Home

Een topatleet die met flapperend startnummer finisht? Dat rare beeld lijkt nu eindelijk verleden tijd

Een atleet die met wapperend startnummer op het tenue een topprestatie levert: tenenkrommend en niet meer van deze tijd. De Nijmeegse ontwerper Alwin Willems bedacht een oplossing. Zijn gelijmde startnummers maken vandaag hun debuut bij de Diamond League in Oslo.

Van Femke Bol tot Usain Bolt, van de jongste pupil tot de stramste veteraan: atleten weten niet beter of ze moeten bij wedstrijden met veiligheidsspeldjes een startnummer van papier op hun tenue bevestigen. Aan die praktijk lijkt een einde te komen.

De Nijmeegse ontwerper Alwin Willems van Global Sports Communications ontwikkelde een startnummer met een lijmsoort die bestand is tegen vocht (regen en zweet) en op een atletiekshirt net zo gemakkelijk bevestigd als verwijderd kan worden. Donderdag bij de Diamond League van Oslo worden de nummers voor het eerst getest op het hoogste niveau.

Over de auteur
Mark van Driel schrijft al ruim twintig jaar voor de Volkskrant over olympische sporten als tennis, schaatsen en atletiek. 

Pure ergernis was voor Willems de reden om te zoeken naar een oplossing voor het in zijn ogen vaak amateuristisch ogende gehannes van topatleten met veiligheidsspeldjes. Tijdens marathons liet een speldje soms los, waardoor het startnummer klapperend op de borst van een atleet hing. Voor de aerodynamica zijn flapperende papiertjes niet bevorderlijk. ‘Niet meer van deze tijd’, oordeelde de uitvinder.

In een emmer water

Willems, die bij Global Sports Communications verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van nieuwe producten, testte twintig verschillende soorten lijm op papier en shirts. ‘We hebben er een aantal atleten mee laten lopen in de regen en de shirts met nummers een avond in een emmer water laten staan. Toen hadden we de beste snel gevonden.’

Dat het zo lang heeft geduurd voordat deze eenvoudige oplossing was gevonden, hangt samen met de aard van de atletiek. Vaak wordt pas laat bekend wie meedoet aan wedstrijden, zelfs bij de Diamond League. Dan is het makkelijker om startnummers te printen en met speldjes te bevestigen, dan te plakken op een shirt.

Per wedstrijd verschillen de nummers bovendien. De kledingfabrikanten vinden het duur om elke keer nieuwe shirts te verspreiden onder honderden atleten: de nummers moeten dus makkelijk aan te brengen en te verwijderen zijn.

Tegenwoordig zit achter het nummer ook vaak een zogeheten tracker, waarmee de snelheid en de tijd van een atleet kan worden gemeten. Ook daar moest Willems een oplossing voor verzinnen. Als extraatje is het gelijmde papier geperforeerd, zodat de wind erdoor kan waaien. Voor het eerst krijgen vrouwen een kleiner nummer: vooral voor de Oost-Afrikaanse langeafstandsloopsters was het standaardformaat vaak te groot, waardoor het onhandig uitstak.

Gedrukt in Nijmegen

De oplossing van Willems, die als ‘Allie-Number’ te boek staat, is door de Diamond League met enthousiasme ontvangen. Naar Oslo worden zevenhonderd nummers gebracht: twee sets per atleet en een reservesetje. Daarna krijgt het experiment een vervolg bij de Diamond Leagues in Stockholm en Monaco. Vier dagen voor de wedstrijd worden alle nummers in Nijmegen gedrukt.

Met de gelijmde startnummers kan het bij topwedstrijden snel gaan, denkt Willems, al is het waarschijnlijk te kort dag om ze te gebruiken bij de Olympische Spelen van Parijs. Maar ook voor recreanten en kinderen kunnen ze aantrekkelijk zijn. Ze zijn niet veel duurder dan zogeheten bibs met veiligheidsspeldjes. Willems: ‘Ik verwacht niet dat we er rijk van worden, maar het is goed voor de sport.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next