De Georgische president Salome Zoerabisjvili probeerde de laatste weken tevergeefs om de omstreden ‘buitenlandse-agentenwet’ tegen te houden. Als kleindochter van politieke vluchtelingen kent Zoerabisjvili als geen ander het belang van vrijheid en democratie.
Salome Zoerabisjvili was de 30 reeds gepasseerd toen zij in 1986 voor het eerst voet zette in Georgië. Ze werd in 1952 geboren in Parijs, als nazaat van Georgische politieke vluchtelingen. Haar grootvader en overgrootvader waren betrokken bij de onafhankelijke Georgische republiek die na de Russische Revolutie van 1917 ontstond.
Over de auteur
Daan de Vries is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Nog altijd is 26 mei, de dag dat deze republiek werd gesticht, de Georgische nationale feestdag. Het democratische experiment duurde echter nog geen drie jaar: begin 1921 werd de Georgische onafhankelijkheid in de knop gebroken door het Rode Leger, waarna een deel van de elite naar West-Europa vluchtte.
Iets meer dan een eeuw later vreest Zoerabisjvili dat de Georgische democratie opnieuw wordt bedreigd. Met de zogenoemde ‘buitenlandse-agentenwet’, geïnspireerd door Russische wetgeving, wil regeringspartij Georgische Droom kritische media en ngo’s aan banden leggen. De president beschouwt de verkiezingen van oktober als referendum: Georgië staat voor een keuze tussen democratie en autocratie.
Dat Zoerabisjvili fel pleitbezorger is van een Europese koers voor Georgië, is niet verrassend. Na een opleiding aan het prestigieuze Parijse opleidingsinstituut Sciences Po trad Zoerabisjvili in 1974 toe tot het Franse diplomatieke korps. Ze vertegenwoordigde haar geboorteland onder meer in Rome, bij de Verenigde Naties in New York en in Washington. Haar baan als diplomaat gaf haar in 1986 de mogelijkheid om voor het eerst naar Georgië te reizen. Zoerabisjvili kreeg toestemming om haar moeder mee te nemen.
In 2003 nam Zoerabisjvili’s carrière een opmerkelijke wending. Na frauduleuze parlementsverkiezingen bracht de Georgische bevolking tijdens de zogeheten Rozenrevolutie de regering ten val. Oppositieleider Micheil Saakasjvili werd verkozen tot president. Zoerabisjvili was als gelauwerd diplomaat − zij het voor een ander land − Saakasjvili’s gedroomde minister van Buitenlandse Zaken.
De Franse president Jacques Chirac gaf Saakasjvili speciaal toestemming om Zoerabisjvili naar Georgië te halen. In maart 2004 ontving Zoerabisjvili een Georgisch paspoort en werd zij als eerste vrouw aangesteld als minister. Haar belangrijkste opdracht was het nastreven van EU- en Navo-lidmaatschap voor Georgië.
Het boterde echter niet tussen Zoerabisjvili en Saakasjvili’s partij, wat in oktober 2005 leidde tot haar ontslag. Een poging om met een eigen partij door te breken in de Georgische politiek mislukte, maar Zoerabisjvili bleef oppositie voeren tegen president Saakasjvili.
Voorafgaand aan de parlementsverkiezingen van 2012 sprak Zoerabisjvili haar steun uit voor Georgische Droom, de partij die miljardair Bidzina Ivanisjvili een jaar eerder had opgericht.
Zijn partij beloofde stabiliteit en een betere relatie met Rusland, en was volgens Zoerabisjvili de enige partij die Saakasjvili kon verslaan. Zoerabisjvili hield Saakasjvili verantwoordelijk voor de Russische inval in Georgië van 2008, waarbij Rusland eenvijfde van het Georgische grondgebied bezette. Georgische Droom won zowel de parlementsverkiezingen van 2012 als de presidentsverkiezingen een jaar later.
Bij de daaropvolgende verkiezingen, in 2018, besloot Zoerabisjvili zelf een gooi te doen naar het presidentschap. Om mee te mogen doen moest zij afstand doen van haar Franse paspoort. De aftrap van haar campagne vond plaats bij het voormalige huis van haar overgrootvader Niko Nikoladze, die in de nadagen van tsaristisch Rusland pleitte voor Georgische onafhankelijkheid.
De partijloze Zoerabisjvili had nog altijd een goede verstandhouding met regeringspartij Georgische Droom, die haar campagne steunde. Daarbij zette de partij ook publiek geld in, tot onvrede van Saakasjvili. Zoerabisjvili won de presidentsverkiezingen in de tweede ronde met bijna 60 procent van de stemmen, en werd de eerste vrouwelijke president van Georgië.
In de loop van haar presidentschap raakte Zoerabisjvili steeds verder vervreemd van Georgische Droom. De partij keerde zich af van Europa, ten gunste van een ‘onafhankelijk’ buitenlandbeleid dat in Zoerabisjvili’s ogen pro-Russisch was. Ook vertoonde de regering steeds repressievere trekken jegens oppositie, vrije pers en ngo’s.
Afgelopen najaar startte Georgische Droom een afzettingsprocedure tegen Zoerabisjvili, vanwege een reis langs EU-landen waarvoor de regering haar geen toestemming had gegeven. De afzettingsprocedure strandde in het Georgische parlement, maar was exemplarisch voor de almaar verslechterende verstandhouding tussen president en regering.
Zoerabisjvili noemt de ‘buitenlandse-agentenwet’ die Georgische Droom vorige maand presenteerde consequent ‘de Russische wet’. Zij schaarde zich pal achter de demonstranten die de afgelopen zes weken vrijwel dagelijks de straat op zijn gegaan tegen de wet. Op 28 mei rekende het parlement af met Zoerabisjvili’s laatste poging de invoering te vertragen, waarmee de wet binnen een week een feit zal zijn.
Aan het einde van dit jaar loopt Zoerabisjvili’s termijn als president af. Opgaan voor herverkiezing is geen optie: Zoerabisjvili was in 2018 de laatste Georgische president die direct is verkozen. Door een grondwetswijziging wordt de volgende president aangewezen door parlementariërs en lokale bestuurders.
De president heeft haar hoop nu gevestigd op de parlementsverkiezingen in oktober. Hoewel het overgrote deel van de Georgiërs pro-Europees is, moet nog blijken of de verdeelde oppositie de bevolking weet te mobiliseren.
De vraag is bovendien of de verkiezingen eerlijk zullen verlopen. Georgische Droom heeft de laatste weken getoond dat de partij geweld en intimidatie niet schuwt. Dinsdagavond wendde Zoerabisjvili zich in een videoboodschap tot de demonstrerende menigte bij het parlementsgebouw. Eén vraag staat in oktober centraal, zegt de president: ‘Kiezen we voor een Europese toekomst, of Russische slavernij?’
De Parijse universiteit Sciences Po roemt Zoerabisjvili als een ‘zeer begaafde’ student. In de jaren zeventig werd Zoerabisjvili als een van de weinige vrouwen toegelaten tot de Section Internationale, waar tal van Franse diplomaten hun opleiding genoten.
Zoerabisjvili kreeg twee kinderen met de Iraans-Amerikaanse econoom Nicolas Gorjestani. Dochter Kéthévane is journalist bij televisiezender France24, zoon Théïmouraz is net als zijn moeder Frans diplomaat.
Als president van Georgië legde Zoerabisjvili in 2019 in het Franse Leuville-Sur-Orge bloemen op het graf van Noë Zjordania, tussen 1918 en 1921 de leider van de republiek Georgië. Net als Zoerabisjvili’s (over)grootouders vluchtte Zjordania in 1921 naar Frankrijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant