Home

Tuchtcollege ziet fouten in rapportage over drievoudig moordenaar Thijs H.

Thijs H. heeft op 4 mei 2019 in de Scheveningse Bosjes in Den Haag een 56-jarige vrouw doodgestoken. Drie dagen later stak hij een 63-jarige vrouw en een 68-jarige man dood op de Brunssummerheide.

Al vroeg in de zaak is vastgesteld dat H. tijdens het plegen van de moorden last had van een psychose. In het hoger beroep en in cassatie draaide het voornamelijk om de vraag of hij volledig toerekeningsvatbaar was of niet.

H. had de deskundigen voor de tuchtrechter gedaagd, omdat hij hun rapportage sturend, vooringenomen, demoniserend en suggestief vindt. De rapportage speelde een belangrijke rol in de straf die het gerechtshof hem oplegde.

In maart 2022 kreeg H. in hoger beroep 22 jaar cel en tbs opgelegd voor de moord op drie wandelaars in 2019. De Hoge Raad verlaagde de celstraf naar 21 jaar en 10 maanden. De Hoge Raad hield de uitspraak van het gerechtshof in stand, maar gaf H. strafkorting vanwege de lange duur van het proces.

De rechtbank had H. in de zomer van 2020 achttien jaar celstraf en tbs opgelegd. De rechter week hiermee af van het advies van het Pieter Baan Centrum om H. volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren en hem geen gevangenisstraf op te leggen. H. ging daarop in hoger beroep.

Het gerechtshof gaf de deskundigen de opdracht om een rapportage op te stellen. Het hof oordeelde op basis van dat rapport dat H. verminderd toerekeningsvatbaar was.

De rapporteurs hebben de vraag of H. tijdens het plegen van de drie moorden psychotisch was onbeantwoord gelaten, zegt het tuchtcollege. "Zij hebben ook geen advies over de toerekening gegeven."

De deskundigen hebben volgens het tuchtcollege onvoldoende onderbouwd waarom H. naar hun mening tijdens zijn daden niet onder invloed van een psychose zou zijn geweest. "Een sluitende onderbouwing ontbreekt", oordeelt de tuchtrechter.

Bovendien maakten de rapporteurs gebruik van door het gerechtshof geleverde documenten die deels zwartgelakt waren. Ze hadden het hof om ongecensureerde stukken moeten vragen, vindt het college.

H. had ook geklaagd over vooringenomenheid van de psychiater. "De psychiater heeft met een specifieke woordkeuze zijn bevindingen onvoldoende waardevrij omschreven. Dit klachtonderdeel is gegrond verklaard."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next