De afgelopen vijf jaar verschenen er maar vijf Nederlandstalige films die je onder de categorie ‘thriller’ (of het overkoepelende lemma ‘misdaadfilm’) mag rekenen. Zou dat aan onze calvinistische aard liggen? ‘Blijkbaar lopen we toch niet zo warm voor het genre.’
Ze barsten weer los, de thrillerweken, van 1 tot en met 19 juni. Het is een jubelcampagne die wel valt te verklaren, want spannende boeken hebben in Nederland een flink marktaandeel. Dan hebben we het over zo’n 20 procent; niet alleen in vertaling, ook oorspronkelijk Nederlands werk. Een populair genre dus, maar gek genoeg stokt het thrilleraanbod in de bioscoop.
Wellicht is het niet iedereen opgevallen, maar de cijfers liegen niet: in het tijdvak 2020-2024 verschenen er slechts vijf Nederlandstalige films die je onder ‘thriller’ of het overkoepelende lemma ‘misdaadfilm’ mag rekenen.
Dat waren Ferry (2021, Cecilia Verheyden) over een Brabantse drugscrimineel, gespeeld door Frank Lammers, De veroordeling (2022, Sander Burger), een gedramatiseerde reconstructie van de zogeheten Deventer moordzaak, Faithfully Yours (2022, André van Duren), over twee vriendinnen die aan de Belgische kust de bloemetjes buiten zetten (met fatale gevolgen), Het geheugenspel (2023, Jan Verheyen), losjes gebaseerd op de gelijknamige thriller van het succesduo Nicci French, en Klem (2023, Frank Ketelaar), de bioscoopspin-off van de populaire tv-serie.
Dat is het wel zo ongeveer. En veel is het niet, kwantitatief gesproken.
Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Vergelijk dat eens met een decennium eerder, in dezelfde periode. In het tijdvak 2010-2014 verschenen er maar liefst negentien thrillers en aanverwanten, met daaronder publieksfavorieten als Loft (2010, Antoinette Beumer), De Heineken ontvoering (2011, Maarten Treurniet), en Het diner (2013, Menno Meyjes).
Wat zou de reden voor deze terugval zijn? Volgt het Filmfonds, dat de Nederlandse film financieel ondersteunt, een andere koers, of zijn de te verfilmen thrillers gewoon op?
We leggen het voor aan Charles den Tex, filmfan en nestor van het vaderlandse misdaadgenre. ‘Van het Filmfonds weet ik niets’, zegt hij, ‘maar wat ik wel kan zeggen is dat ik in de shortlist van de Gouden Strop 2024 [zie kader] zo vier titels tel die zouden kunnen worden verfilmd.’
Op donderdag 30 mei wordt in de Bibliotheek Neude in Utrecht de Gouden Strop uitgereikt, de belangrijkste thrillerprijs van Nederland. De genomineerde boeken zijn Verloren pelgrim van Wim Bax, Vinex van Bernice Berkleef, De duiker van Mathijs Deen, De affaire van Yvonne Doorduyn en De man met duizend gezichten van Lex Noteboom.
Daarmee doelt hij op Mathijs Deen met zijn Waddenthrillers rond inspecteur Liewe Cupido, de suspense in de vinexwijk van Bernice Berkleef, de angst en walging in het Europees Parlement zoals beschreven door Yvonne Doorduyn en Wim Bax’ mysterieuze pelgrim op de route naar Santiago de Compostela. ‘Alleen de breed opgezette Man met duizend gezichten van Lex Noteboom is misschien een budgettaire opgave.’
De vraag welke boeken door producenten worden opgepikt om te verfilmen heeft veel te maken met de voorkeuren van Netflix, Videoland en de publieke omroep. Den Tex: ‘En je zult ook altijd zo’n partner bij je project moeten betrekken, anders komt het financieel niet van de grond.’
Mits goed gemaakt, blijft de thriller een aanstekelijk genre. Daaraan is sinds de dagen van Agatha Christie weinig veranderd. En het gaat nog wel een stukje verder dan de eeuwige strijd tussen Goed en Kwaad. Om te beginnen kom je als kijker in een milieu terecht waar je normaal gesproken nauwelijks vertoeft. Die sociologie van de rafelrand maakt het rondkijken daar interessant.
De boef mag vervolgens gerust de hoofdpersoon zijn (waarmee onze eigen waarden aan het wankelen worden gebracht). Denk aan het fascinerende mentale schaakspel uit The Silence of the Lambs, tussen seriemoordenaar Anthony Hopkins en FBI-agent Jodie Foster. Je zou hem niet op je verjaardagspartijtje willen hebben, maar van Hannibal Lecters superieure debattechnieken kun je alleen maar onder de indruk raken. Zelfs FBI-agent Clarice Starling overkomt dat (en ook met haar voelen we mee).
En dan is er de overkoepelende spanningsboog die zorgt voor het entertainment. Of, zoals Alfred Hitchcock zei: ‘Een thriller is als het leven zelf, maar dan met de saaie stukken ertussenuit gesneden.’
Dat brengt ons bij de ‘suspension of disbelief’ – het ook door Hitchcock gemunte begrip over ‘het uitstellen van ongeloof bij de kijker’ – in ieder geval voor zolang de vertoning duurt. Het vakmanschap van filmmakers blijkt uit de mate waarin ze de toeschouwer zover krijgen om bij een fictief en soms vergezocht verhaal zijn scepsis tijdelijk te parkeren.
Daarna volgt de nazit. Waarom deed hij dit? Wat bedoelde zij daarmee? Cluedo voor gevorderden, ons aangereikt door de regisseur van dienst, die natuurlijk bewust op zoek is naar ambiguïteit – als in: een beetje plagen. Die vorm van publieksparticipatie draagt bij aan de bekoring van het genre.
Een groot verschil tussen film en boek is er ook: anders dan met een boek kun je bij een film in de bioscoop niet terugbladeren. Nog eens een tweede keer kijken, thuis, kan doorgaans een leuke ervaring zijn. Hints van de makers die je niet eerder waren opgevallen passen dan plotseling als een bouwwerk in elkaar (‘Ooo... zit het zo!?’), wat weer de waardering voor het vernuft en het vakmanschap van die makers vergroot.
Regisseur André van Duren (De bende van Oss, 2011; De helleveeg, 2016) is een van de filmmakers die zich nog recentelijk aan het genre waagden, met Faithfully Yours. Hij observeert: ‘Vooropgesteld: het is tof om een thriller te regisseren. Die subtiele filmtaal luistert natuurlijk heel nauw. Je ziet het alleen niet meer zo vaak op het grote doek, want het genre is nu vooral iets geworden van de televisie en de streamingdiensten. Goedkoper, snel klaar. Voor de bioscoop zijn boekverfilmingen, en dus ook thrillers, momenteel nogal uit de mode.
‘Mijn indruk is dat ze bij het Filmfonds inmiddels een voorkeur hebben voor persoonlijke vertellingen die de tijdgeest vangen. Bij commerciële projecten – en thrillers vallen daar voor het Filmfonds ook onder – moet de doelgroep vooraf duidelijk worden bepaald. Meer concreet: die films moeten vrouwelijke elementen bevatten, want mannen, zo is de gedachte, gaan niet naar de bioscoop.’
Nogal vergezocht, vindt Van Duren. ‘Ik ga zelf tenslotte ook naar de bioscoop, maar dat doelgroepdenken heeft wel consequenties: een thriller mag niet te hard of te cynisch zijn, want dat stoot de doelgroep af. Een basiselement als angst mag eigenlijk ook niet meer, heb ik het idee, want moderne personages – vrouwen én mannen – opereren handelend; ze zijn nooit bang of slachtoffer. Dat past kennelijk niet meer bij deze tijd, maar ik betwijfel dat.’
In de regel trekt een Nederlandse thriller zo’n 100 duizend bezoekers (Faithfully Yours 170 duizend; een uitschieter als Loft ruim 250 duizend); een respectabel aantal, en daar komen dan vertoningen bij de streamingdiensten bovenop. Toch geldt het door Van Duren beschreven marketingdenken niet exclusief voor de filmwereld; binnen het boekenvak zie je het net zo goed.
Onder het motto ‘vrouwen kopen boeken’ wordt niet zelden een nieuwe thriller met een sticker aangeprezen als ‘vrouwenthriller’. En met succes, als we de Bestseller 60 erbij pakken in de categorie ‘Spanning’, zien we een lijst die al jaren wordt gedomineerd door het werk van een ‘spookschrijver’ als Suzanne Vermeer. Dat zijn thrillers met vakantieverhalen die door een naamloos collectief in elkaar worden gezet. Het verkoopt, maar een beetje cynisch van de uitgevers is het wel. Soms vraag je je af: neemt het Nederlandse thrillergilde zichzelf wel serieus?
Al zijn er met vrouwelijke succesauteurs als Saskia Noort, Esther Verhoef, Anya Niewierra en Bernice Berkleef natuurlijk ook positieve uitzonderingen. Met de thriller Terug naar de kust (2009, naar Saskia Noort) scoorde regisseur Will Koopman een flinke hit. In de Volkskrant zei zij eerder: ‘Ik houd van een donkere geest. Iemand met een duister randje vind ik interessant.’ En daarom had ze Terug naar de kust met veel plezier gedraaid. De opvolger De verbouwing (2012), ook naar een thriller van Saskia Noort, trok ruim 200 duizend bezoekers.
Toch wilde het al nooit echt vlotten tussen de Nederlandse film en de misdaad. Er knelde in het verleden al iets. Misschien zijn we er gewoon te calvinistisch voor, of te moralistisch. Op een slechterik als hoofdpersoon volgt nogal eens kritiek.
In een toch vrij onschuldige thriller als De inbreker (Frans Weisz, 1972), gesitueerd in de rosse buurt van Amsterdam, voerde Rijk de Gooyer (als inbreker Glimmie) tijdens de openingstitels en passant even de goudvissen op de plek waar hij een kraak zette. Zo van: hij is dan wel een inbreker, maar hij is eerst en vooral een gisse gabber met een gouden hart. Een boefje om van te houden.
Daarmee won Glimmie de gunfactor van het grote publiek, en De Gooyer zelf zag het lang als zijn beste rol. Alleen NRC Handelsblad trapte er niet in. H.J.A. Hofland noteerde streng: ‘Het is namelijk zo, dat iedere misdadiger, de dief, de inbreker, de man die zich oefent in het werpen met messen, de vijand van de maatschappij is, en juist niet iemand die zich er op een vertederende oud-Amsterdamse manier mee geïntegreerd heeft.’
Niet minder moralistisch was de ontvangst van het gijzeldrama Wildschut (Bobby Eerhart, 1985), gebaseerd op een scenario van Felix Thijssen. Inmiddels heeft de film een cultstatus bereikt, met de bijna cartoonachtige rollen voor Hidde Maas en Jack Monkau. Maar in de Volkskrant ging recensent Peter van Bueren destijds compleet uit zijn dak: ‘Slaan, verkrachten, doden: louter als tijdverdrijf. Er is geen enkele reden om daar trots op te zijn.’
Nee, binnen de Nederlandse filmwereld stonden de slechteriken er lange tijd niet zo goed op.
Zo duurde het nog tot het grimmige Van God los (Pieter Kuijpers, 2003), over de bende van Venlo, voordat alle morele taboes (‘Nare jongens, naar verhaal’ mopperde het Filmfonds in een eerste reactie op de aanvraag) werden geslecht. Een ijkpunt. Vanaf dat moment zou binnen een Nederlandse misdaadfilm annex thriller in feite alles moeten kunnen.
En dat was ook zo: van een biografisch portret over de opkomst en ondergang van drugsbaron Klaas Bruinsma in De dominee (Gerrard Verhage, 2004) tot de opgewonden standjes uit de tv-reeks Mocro Maffia (diverse regisseurs, 2018-2023). Charles den Tex weet: ‘Al die sub-misdaadgenres lopen tegenwoordig lekker door elkaar.’
Ondertussen heeft regisseur Martin Koolhoven zijn nieuwe thriller Emerald Butterfly in voorbereiding. Dat wordt een film noir (nog een variant) die speelt in het roerige Jakarta van 1946, verteld vanuit een drievoudig perspectief.
‘Thrillers zijn genrefilms’, zegt Koolhoven, ‘en daar heeft Nederland niet zo’n grote traditie in. Als je naar het lijstje van best bezochte Nederlandse films kijkt, zie je maar één thriller, De overval, en eigenlijk is dat toch meer een oorlogsfilm. Paul Verhoeven heeft met De vierde man in 1983 wel echte suspense gemaakt, maar dat was met 300 duizend bezoekers prompt zijn slechtst bezochte in Nederland. Blijkbaar lopen we toch niet zo warm voor voor het genre.’
Anders dan sommige andere zegslieden heeft hij niet per se de indruk dat het Filmfonds nu zo neerkijkt op het genre. ‘Mijn nieuwe film Emerald Butterfly is toch ook een thriller, en ik heb het nog nooit zo gemakkelijk gehad met mijn aanvraag bij het Filmfonds als nu.’
Toch begrijpt hij de argwaan bij zijn collega-regisseurs wel. ‘Heel lang ging iedereen bij het Fonds met zijn ogen rollen als je een pistool in je scenario had staan. Alsof misdaad alleen in het verre Amerika bestond. Dat is inmiddels wel veranderd, ook door een film als Van God los, maar helaas is het genre inmiddels gekaapt door de televisie en de streamingdiensten.’
Toch een verlies. Zo krijg je natuurlijk nooit een Nederlandse thrillertraditie in de bioscoop.
Woordvoerder Marieke van Zalk van het Filmfonds: ‘Er worden inderdaad weinig filmplannen voor thrillers ingediend bij het Fonds. Wel zien we psychologische drama’s met thrillerelementen. Waar er dus weinig films opduiken in dit genre, zien we wel meer Nederlandse series die (deels) binnen het genre vallen; denk aan Het gouden uur. Als Filmfonds zouden we het natuurlijk positief vinden als er meer filmplannen voor thrillers ingediend worden. Want we willen een zo gevarieerd mogelijk filmaanbod dat een verschillend publiek kan aanspreken.’
Ze mogen dan vrij schaars zijn, de naoorlogse Nederlandse filmindustrie heeft toch wel een paar aardige thrillers en misdaadfilms voortgebracht. Dat loopt van de paranoia in Als twee druppels water (Fons Rademakers, 1963, naar De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans), waarin een onbeduidende jonge sigarenhandelaar zich droomt in de rol van oorlogsheld, tot aan ieders favoriet Spoorloos (George Sluizer, 1988) over de mysterieuze verdwijning van Saskia Wagter (Johanna ter Steege).
Andere tips om nog eens terug te kijken:
- Amsterdamned (1988) van actiespecialist Dick Maas
- Max Pam als lustmoordenaar in Loos (1989) van Theo van Gogh (al zitten diens strikt particuliere grapjes de voortgang van het verhaal wel wat in de weg)
- het coming-of agedrama De grot (Martin Koolhoven, 2001)
- TBS (Pieter Kuijpers) met Theo Maassen als sympathieke psychopaat, althans, vóór het ontluisterende einde
- Wolf (Jim Taihuttu) over een kickbokser die afglijdt in het criminele circuit (glansrol voor Marwan Kenzari)
- Borgman (Alex van Warmerdam, 2013), de irritante ongenode gast die niet meer weggaat
- en als outsider Catacombe (Victor Ponten, 2018) over matchfixing en het noodlot dat daaruit voortvloeit
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant