De lente van 2024 gaat de boeken in als de warmste lente ooit gemeten. Met 324 millimeter neerslag is het ook de natste lente die men in De Bilt ooit zag. De diagnose van de klimaatexperts: veel pech, ‘met een sausje klimaatverandering eroverheen’.
Eén blik uit het raam was afgelopen maanden genoeg om het te kunnen vaststellen: het kwam deze lente met bakken uit de hemel. ‘Ik denk dat dat grotendeels toeval is’, zegt onderzoeker Carine Homan van het KNMI. ‘Er zijn veel lagedrukgebiedjes over onze omgeving gekomen.’
Door de opwarming van het klimaat zijn er wel verschuivingen zichtbaar: meer heftige buien, doordat regenwolken sneller opstijgen en sneller uitregenen, en doordat de lucht warmer is en dan meer vocht kan bevatten. ‘We zien verschijnselen die voorheen normaal waren in de zomer, nu ook in de lente’, zegt Homan.
Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.
Wat ook enigszins meespeelt, is dat het zeeverschijnsel El Niño, bij Chili, de thermostaat op aarde afgelopen jaren een tandje hoger heeft gezet. ‘Na een El Niño zien we wel vaker een wat nattere lente. Maar het signaal is niet heel sterk’, benadrukt Homan.
Voor de recordlijstjes: landelijk viel er deze lente 266 millimeter, veel meer dan de 95 tot 216 millimeter die normaal is. De lente van 2024 zou daarmee landelijk op plek twee komen van natste lentes sinds 1900, na die van 1983 (toen viel er nog 20 millimeter meer). Lokaal, in onder meer De Bilt, noteerde men wél de natste lente ooit.
Maart was met 9 graden al recordwarm, en de lente als geheel is dat zeer waarschijnlijk ook: 11,5 graden, naar verwachting net iets warmer dan de recordwarme lente van 2007 (11,4 graden).
Er valt nog iets op. De warme lente van 2007 was nog een uitzondering, iets wat je minder dan eens in de tien jaar zou verwachten. Maar omdat de aarde inmiddels weer wat verder is opgewarmd, valt de recordwarmte van 2024 inmiddels binnen de bandbreedtes van wat nu al het ‘normaal’ is.
Mei breekt met een gemeten temperatuur van 15,5 graden naar verwachting geen warmterecord, maar komt waarschijnlijk op plek vier in de ranglijst van warmste lentes ooit in ons land gemeten, na 2018, 2008 en 1992.
Een opvallend cijfer meldde intussen het Europese centrum voor klimaatonderzoek Copernicus. Onlangs maakte dat centrum bekend dat het voor het eerst een heel jaar lang meer dan 1,5 graad warmer op aarde was dan in 1900 – de grens die was gesteld in het klimaatakkoord van Parijs. Van mei vorig jaar tot en met april dit jaar bedroeg de opwarming van de aarde 1,61 graad. Enige verzachtende omstandigheid is dat een deel van die opwarming voor rekening komt van El Niño.
Alle nattigheid ten spijt: wie denkt dat we nu vast geen droogte meer krijgen in de zomer, komt bedrogen uit. ‘Als het nu langdurig stopt met regenen, kan het neerslagtekort gewoon weer oplopen’, zegt droogte-expert Karin van der Wiel (KNMI). ‘Het komt vaker voor dat we na een natte periode toch weer droogte krijgen.’
Dat klinkt raar, en op internet drijven klimaatsceptici er de spot mee: of het nu droog of nat is, die wetenschappers schrijven ook álles toe aan het klimaat. Maar het is niet anders, zegt Homan: ‘Ik snap dat het verwarrend is, maar het weer wordt extremer alle kanten op. Nat wordt natter, en droog wordt droger.’
Beetje open deur misschien: van een neerslagtekort, dat vorig jaar rond deze tijd nog griezelig snel opliep, is momenteel geen sprake. ‘De natuurlijke buffers zoals de grondwaterstand en rivieren en meren zijn natuurlijk nu wel ultiem goed gevuld’, zegt Van der Wiel.
Maar als het ophoudt met regenen, en de energierijke lente- en zomerzon de verdamping aanzwengelt, komt het systeem terecht in wat kenners een ‘cascade van droogte’ noemen: eerst verdroging van de bodem waar de planten wortelen, dan het uitputten van allerlei natuurlijke voorraden, dan de zichtbare gevolgen voor scheepvaart en landbouw.
Natuurlijk, de komende decennia zullen in ons land de lentes warmer worden, met naar verwachting nog eens zo’n 1,5 graad erbij in het jaar 2100. Er zal gemiddeld zo’n 5 procent meer neerslag zijn, de verdamping zal met een procent of vijf toenemen, en daardoor zal het neerslagtekort zo’n 5 tot 10 procent oplopen, is de verwachting.
Maar dat zijn de gemiddelden, de grote lijn. Slecht zicht hebben klimaatonderzoekers op hoe die grote beweging zich precies zal vertalen naar concrete stortregens en droogtes in de lente, op het postzegeltje aardoppervlak genaamd Nederland. ‘De winters worden natter, de zomers droger’, schetst Van der Wiel. ‘En ergens in de lente zich de knik. Misschien wordt maart natter en mei droger, we weten het niet.’
Zo raken lente en herfst steeds meer in de knel tussen de hete zomer en de natte winter, met alle onvoorspelbaarheid van dien. Voorlopig staan de weersvooruitzichten nog niet direct op ‘zomer’. Zondag wordt het een droge dag, daarna is er weer elke dag kans op een bui, met vooral na volgende week zaterdag meer regen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant