De Nederlandse tennisser verloor in vier sets van een van de favorieten. Toch overheerst de blijdschap, want hij speelde goed en wist een set te winnen. ‘Wat was dit prachtig.’
Jesper de Jong kijkt omhoog, langs ‘zijn’ box; de speciale ruimte waar zijn familie en coaches zitten. Zijn blik gaat verder, hoger en hoger en hij ziet vijftienduizend toeschouwers, allemaal benieuwd naar de confrontatie tussen hem en Carlos Alcaraz, een van de grootste tennissers van dit moment. De Jong is deze regenachtige woensdag in Parijs op Court Philippe Chatrier in het tennispark Roland Garros bezig aan wat hij later noemt ‘de beste drieënhalf uur van zijn leven’.
Als qualifier kwam hij het toernooi binnen. Hij plaatste zich in het kwalificatietoernooi, drie wedstrijden, voor het hoofdtoernooi, won vervolgens in een vijfsetter zijn partij in de eerste ronde tegen Jack Draper, de nummer 39 van de wereld. Ter vergelijking: De Jong (23) staat op plaats 176 van de wereldranglijst. Het is zijn debuut op Roland Garros. Twee weken geleden speelde hij in Tunesië nog ‘een draak van een wedstrijd’ op een challenger, de kelder van het proftennis. Hij verloor daar in de eerste ronde.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
Dus nu kijkt hij bewust langs de tribune van het volle stadion, met een glimlach. Het is dan wel een wedstrijd, een uiterst belangrijke bovendien, maar dit was altijd zijn droom als tennisser. Hier train ik voor, hier zwoeg ik voor, beseft hij. Andermaal zegt hij tegen zichzelf: ‘Ik moet hier wel van genieten.’
Hij dankt de locatie aan zijn tegenstander. Court Philippe Chatrier is de arena voor de groten. Alcaraz (21), ‘een ongelofelijke speler’, de nummer drie van de wereldranglijst, is een van de favorieten voor de titel. De Spanjaard gaat op voor zijn vierde deelname aan het Parijse grandslamtoernooi. Een jaar geleden verloor hij in de halve finale van Novak Djokovic. Terwijl nagenoeg alle andere partijen die dag door regen worden afgelast, kan deze, op een van de twee overdekte banen, doorgaan.
In aanloop naar de wedstrijd had hij nog tegen Bas van Bentum, zijn fysiek coach, gezegd: ‘Hoe moet ik überhaupt op de baan komen?’ Hij wist niet welke deur hij moest hebben. Hoe de looproute was door de catacomben. Waar hij de trap kon nemen waarop hij gevolgd zou worden door een camera, zoals gebruikelijk vlak voordat spelers deze baan betreden. Hij ontdekte ook: tijdens een grandslamtoernooi kun je niet zomaar naar de baan lopen. ‘Dan moet er altijd even een bodyguard mee.’
En dan te bedenken, zo zal De Jong later zeggen, dat er gasten zijn als Rafael Nadal. De veertienvoudig winnaar van Roland Garros én de man die twee dagen eerder door dezelfde gangen liep, op weg naar waarschijnlijk zijn laatste optreden op het toernooi. ‘Die heeft daar al zo’n 150 wedstrijden gespeeld. En ik weet niet eens waar de deur is.’ Zijn geluk: hij kon in aanloop naar de wedstrijd twee keer trainen op het gravel in het imposante stadion, om alvast een voorzichtige indruk op te doen.
Spanning kan verlammen. De Jong dacht er wel aan vooraf: als ik maar niet afga, voor al die mensen, voor het oog van de wereld. Hij weet hoe Alcaraz speelt. ‘Maar je weet niet hoe je jezelf daarmee moet meten. Stel, ik zou in tien minuten met 4-0 achterkomen, dat zou verschrikkelijk zijn.’
Het tegenovergestelde gebeurt. De Jong pakt zijn eerste game, en komt vervolgens met 2-0 voor. De zenuwen verdwijnen, hij gaat ‘heel lekker tennissen’. Wat volgt is een speels, vrij gevecht, tussen de man die niets te verliezen heeft en Alcaraz, de man die bekendstaat om zijn creatieve spel en zijn variaties. Alcaraz maakt fouten, soms omdat zijn focus ontbreekt, soms omdat De Jong ze afdwingt.
Begin dit jaar had De Jong al verrast door op de Australian Open de tweede ronde te halen. Ook toen begon hij als qualifier, hij stuitte vervolgens op Jannik Sinner, de uiteindelijke winnaar, maar droop af met een kater. Het zou logisch lijken om juist vertrouwen te halen uit dergelijke prestaties, weet hij. Maar bij hem gebeurde het tegenovergestelde. ‘Mensen denken: ik heb een geweldig jaar, maar ik heb meer geworsteld dan mooie momenten gehad’, zegt hij over de voorgaande maanden.
Hij noemt zichzelf perfectionistisch. Optreden op het hoogste niveau is waar hij al jaren van droomt, maar toen hij in Australië de tweede ronde bereikte, dacht hij: ik heb geluk gehad met de loting. En in die wedstrijd tegen Sinner speelde hij niet goed, vond hij. Dergelijke gedachten deden zijn zelfvertrouwen wankelen. De oplossing? Veel praten. Onder anderen met een mental coach.
Anders is zijn gevoel na Roland Garros, waar hij ten onder gaat, maar wel een set weet te pakken. Het wordt 3-4, 4-6, 6-2, 2-6. Na afloop zegt De Jong: ‘Winnen is een andere stap. Al had ik er misschien iets meer uit kunnen halen.’ Alcaraz zal later zeggen dat hij ervan overtuigd is dat De Jong de top-100 zal halen. En De Jong? Die blijft alsnog als winnaar achter. ‘Wat was dit prachtig. De mooiste drieënhalf uur van mijn leven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant