Justitieofficier Martin Lambregts stelde onlangs in een column dat aanleg voor crimineel gedrag onveranderlijk is. Lambregts is blijkbaar niet op de hoogte van de wetenschappelijke kennis over daders en straffen, betogen zes criminologen van het Lectorenplatform Zorg en Veiligheid.
In zijn column in de Volkskrant op 28 mei stelt officier van justitie Martin Lambregts de visie van Rinus Otte, de huidige baas van het Openbaar Ministerie (OM), op het strafrecht ‘opbeurend’ te vinden. Volgens die visie moet het strafrecht terug naar de kern en weg van het ‘hulprecht’, waarbij het uitgangspunt is dat verdachten naar een minder crimineel leven geholpen kunnen worden met een aangepaste straf, zorg en begeleiding.
Dat mag Lambregts natuurlijk vinden, hoewel het opmerkelijk (en betreurenswaardig) zou zijn als er hoog bij het OM een visie leeft die aantoonbaar haaks staat op wat nodig is om Nederland een veiliger land te maken. Dit is nota bene uitstekend verwoord op de website van het OM onder het kopje ‘straf met zorg’.
Stuitender dan zijn visie op het strafrecht, is de kwaliteit van Lambregts’ redeneringen. Zo gaat hij uit van een volkomen deterministisch mensbeeld. Volgens Lambregts hebben misdadigers een gemeenschappelijke aanleg voor delinquent gedrag en is deze aanleg onveranderlijk. Hij citeert daartoe filosoof Schopenhauer: ‘Ieder mens heeft nou eenmaal een ethische geaardheid. Die is aangeboren en onverwoestbaar. De een neigt tot misdaden, de ander tot weldaden.’
Over de auteurs
Andrea Donker, Lectoraat Zorg en Veiligheid (Hogeschool Utrecht); Ruud van der Horst, Lectoraat Vakmanschap Forensische Zorg (Hogeschool Rotterdam); Jan Dirk de Jong, Lectoraat Aanpak Jeugdcriminaliteit (Hogeschool Leiden); Hendrien Kaal, Lectoraat Lvb en risicovol gedrag (Hogeschool Leiden); Susan Ketner, Lectoraat Jeugd, Educatie en Samenleving (Hanze Hogeschool Groningen); Henk Spies, Lectoraat Mind the Gap (Avans Hogeschool).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het is goed om hier onderscheid te maken tussen fenomenen en mensen. Zo zullen criminele fenomenen waarschijnlijk altijd bestaan, wat aan te duiden is als determinisme ten aanzien van criminaliteitsfenomenen. Maar determinisme ten aanzien van mensen is de basis van zo ongeveer alles wat mis is gegaan in samenlevingen − van heksenverbrandingen tot de toeslagenaffaire.
De meeste criminaliteit is immers sterk situationeel bepaald. De uitspraak van Schopenhauer is waarschijnlijk ook op een slechte dag aan het papier toevertrouwd. Dat maakt hem nog niet een inherent slecht mens. We hadden hem meer goede dagen toegewenst. Hem bestraffen voor die slechte dag had daar niet aan bijdragen, ook al is zo’n straf soms een noodzakelijk kwaad.
Het idee dat een verdachte door het wegnemen van beperkingen niet meer tot misdaad zal overgaan, wordt volgens Lambregts al eeuwenlang gelogenstraft door de praktijk. Blijkbaar heeft deze officier van justitie een blinde vlek voor de wetenschappelijke kennis over daders, criminele carrières en mogelijkheden tot interventies. Zie bijvoorbeeld de WODC-rapporten over toezichtprogramma’s van zeden- en andere delinquenten, waaruit blijkt dat straffen zonder vorm van zorg (denk aan behandeling en begeleiding) recidive in de hand werkt. Of het recent verschenen rapport, eveneens van het WODC, over de denkbeelden van praktijkprofessionals over hoe criminaliteit te voorkomen.
‘Onder misdadigers zijn minderjarigen en hoogbejaarden’, voert Lambregts aan. Maar dat zegt niks over verhoudingen. CBS-cijfers over 2023 laten zien dat bijna tweemaal zo veel minderjarigen en jongvolwassenen zijn geregistreerd als verdachte, vergeleken met volwassenen. De piek van veelvoorkomende criminaliteit ligt rond 20 jaar. Lambregts geeft dus ook geen blijk van statistisch inzicht. Dat is bepaald niet opbeurend te vernemen van iemand die werkzaam is bij een belangrijk maatschappelijk gremium als ons Openbaar Ministerie.
En wat te denken van het slot van zijn column? Lambregts verkiest een samenleving ‘met een paar schurken’. Alleen brave borsten lijkt hem enorm ‘saai’. Je zou maar slachtoffer van iemand zijn, of een slachtoffer in de nabijheid kennen, en een officier van justitie deze uitspraak horen doen.
Een uitgangspunt in het strafrecht is om rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van een verdachte. Lambregts werkt bij het Functioneel Parket. Bij deze speciale afdeling van het OM houdt men zich bezig met bestrijding van fraude en milieucriminaliteit. Daders van deze vormen van criminaliteit wijken in sommige opzichten nogal af van het gemiddelde profiel (zie het onlangs verschenen boek Criminele carrières en interventies. Verschillende dadergroepen belicht vanuit de afdeling criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam).
Moeten we dit meewegen bij de beoordeling van Lambregts? Het kan zijn blik hebben gekleurd. In zijn column maakt hij immers geen onderscheid. Hij heeft het consequent over misdadigers en schurken, niet over typen delicten. En hij schrijft vanuit eerdere ervaringen die buiten het Functioneel Parket lijken te zijn opgedaan. Hij zou toen, schrijft hij zelf, regelmatig hebben gepleit vanuit de notie dat verdachte weliswaar straf verdient, maar vooral zorg nodig heeft. Dat moet voor het ontstaan van zijn blinde vlek zijn geweest.
Ook onderstreept hij het belang dat een dader na afstraffing weer voort moet kunnen in de samenleving: ‘van exclusie naar inclusie’. Een streven waar ook wij achter staan, eentje waar de maatschappij prettiger en veiliger door wordt, hoewel het besef wat hiervoor nodig is bij Lambregts duidelijk nog ontbreekt.
Alles bij elkaar genomen biedt dit best wat grond voor verzachtende omstandigheden. De meest gepaste, constructieve straf lijkt ons minimaal het volgen van een verdiepende cursus over de ontwikkeling van crimineel gedrag, hoe dat te voorkomen en hoe te interveniëren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant