Een moederfiets is als een moeder. De moederfiets begint als een gewone, stevige fiets. Dan komt er een voorzitje op het stuur. Later nog een stoeltje achterop. Kleine steuntjes om de voeten op te zetten. Een windscherm, misschien. Fietstassen, want al die shit moet ook mee. Een krat voorop. En dan nog de kinderen en de echte moeder boven op de moederfiets. De moederfiets is een tank. De moeder ook.
Met het verstrijken van de jaren gaat het voorzitje eraf. Dan het achterzitje. De fietstassen hangen er nog een tijdje aan, maar verpieteren vanzelf, en kunnen ook weg. Zoveel hoeft de moeder niet meer mee te slepen. De moeder zelf verandert ook. Haar lichaam verandert terug, niet in de oude vorm, maar in een niet-zwangere vorm.
De rugzakken, de luiertassen, de doeken, de spenen, de jaszak vol Ligakruimels, het wordt allemaal minder, lichter, gestroomlijnder, en op een dag fiets je ergens met je 14-jarige zoon, en zegt hij: ‘Vind je het erg als ik voor je uit naar huis fiets, je fietst zo langzaam.’ En dan zie je hem gaan, met die gespierde benen, hop, hij vliegt voor je uit op het fietspad.
Mijn tien jaar oude moederfiets was moe. Alle zitjes waren er allang af, de enige moederlijke resten waren het krat – nu voor de hond – en de dubbele standaard. Verder was het een gewone, afgeragde fiets. Die voor vierhonderd euro gerepareerd moest worden.
Via de berekeningen die je brein dan maakt (400 euro betalen aan reparaties is meer dan 1.000 euro voor een nieuwe fiets), kwam ik uit op: ik moet een nieuwe fiets. Nee, beter nog, ik mág een nieuwe fiets.
Mijn eigen fiets was er inmiddels in een nieuw, lichter model, met lampen die zelf weten wanneer ze aan en uit moeten, en in allerlei kleuren. Tien jaar geleden was hij alleen in het zwart verkrijgbaar.
Ik twijfelde lang en koos alsnog voor de kleur die ik eigenlijk meteen al het mooist vond: Sparkle Red. Het krat moest bruin zijn, dat voelde ik ook sterk.
Ik fiets er nu een week op. Het is alsof ik een nieuw leven heb. Ik kijk, echt heel vaak, gefascineerd hoe mooi de kleur van mijn fiets is. ‘Sparkle Red’, fluister ik dan zachtjes voor me uit.
Dan zie ik een vrouw uit de buurt, nog op volledig uitgeruste moederfiets, zitjes, tassen, kinderen, traktaties, knutsels, langzaam door de bocht gaan. Op een dag heb jij ook een rode, glimmende fiets, denk ik dan. En dan zie je je tienerkinderen kletsend voor je uit fietsen, omdat jij zo langzaam bent. En dan weet je dat je het goed hebt gedaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant