Je mag wel zeggen dat we in fascistische tijden leven, maar toch kun je dat beter niet doen. Voor je het weet trekken allerlei partijen en personen de schoen aan, en als die dan blijkt te passen, worden ze boos en heb jij het gedaan. Het zal er wel bij horen, maar het blijft vreemd: zelden tref je een fascist die trots is op de naam van zijn gedachtengoed.
De nieuwe tijden brengen hoe dan ook een nieuwe taalgevoeligheid met zich mee. Gelieve het woord fascisme niet te gebruiken. De extreem-rechtse Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV) wil het woord extreem-rechts niet meer horen. Vorige week besloot de nieuwe Kamermeerderheid dat de Palestijnse vrijheidsleus – ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ – oproept tot geweld, en daarmee strafbaar is.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Er is een belangrijke discussie mogelijk over de vraag of we echt in fascistische tijden leven, of dat het soms alleen maar zo lijkt. Op zich zijn er genoeg partijen die ook aan genoeg kenmerken voldoen. Maar niet aan alle, zeggen deskundigen, soms ontbreken er nog een of twee of drie. Ik deel het verlangen naar precisie. En bij bingo mag je inderdaad pas roepen als je hele kaart vol is, maar is dit bij fascisme ook een spelregel waar je wat aan hebt?
Eerst vond ik kritiek op de Palestijnse leus alleen maar belachelijk. Wie maakte zich nou druk over het taalgebruik van demonstranten? Zeker als je ook even keek naar waartegen er geprotesteerd wordt, naar wat er in Gaza gebeurt, puur voor de verhoudingen. De ene partij bombardeert burgers, hongert kinderen uit en vermoordt hulpverleners, de andere partij gebruikt een discutabele vrijheidsleus. Toch zijn we het er niet over eens welke partij we het eerst zullen vragen of ze willen ophouden.
Ergens had ik ook wel opgevangen dat Hamas de leus had overgenomen en tot een kenmerkende strijdkreet had gekozen, de betekenis daarvan drong alleen wat laat tot me door. Want dan is het geen neutrale vrijheidsleus meer, natuurlijk, laat staan vredelievend. Je kunt ook niet de hele dag ‘Heil Wilders’ door de gangen roepen en vervolgens zeggen, als iemand informeert of het wat minder kan: het doet u misschien aan Hitler denken, maar voor mij is heil een doodgewoon Duits woord.
In bijna alle kritiek op de daden van Israël, al komt die van het Internationaal Gerechtshof of van de VN, ziet premier Netanyahu antisemitisme. Waar is hij bang voor? Waar probeert hij voor te waarschuwen? Dat iemand in de wereld het in zijn hoofd zal halen om te gaan doen wat hij aan het doen is?
Tijdens het plegen van misdaden kunnen daders zich niet beroepen op hun slachtofferschap. Maar zodra hierop wordt gewezen, denken velen per ongeluk of expres dat daarmee het slachtofferschap wordt ontkend. Dat is de emotionele logica die op alle steunbetuigingen aan Palestijnen automatisch een antisemitische verdenking laadt. En anders geven de nieuwe regeringspartijen die er wel aan. Zodat het voor de een onveilig wordt om zich voor vrede uit te spreken, en voor de ander bedreigend om aan te horen.
Zo’n tijd – is dat nieuw? Anders zouden we er een term voor kunnen bedenken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant