Home

Zonder zijn partij Fidesz wordt het oorlog in Europa, vertelt Orbán zijn kiezers

Waar zijn de media in het buitenland vol van? Vandaag: een radicale angstcampagne moet de Orbán-kiezers het stemhokje in krijgen, maar het is niet de bedoeling dat onafhankelijke Hongaarse media daarbij zijn, ziet correspondent Arnout le Clercq.

‘Er zijn niet genoeg witte christenen in Europa’, zei Viktor Orbán afgelopen week op een campagnebijeenkomst in het zuidoosten van Hongarije. De premier maakt in zijn toespraken regelmatig toespelingen op de racistische ‘omvolkingstheorie’, een complot waarin de Europese bevolking zou worden vervangen door migranten. Hij formuleerde deze gedachte al eerder op de landelijke radio, maar niet zo unverfroren als in deze toespraak, opgetekend door onafhankelijke nieuwssite Telex en lokaal medium Szegeder.

De verkiezingen voor het Europees Parlement in Hongarije, die samenvallen met lokale verkiezingen op 9 juni, gaan over van alles, behalve over het Europees Parlement (daar staat Hongarije niet alleen in). Voor Fidesz, de partij van Orbán, in de peilingen nog steeds de grootste, gaat het voornamelijk over één ding: oorlog. In zijn wekelijkse radio-interview, in werkelijkheid meer een toespraak, noemt Orbán het woord oorlog aan de lopende band. Nieuwssite 444 becijferde het record op 67 keer in 25 minuten.

Over de auteur

Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Overal hangen verkiezingsposters met ‘háború’ (‘oorlog’) in koeienletters. Sinds kort zijn er ook borden met ‘béke’ (‘vrede’). Tezamen geven ze het Hongaarse straatbeeld een tolstojaans tintje. Het gaat uiteraard om de Russische invasie van Oekraïne, het buurland dat Hongarije als een van de weinige lidstaten van de EU nauwelijks steunt. Maar ook om de toekomstige oorlog waar het continent volgens Orbán in verzeild raakt als er niet onmiddellijk een staakt-het-vuren komt.

Oorlogshitsers

De oppositie, Brussel, de VS en vrijwel elk EU-land zijn oorlogshitsers volgens de premier. Alleen door Fidesz en het radicaal-rechtse blok groot te maken deze verkiezingen, kan dit worden gestopt - zo gaat het toch nog een beetje over het Europees Parlement. Een stem voor Fidesz is een stem voor vrede.

Van oorlog naar ‘omvolking’, laat dat maar aan Orbán over met zijn retorische zevenmijlslaarzen. Dat er zo weinig ‘witte christenen’ zouden zijn, komt volgens hem doordat ‘ze tijdens de wereldoorlogen bij bosjes zijn neergeschoten’ (…) ‘hun kinderen en kleinkinderen ontbreken, waardoor er niet genoeg mensen zijn’. Dit ‘vacuüm’ veroorzaakt migratie, zegt de premier, en zo knoopt hij de hengsels van zijn stokpaardjes aan elkaar vast.

Vredesduif

Dat er nu bijna twee keer zoveel Europeanen zijn als voor de Eerste Wereldoorlog, dat de bevolkingskrimp in Hongarije pas inzette in de jaren tachtig en dat 324 duizend Hongaren zijn geëmigreerd sinds hij aan de macht is – details, details, onbelangrijk voor Orbán die deze weken als vredesduif en onheilsprofeet ineen door zijn land fladdert.

Wie daarvan verslag wil doen, kan zijn borst natmaken. Waar en wanneer Orbán optreedt is namelijk geen openbare informatie. Dit is al langer een patente truc in verkiezingstijd om kritische media uit de buurt te houden. Onder meer Telex en 444 omzeilen dit door hun lezers om tips te vragen. En op basis van ingestuurde brieven weten ze soms waar Orbán zal zijn.

Straatvechters

Dit levert boeiende inkijkjes op in Orbáns campagne, zoals Telex in zijn filmpjes laat zien (ook met Engelse ondertiteling). Een filmpje van 444, dat binnensloop bij Fidesz-prominent Szilárd Németh, toont de opzwepende taal van de bijeenkomsten. Németh waarschuwt voor een ‘kernoorlog’ en roept op om wat Fidesz bereikt heeft, als ‘straatvechters’ te beschermen.

De campagne is ‘zelfs voor Hongaarse standaarden buitenproportioneel’, schreef Katalin Halmai, EU-correspondent voor krant Népszava, op X. ‘Het land hangt vol met oorlogsposters, ouders vrezen voor hun kinderen.’

De turbocampagne van Orbán laat volgens politiek analisten zien dat het juist Fidesz is dat bang is. Niet voor oorlog, maar voor een nieuwe politieke opponent. Péter Magyar kwam afgelopen maanden uit het niets als oppositiekandidaat en peilt nu op ongeveer een kwart van de stemmen. Hij snoept ze weg bij de oppositie, maar deels ook bij Fidesz. Magyar kost ze mogelijk enkele honderdduizenden stemmen.

4 miljoen euro

Orbán lacht hem weg, maar ondertussen geeft zijn partij wel miljoenen euro’s uit aan advertenties op sociale media, zoals directeur Péter Krekó van denktank Political Capital becijferde. Fidesz en zijn media-imperium besteedden sinds begin dit jaar 4 miljoen euro aan advertenties op Facebook en YouTube. Dat is tweeënhalf keer meer dan alle oppositiepartijen bij elkaar. Een miljoen euro ging naar campagnes om Magyar zwart te maken.

Voor Fidesz is het deze verkiezingen zaak geworden om de verliezen te beperken en de eigen achterban zo veel mogelijk te mobiliseren. Veelzeggend genoeg heeft de partij meer vertrouwen in de angsten van haar kiezers dan in hun liefde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next