Vorige week promoveerde Marlies Bär op haar onderzoek met als titel Living longer, caring better. Superrelevant, want, zoals ze schrijft: in Nederland is nu 20 procent van de bevolking 65-plus en in 2050 ongeveer een kwart. Dat betekent dat er dan 25 procent meer ouderen te verzorgen zijn dan nu, terwijl er minder mensen zijn om die zorg te leveren. Voor iedereen die nu tussen de 39 en 64 jaar is: in 2050 ben jij, als je dat haalt, een van die ouderen.
Het living-longer-deel van Bärs onderzoek gaat over levensverwachting: de hoogste inkomensgroep in Nederland leeft negen jaar langer dan de laagste inkomensgroep. En bij ouderen worden de verschillen in levensverwachting tussen inkomensgroepen alleen maar groter. Daar valt genoeg over te zeggen, maar ik was vooral geïnteresseerd in het tweede deel van haar dissertatie: het caring-better-deel. In dit deel onderzoekt ze wat goede efficiënte ouderenzorg is. Als je dat niet weet, kan je er immers ook niet op sturen, en met de aankomende ouderentsunami is dat meer dan relevant.
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bär focust onder andere op mensen die moeten wachten op een plaats in een verzorgings- of verpleeghuis, wachtlijsters zeg maar. Uit het proefschrift van Bär blijkt dat ‘wachtlijsters’ een hoger risico hebben op een ziekenhuisopname. Een maand wachten op een zorgplek leidt tot 1,4 procent meer kans op een ziekenhuisopname. Dat klinkt weinig, net zoals 1,4 graden opwarming van de aarde als weinig klinkt. Maar ook hier geldt: je moet wel naar de effecten kijken.
Allereerst: aangezien het effect lineair is, betekent 1,4 procent per maand 16,8 procent per jaar. Dus per jaar moet 1 op de 6 wachtlijsters in het ziekenhuis opgenomen worden doordat ze wachten. Er staan in Nederland ruim 22 duizend mensen op de wachtlijst voor het verpleeghuis. De verpleeghuiswachtlijst veroorzaakt dus elk jaar 3.700 onnodige ziekenhuisopnames.
De redenen voor al die extra ziekenhuisopnames zijn onder andere longontstekingen, hartfalen en heupfracturen na een val. 3.700 ziekenhuisopnames betekent ook 3.700 mensen die onnodig lijden.
Dan zijn er de kosten van deze ziekenhuisopnames. Ziekenhuiszorg is intensiever en fors duurder dan verpleeghuiszorg, waardoor een paar weken ziekenhuis al snel de eventuele economische winst van thuis wonen tenietdoet.
Sowieso zijn thuiswonende kwetsbare ouderen niet per se een koopje voor de overheid. Het is vaak alle zeilen bijzetten in de zorg voor deze groep ouderen. Van de verpleeghuiswachtlijsters ontvangt 94 procent overbruggingszorg. Zo moet er voor eten worden gezorgd, moet het huis worden schoongehouden, komt de thuiszorg vaak meerdere keren per dag. Vaak reddert de familie ook nog overspannen mee. Dan nog blijft het vaak een wankel evenwicht. Als huisarts staan we ook regelmatig met onze handen in het haar, ook voor ons is het onmogelijk om de zorg goed te organiseren.
Zorg thuis is dus niet altijd better care dan zorg in een zorghuis.
Dan kan je nog denken: het is toch fijn om in je eigen huis te blijven? Dat geldt absoluut voor vitale ouderen, maar niet voor de wachtlijsters. Hun situatie is onvergelijkbaar. Bij hen gáát het niet meer thuis. Regelmatig is de oudere ontredderd, eenzaam, soms angstig en bijna altijd zijn ook de naasten al een tijd flink overbelast.
Met de toenemende populatie ouderen is inzetten op voldoende verzorgings- en verpleeghuisplekken dan ook van groot belang. Maar om de stijgende zorgkosten voor ouderen in te perken heeft de overheid de afgelopen jaren juist gestuurd op thuis blijven wonen – met het idee dat dit goedkoper is. Het kabinet-Rutte IV heeft bepaald dat er ondanks de wachtlijstproblematiek geen uitbreiding meer mocht komen van verpleeghuisplekken.
Is er dan hoop met het nieuwe kabinet? Helaas. In het hoofdlijnenakkoord staat weliswaar dat ze jaarlijks 600 miljoen euro extra uittrekken voor ouderenzorg, voor bijvoorbeeld verpleeg- en verzorgplekken. Dus dat lijkt goed nieuws. Maar het is een loze belofte. Want van de 130 duizend beschikbare verpleeghuisplekken die er nu zijn, is de bezetting al maar 122.445: er staan, ondanks de lange wachtlijsten, ruim 7.500 verpleeghuisbedden leeg.
Dat komt voornamelijk doordat er geen zorgverleners zijn om de zorg te leveren. En, terwijl er al een tekort aan zorgpersoneel is, bezuinigt de nieuwe coalitie op de opleidingen tot verzorgende en verplegende. Bovendien is een speerpunt van deze coalitie om migranten te weren, dus kiest zorgpersoneel uit het buitenland voortaan voor een ander land. En een verpleeghuis zonder zorgverleners is een lege huls.
Ik ben 52, dus ik knijp hem wel, ook voor mijn medevergrijzenden. Daarom heb ik een tegelwijsheid voor de nieuwe coalitie: een slimme overheid is op haar ouderen voorbereid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant