Niet al het nepnieuws wordt via sociale media verspreid door geautomatiseerde trollen of radicaal-rechtse jonge mannen. Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 blijkt een opmerkelijk groepje actief te zijn geweest op Twitter. Oudere Republikeinen, vooral vrouwen.
De FBI en de media hielden er voorafgaand aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2020 ernstig rekening mee dat er nepnieuws zou rondgaan door Russische inmenging en geautomatiseerde trollenaccounts, zoals bij de verkiezingen in 2016 was gebeurd.
Nu blijkt dat het overgrote deel van de onware berichten op Twitter (nu X) is verspreid dankzij ‘handmatig en aanhoudend retweeten’ door met name Republikeinse vrouwen van middelbare leeftijd. Dit schrijven onderzoekers van de Israëlische Ben-Gurion Universiteit en de Amerikaanse universiteiten Harvard en Northeastern donderdag in het wetenschappelijk tijdschrift Science.
Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen en maatschappij.
Zij onderzochten het twittergedrag van 664.391 geregistreerde Amerikaanse kiezers tijdens de campagne van 2020 en ontdekten dat daarvan 2.107 accounts verantwoordelijk waren voor maar liefst 80 procent van het nepnieuws dat werd verspreid via Twitter; ‘veeldelers’ dus.
De gemiddelde volger van een veeldeler op Twitter had tweeënhalf keer zoveel kans op politiek nieuws afkomstig van nepbronnen als het gemiddelde lid van de onderzoeksgroep.
De onderzoekers citeren geen tweets uit privacyoverwegingen, laat hun woordvoerder Nir Grinberg van Ben-Gurion desgevraagd weten. Grinberg geeft wel voorbeelden van het soort nepnieuws dat werd verspreid, zoals over een Democratische gouverneurhttps://web.archive.org/web/20201124170822/https://www.thegatewaypundit.com/2020/11/pa-governor-congratulates-crooked-election-workers-kicked-trump-campaign-poll-observers-performed-admirably-honorably/die corrupte verkiezingswaarnemers zou hebben gefeliciteerd.
In 2018 bleek onder meer uit onderzoeken van de Amerikaanse Senaat dat Russische trollen bij de presidentsverkiezingen van 2016 tussen Hillary Clinton en Donald Trump werden ingezet om Afro-Amerikanen ten gunste van Trump te beïnvloeden via Facebook en Instagram. Trump werd in 2016 tot president gekozen. Bij de verkiezingen van 2020 werd Trump verslagen door de Democraat Joe Biden.
Bij die laatste verkiezingen blijkt de supersharer (veeldeler) meestal geen Russische trol te zijn geweest maar een oudere Republikein: 5 jaar ouder dan gemiddelde delers van nepnieuws en 17 jaar ouder dan het gemiddelde lid van de onderzoeksgroep.
De meeste veeldelers (64 procent) waren Republikein en vrouw (59 procent). Ze woonden vooral in Florida, Arizona en Texas, hadden iets minder opleiding dan gemiddeld en wat meer inkomen (2.500 dollar op jaarbasis) dan gebruikelijk voor deze groep.
De onderzoekers bekeken ook hoeveel geautomatiseerde bots onder de 2.107 veeldelers te vinden waren: dat bleek slechts 7,1 procent. Er waren geen aanwijzingen dat de veeldelers apps of andere technieken gebruikten om bovengemiddeld veel nepnieuws te verspreiden.
Wel posten de veeldelers relatief veel retweets: drie van de vier berichten die ze op Twitter deelden. Ofschoon de onderzoekers het gebruik van verfijndere automatisering niet kunnen uitsluiten, lijkt het erop dat fanatiek handmatig retweeten de gebruikte methode was.
Op deze manier bereikte 0,3 procent van de onderzoeksgroep 5,2 procent van de kiezers. De onderzoekers benadrukken dat dit meer is dan de 3,4 procent van de Amerikanen op Twitter die volgens eerdere schattingen Russische nepaccounts volgden.
De veeldeler blijkt op geen enkele manier te voldoen aan het steotype van de jonge hacker-achtige man uit de alt-rightbeweging. De onderzoekers gissen naar oorzaken, zoals dat ouderen meer politiek participeren dan jongeren, maar komen niet tot een duidelijk antwoord.
Dat supersharers op Twitter merendeels handmatig retweetende ouderen blijken te zijn en geen geautomatiseerde bots, verklaart ook waarom eerdere pogingen om Twitter te zuiveren van ‘niet-authentieke’ (geautomatiseerde) berichten weinig uitrichtten tegen de verspreiding van nepnieuws, volgens de onderzoekers. Het beperken van het aantal retweets dat een account kan plaatsen zou volgens hen vermoedelijk meer zoden aan de dijk zetten.
‘Leuk onderzoek, vooral de bevinding dat het vaak vrouwen zijn’, zegt Rens Vliegenthart, hoogleraar strategische communicatie aan de universiteit van Wageningen. ‘In 2020 is een onderzoek over Facebook gedaan en daar ging het vooral over oudere conservatieve mannen. Dat verwacht je dan ook bij Twitter.’
Vliegenthart vindt wel dat de onderzoekers ‘de impact wat hard aanzetten’. Van de mensen die Twitter gebruiken, volgt 5 procent een veeldeler. ‘Maar hoeveel berichten van die mensen daadwerkelijk een politieke inhoud hebben, zegt dit onderzoek niet.’
‘Wat mij opvalt is dat de term fake news niet helder wordt ingevuld’, zegt Bharath Ganesh, onderzoeker van online-propaganda en buitenlandse beïnvloeding aan de Universiteit van Amsterdam. ‘De supersharers verwijzen naar nepnieuws-sites, maar hóé doen ze dat?’
Bovendien, zegt Ganesh, negeren de onderzoekers kwalitatieve onderzoeken die al langer in de richting van deze uitkomst wijzen. ‘Lees het boek The Women of the Far Right van Eviane Leidig en je ziet hoe goed vrouwen hun boodschap online kunnen verpakken.’
De Amerikaanse onderzoeker Leidig bracht in kaart hoe een internationale groep van radicaal-rechtse vrouwen, onder wie de Nederlandse Eva Vlaardingerbroek, racisme en migrantenhaat normaliseert via onder meer Instagram en TikTok.
‘Toch ben ook ik wel een beetje verrast dat met name oudere vrouwen nu zó sterk vertegenwoordigd blijken te zijn onder de verspreiders van nepnieuws’, reageert Leidig op het Science-artikel. ‘Het past wel goed bij mijn onderzoek, waaruit blijkt dat jonge vrouwen vaak een brugfunctie vervullen tussen de extreme en meer mainstream platforms voor sociale media.’
Het lijkt Leidig dan ook geen toeval dat de veeldelers vooral te vinden waren in Florida, Arizona en Texas: swingstates waar de Republikeinse en Democratische presidentskandidaten, anders dan in ‘rode’ of ‘blauwe’ staten, een kans hebben elkaar te verslaan.
Rens Vliegenthart: ‘Deze vrouwen zijn niet de usual suspects. We moeten het idee loslaten dat het bij de verspreiding van nepnieuws altijd om rechtse jongeren of oude mannen gaat.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant