Stel, het politieke klimaat in dit land was compleet anders. Stel, op 22 november 2023 had niet rechts de vervroegde verkiezingen gewonnen, maar links. Gewoon omdat PvdA, GroenLinks en, vooruit, SP en Bij1 beschikten over goede, aansprekende ideeën en charismatische leiders waardoor ze een hallucinante zetelwinst boekten. Dan was het logisch geweest dat deze partijen zouden proberen om tot een kabinet te komen.
Zo werkt het in een parlementaire democratie, nietwaar? Heeft de bevolking een overduidelijke voorkeur voor links beleid, dan verdient het een linkse regering. Heeft de bevolking een overduidelijke voorkeur voor rechts beleid, dan verdient het een rechtse regering. Dat is even slikken als je toevallig het omgekeerde gedachtengoed bent toegedaan – maar schrale troost: niets blijft altijd hetzelfde in een democratie. Met een beetje geluk, geduld en hard werken kan over een paar jaar alles weer anders zijn.
Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een abc’tje, volgens mij. Maar de verliezers van november blijken daar anders over te denken. Al sinds de verkiezingsuitslag beweert menigeen dat dit land afstevent op de ondergang.
Zo zijn vergelijkingen met de vorige eeuw ongekend populair (‘De Duitse en Italiaanse dictaturen van de jaren dertig zijn ook op democratische wijze tot stand gekomen’, las ik woensdag in een ingezonden opinie in deze krant). Zo moet de vooroorlogse schrijver Menno ter Braak met vaste regelmaat opdraven als kroongetuige. En zo is de overtuiging dat het laatste uur heeft geslagen voor islamitische Nederlanders welhaast gemeengoed. ‘De haat jegens moslims is verdisconteerd in het hoofdlijnenakkoord’, las ik deze week in een opiniestuk in dagblad Trouw. ‘De aai over de bol wordt vervangen door de zweepslag.’
Zou het werkelijk?
Hopelijk ten overvloede: ook ik had straks liever een ander kabinet op het bordes gezien. Aan mijn stemgedrag heeft het niet gelegen, zeg maar. Toch, de suggestie dat de apocalyps met rasse schreden nadert, lijkt me nogal potsierlijk – om niet te zeggen gevaarlijk. Wie zo’n scenario uitdraagt, heeft naar mijn smaak een wel héél mager geloof in de rechtstaat, de democratische instituties en de Grondwet. Alsof je die moeizaam bevochten verworvenheden op een achternamiddag hors concours kunt verklaren.
Natuurlijk, het is met de rechtstaat als met een grote liefde. Wil je samen je oude dag halen, dan moet je je best blijven doen. Niet zelfgenoegzaam achteroverleunen en denken dat jou niks kan gebeuren. Maar het andere uiterste – menen dat je liefde nergens tegen bestand is – getuigt wel van heel weinig vertrouwen. Van heel weinig zelfvertrouwen ook.
Wat moeten we in dit verband denken van beoogd premier Dick Schoof? In maart dit jaar – toen hij noch wij wisten wat we nu weten – gaf hij een interview aan weekblad De Groene Amsterdammer. Daarin zei hij moeite te hebben met het ‘frame’ dat de democratie ‘op het punt staat van doodgaan, als gevolg van de verkiezingsuitslag’. Hij lokaliseerde zijn ‘morele pijngrens’ daar waar ‘de hele Staten-Generaal wetten gaat aannemen en de Grondwet zo gaat wijzigen, dat je serieuze vraagtekens kunt gaan zetten bij het voortbestaan van de democratie’. Op de vraag wat te doen als de politiek ‘ongrondwettelijke besluiten’ neemt, zei hij: ‘Dan strandt het gewoon bij de rechter of bij het Europees Hof. Onderschat de rechtstatelijke instanties van ons land niet.’ Bovendien noemde hij de vrijheid van meningsuiting en het gelijkheidsbeginsel ‘cruciale waarborgen’ van de rechtstaat.
Heus, ik geloof graag dat zijn benoeming ‘een gok’ is, zoals het Commentaar van deze krant woensdag schreef – dat is élke benoeming per slot. Ook zal hij ongetwijfeld, zoals ik in profielen lees, ijdel zijn – zelf ken ik eerlijk gezegd geen enkel publiek personage (m/v/x) dat deze eigenschap níét bezit. En wellicht, zoals het orakel uit Genua gisteren op HP/De Tijd voorspelde, overschat hij zichzelf en meent hij ten onrechte dat hij een ‘fatsoenlijke regering kan leiden die steunt op een onfatsoenlijke coalitie’.
Toch, als we de man nou eens het voordeel van de twijfel gunnen? Toegegeven, dat is heel ouderwets. Maar misschien juist daarom wel heel verfrissend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant