Op het Holland Festival staan meerdere voorbeelden van extreme performancekunst, ‘endurance art’, geprogrammeerd. Zo gaat Georgina Verbaan 24 uur lang dezelfde scène spelen, steeds met een andere tegenspeler. Waarom gaan deze kunstenaars tot het uiterste, en waarom zou je ernaar kijken?
Het was een hit in Venetië eerder dit jaar. Performancekunstenaar Miles Greenberg stond meer dan zeven uur lang in een chic palazzo, bijna naakt op een spiegelende sokkel, zijn huid op meerdere plekken doorboord door lange pijlen.
Greenberg (27) is internationaal een rijzende ster met zijn extreme performances. De Amerikaan was ook al te bewonderen in Carré in 2022, op een avond gecureerd door performancepionier Marina Abramović. Ook hier ging het er heftig aan toe: zo nam de Spaanse kunstenaar Abel Azcona medicatie waardoor hij het bewustzijn verloor en urenlang was overgeleverd aan het publiek.
Over de auteur
Anna van Leeuwen is kunstredacteur bij de Volkskrant. Ze schrijft over tentoonstellingen, musea, kunstenaars en de kunstmarkt.
Extreme performances worden ook wel ‘endurance art’ genoemd, uithoudingskunst. Het genre had zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig, maar lijkt sinds kort weer sterk in opkomst.
Het Holland Festival heeft nu zelfs drie zulke performances geprogrammeerd. Een komt uit de koker van Abramović. De performance The House with the Ocean View, waarvoor een performer twaalf dagen lang in het museum leeft volgens bepaalde regels (zoals: niet eten), is in juni in Stedelijk Museum Amsterdam te zien. Ook twaalf dagen achtereen duurt de performance van Victor Pilon die op toneel een ‘ontzagwekkende berg zand’ met een schep gaat verplaatsen. Het uithoudingskunstwerk dat Georgina Verbaan verzorgt is van kortere duur, maar heeft een hoge intensiteit: in 24 uur zal zij 100 keer dezelfde theaterscène spelen met steeds een andere tegenspeler, in het stuk The Second Woman.
Wie zich verdiept in de geschiedenis van uithoudingskunst komt meteen terecht bij cruciale vragen waar kunsthistorici het maar moeilijk over eens worden. Zoals: wie was de eerste? Maar ook: waar dient het eigenlijk voor?
Illustere voorbeelden te over, vooral uit de jaren zeventig. Neem Chris Burden die vijf dagen in een kluisje op de universiteit doorbracht, in 1971. Of Joseph Beuys die in 1974 drie dagen lang in een galerie samenleefde met een coyote. Ook de performances van Tehching Hsieh moeten worden vermeld: die duurden vaak een jaar. Zo leefde Hsieh een jaar in een kooi in zijn atelier (1978-1979) en wist hij een jaar lang dag en nacht elk uur in te klokken op een prikklok (1980-1981).
Kunst draaide volgens deze vernieuwers om de kunstenaar zelf. Of, zoals het motto luidde van Bruce Nauman: ‘Alles wat de kunstenaar doet is kunst.’ Hij ging daar nogal ver in en filmde zichzelf terwijl hij door zijn atelier liep of met hulp van zijn hand zijn ballen in slow motion liet stuiteren (Bouncing Balls, 1969). De grenzen van de goede smaak werden door deze kunstenaars ver opgerekt. Het zal geen toeval zijn dat dit juist in de jaren zeventig gebeurde, onder de rebellerende protestgeneratie.
Misschien is er zelfs een verband tussen uithoudingskunst en roerige (politieke of economische) tijden. Een voorloper van ‘endurance art’, namelijk uithoudingswedstrijden (denk aan paalzitten of dansmarathons) waren in de VS vooral populair tijdens de crisis van de jaren dertig. Niet alleen waren mensen toen bereid de gekste dingen te doen voor geld, er was ook publiek voor. ‘Voor sommigen was het zien van mensen die er nog slechter aan toe waren een balsem voor hun eigen precaire omstandigheden’, schrijft de Amerikaanse wetenschapper Carol Martin daarover. ‘Uithoudingskunst’ als kunstvorm die menselijk lijden tentoonstelt gaat natuurlijk nog veel verder terug: denk aan alle verbeeldingen van Jezus aan het kruis en christelijke martelaars.
Volgens Marina Abramović lijdt zij in haar performances voor het publiek, legde ze in 2005 aan The New York Times uit: ‘We zijn bang om dood te gaan, en bang voor pijn, zo bang. Ik overwin die angst voor pijn door de pijn te ensceneren voor publiek, door die pijn heen te gaan en te laten zien dat het mogelijk is.’
Toch zal uithoudingskunst voor het publiek niet alleen louterend zijn, maar soms juist een marteling. Wanneer grijp je bijvoorbeeld in als je ziet dat iemand erg lijdt? Maar ook: hoe lang blijf je kijken als de performance weliswaar heel knap, want heel lang, maar ook een beetje saai is?
Volgens Emily Ansenk, directeur van het Holland Festival, moeten we de vertraging van endurance art zien als iets kostbaars. Zelfs als er in een performance bijna niks gebeurt: ‘Wanneer neem je nog de tijd om je over te geven aan een performance die eindeloos lang duurt?’
Voor de performers is de energie vanuit het publiek cruciaal, weet Ansenk uit haar gesprekken met Victor Pilon. Zijn performance Sisyphe, waarbij hij duizenden kilo’s zand verplaatst, is geïnspireerd door Albert Camus’ essay over de mythe van Sisyphus. Ansenk: ‘Pilon beeldt het absurde van het bestaan uit door een zinloze taak uit te voeren.’ Hoelang mensen daar naar willen blijven kijken zal per persoon verschillen, verwacht ze: ‘Er zijn vast mensen die na vier minuten denken: ‘Oké, gezien.’ Maar bij eerdere opvoeringen waren er ook mensen die urenlang bleven of steeds terugkwamen, echt meeleefden.’
Het theaterstuk The Second Woman zag Ansenk in Londen met actrice Ruth Wilson. Ze merkte hoe lang ze geboeid kon blijven door de steeds herhalende break-upscène: ‘Het was haast verslavend. Soms was er weinig chemie tussen de spelers, maar bleef ik toch kijken omdat ik dacht: de volgende scène wordt vast fantastisch. Dat is het spannende en verrassende van zulke langdurige performances: er is geen vaste uitkomst.’
Vijf uur dansen
Het Holland Festival programmeert al decennia langdurige en uitputtende voorstellingen. Zo was in 1976 Einstein on the Beach te zien, een opera van Philip Glass en Robert Wilson die zeven uur duurt. En in 1982 werd door Tanztheater Wuppertal vijf uur lang gedanst in Carré.
Endurance art op Holland Festival:
Marina Abramovic, The House with the Ocean View, Stedelijk Museum Amsterdam, 5 t/m 16/6
Victor Pilon, Sisyphe, Transformatorhuis, Amsterdam, 16 t/m 28/6
The Second Woman door Georgina Verbaan, ITA (live), Pathé Tuschinski (live screening), Amsterdam, 28 t/m 29/6
En verder:
Tehching Hsieh’s One Year Performance (1980-1981) is als video te zien in groepstentoonstelling Work, Work, Work, Frascati, Amsterdam t/m 2/6.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant