mensen bij elkaar te brengen en ze gezamenlijk in iets op te kunnen laten gaan, ondanks hun verschillen in achtergrond.’

Kunt u dat wat concreter maken?

‘Iedere woensdagavond leid ik in een wijkje in Amersfoort een orkest waarin mensen van verschillende achtergronden, met uiteenlopende politieke opvattingen en religies, bijeenkomen om anderhalf uur muziek te maken. Dat zijn volwassenen die nauwelijks ervaring met hun instrument hebben, er zit sinds kort een mevrouw van in de tachtig bij die op haar cello alleen losse snaren kan spelen. Geen enkel probleem voor dit orkest – de filosofie is dat je heel slecht mag zijn. Als je goed bent, word je er trouwens niet uitgezet, haha. Wat belangrijk is: iedereen gaat na afloop lichter naar huis, omdat er met zoveel liefde en plezier muziek wordt gemaakt. Als dat meer zou gebeuren, creëer je volgens mij in wijken meer onderling begrip en cohesie.’

Als Componist des Vaderlands maakt u zich boos over de staat van het muziekonderwijs – wat is er mis?

‘Ik vind het van fundamenteel belang, omdat onderwijs in muziek een kind creatiever, slimmer en gelukkiger kan maken. We doen dus kinderen, maar ook de samenleving tekort door het muziekonderwijs in de praktijk niet serieus te nemen. Want op veel basisscholen wordt er helemaal niets aan gedaan – het hangt vaak af van de persoonlijke interesse van een docent. Op veel middelbare scholen staat muziek wel als examenvak in de schoolgids, maar ontbreekt het simpelweg aan muziekdocenten. Ik vind dat onbegrijpelijk.’

Creatiever, slimmer, gelukkiger, dat zijn grote woorden.

‘Het blijkt uit het wetenschappelijk bewijs over de impact van muziek op de ontwikkeling van onze hersenen. Wanneer je voor je 7de een instrument leert bespelen, worden hersenen groter omdat er nieuwe verbindingen worden aangelegd: je leert iets wat je ziet, de noten, te koppelen aan vaak kleine bewegingen. En het bevordert abstract denken, omdat muziek ruimteloos is en alleen in de dimensie tijd bestaat. Het boek Singing in the brain dat Erik Scherder (emeritus hoogleraar neuropsychologie aan de VU) heeft geschreven vind ik fantastisch, omdat hij genuanceerd is: hij geeft aan wanneer onderzoeken niet waterdicht zijn, maar voert ondertussen overtuigend bewijs aan voor de invloed van muziek op de hersenen. Als je die tot je door laat dringen, wordt het economisch onbegrijpelijk dat we het onderwijs erin verwaarlozen. Je kunt kinderen er sneller en gemakkelijker door laten leren.’

Hoe verklaart u die verwaarlozing?

‘De maatschappelijke waarde die aan muziek wordt toegekend is laag, duidelijk minder dan bij andere opleidingen. Die houding bij de elite heeft zich politiek vertaald in bezuinigingen op muziekonderwijs en muziekscholen, vooral onder Halbe Zijlstra (VVD-staatssecretaris voor Cultuur van 2010 tot 2012, red.), die tot een kaalslag hebben geleid. Mijn grootste speerpunt is dat er echt anders over muziekonderwijs moet worden gepraat en gedacht. Niet alleen vanuit die economische redenering, maar ook door als samenleving het belang van creativiteit te gaan erkennen.

‘Wat ik leuker en belangrijker vind dan het economische voordeel, is dat je er creatievere kinderen door krijgt. Dat zie ik gebeuren bij mijn grootste liefde: mijn projecten met kinderen van 4 tot 18 jaar die ik leer te componeren. Zoveel lagen komen dan samen: het ontwikkelen van hun muzikale voorkeur, hun vermogen tot samenwerken en tot omgaan met kritiek. Het leert ze op een andere manier denken dan in het gewone onderwijs.’

Wat is er zo anders?

‘Het onderwijs is gericht op kennis reproduceren, want dat is zo fijn meetbaar. In het muziekonderwijs vertaalt dat zich in het behalen van graden wanneer je andermans noten goed naspeelt. Maar dat gaat totaal voorbij aan creatieve oplossingen bedenken, zelf creëren. Door die nadruk op noten lezen verliezen we tienduizenden leerlingen die van muziek houden, maar die de gehanteerde methode niet cool vinden. Leer je ze om zelf te componeren, het allerleukste wat er in de muziek bestaat, dan prikkel je hun voorstellingsvermogen.’

‘Componeren kun je leren’, uw leus, wordt niet door iedereen gewaardeerd.

‘Er bestaat inderdaad enig dedain bij professionele musici die vinden dat ik het vak daarmee omlaag haal. Die weerstand sterkt me eerlijk gezegd alleen maar in mijn overtuiging dat ik op het goede spoor zit. In mijn ogen kan het heel goed naast elkaar bestaan: de geniale componist, naast het kind dat er misschien geen aanleg voor heeft, maar er voor zijn ontwikkeling toch bij is gebaat. Ook hoop ik zo jongere generaties naar de concertzaal te halen. Schilder je zelf, dan wil je naar het museum om te zien: hoe doet Rembrandt dat nou? Zo werkt het ook bij muziek.

‘Het belang kinderen te leren componeren is een hele diepe overtuiging van me. Samen met mijn vriend heb ik de stichting ‘In de knop’ opgericht. Mijn werk daarvoor zie ik als een levensdoel – een missie waarvan ik weet: hier kan ik me de komende twintig jaar met gemak volledig voor inzetten. Ik geloof hier zó sterk in.’

Boektip: Poetics of Music, Igor Stravinsky

‘Wat is de essentie van muziek, hoe kun je het beleven en bedenken? Componist Igor Stravinsky schrijft erover in dit boekje. Mijn exemplaar staat vol uitroeptekens – soms omdat hij precies mijn gevoel onder woorden brengt, soms omdat ik het hartgrondig oneens ben, maar altijd zet hij me aan het denken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next