Het gematigde midden heeft de zaken te lang op zijn beloop gelaten. In Nederland hebben de flanken zo veel meer grip gekregen op de politiek. In heel Europa dreigt hetzelfde te gebeuren. Maar, zo betogen de auteurs van het EU-Olifantcollectief, het is nooit te laat om in actie te komen.
De Europese verkiezingen van 6 juni aanstaande vormen een belangrijk ijkmoment. De uitdagingen waar de Unie voor staat zijn fors. De oorlog in Oekraïne maakt duidelijk dat de geopolitieke vakantie van de jaren na de val van de Muur voorbij is. De meest pessimistische scenario’s van enkele decennia geleden over mogelijke opwarming van onze planeet zijn inmiddels de realistische scenario’s van vandaag geworden.
Tegelijk staat het Europees verdienmodel onder druk door het geopolitieke armpje drukken tussen China en de Verenigde Staten. Als we niet oppassen veranderen we in een digitale kolonie van deze twee grootmachten. Kiezers moeten besluiten wat voor antwoorden op deze kwesties ze van de EU verlangen en wat de positie van Nederland daarbij moet zijn.
Over de auteurs:
Marieke Blom is hoofdeconoom van ING, Arend Jan Boekestijn is universitair docent University College Utrecht, Joshua Livestro is senior adviseur European Affairs, Jan Schoonis is ondernemer en Catherine de Vries is hoogleraar Politieke Economie aan de Bocconi Universiteit in Milaan.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Met hun keuze bepalen de kiezers mede wat voor Europese Unie ze uiteindelijk zullen doorgeven aan de volgende generatie. Hoewel aan de Europese verkiezingen zoals gebruikelijk een groot aantal partijen meedoen, gaat het debat op dit punt over twee fundamenteel verschillende visies op de toekomst van Europa. Voor het ene kamp zijn eerder genoemde problemen ondergeschikt aan een heel ander probleem, namelijk dat van de migratie. Ze zoeken de oplossing daarbij in het terugdraaien van het Europese integratieproces.
Het toekomstbeeld van dit kamp is hierbij in feite een geromantiseerde versie van het Europese verleden. Politici als Wilders, Orbán en Le Pen verklaren terug te willen keren naar de tijd van de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de voorloper van de EU die werd opgericht in de late jaren vijftig van de vorige eeuw. Boven alles willen ze controle over de eigen landsgrenzen. In ruil daarvoor accepteren ze het verlies van de Europese muntunie, de interne markt, en mogelijk ook de douane-unie.
Europa zou teruggaan naar een systeem waarin de lidstaten invoertarieven heffen op elkaars goederen en waarin burgers niet langer het recht zouden hebben om zich vrij in andere lidstaten te vestigen. Sterker nog: waarin Europees burgerschap niet bestaat. Foetsie vrij reizen, ook geen recht om in een andere lidstaat een onderneming te beginnen, laat staan om elders te gaan wonen, werken, studeren of pensioneren.
Hier tegenover staat een ander kamp dat benadrukt dat de problemen waarvoor we staan allang niet meer uitsluitend op nationaal niveau kunnen worden opgelost – ook niet het migratievraagstuk. Zij benadrukken de noodzaak van een sterk Europa met een constructief Nederland, en bepleiten daartoe collectieve oplossingen. Die oplossingen vragen op hun beurt ook om collectieve investeringen en nieuwe regels die een efficiëntere besluitvorming mogelijk maken. Vooral omdat de Unie in het komend decennium waarschijnlijk fors zal worden uitgebreid, van de huidige 27 naar misschien wel 35 lidstaten.
Dit kamp beoogt een nieuw soort Europa: een militaire en geopolitieke machtsfactor van betekenis, een continent dat maatregelen neemt om zichzelf te beschermen tegen de gevolgen van opwarming, in een nieuwe economie die Europese soevereiniteit in kernsectoren combineert met een assertief beleid gericht op het ontwikkelen van handelsrelaties en partnerschappen in het mondiale Zuiden.
De verkiezingen in juni kunnen op een nek-aan-nekrace tussen beide kampen uitdraaien. Dat ligt dan vooral aan de kiezers van het brede midden, het deel van het electoraat dat traditiegetrouw pragmatische steun verleent aan Europese integratie. Dit brede midden is al enige tijd een zwijgend, passief blok dat het contact met het debat verloren lijkt te hebben. Wellicht uit afkeer van de toenemende radicalisering op rechts lijkt men geneigd de boel maar de boel te laten. In plaats van stelling te nemen, richt men zich op andere zaken.
Dat daarmee het debat wordt overgelaten aan de flanken, accepteert men ogenschijnlijk gelaten. Als deze passiviteit doorzet, zou die weleens een negatieve invloed kunnen hebben op de opkomstcijfers en op de prestaties van het kamp dat een sterker Europa bepleit.
Het zijn deze kiezers die we willen aanspreken. Schud X af. Kom in verzet tegen politieke stromingen die de EU decennia terug willen werpen in de tijd. Sta pal voor je Europese verworvenheden: vrijheid, welvaart, vrede en veiligheid. Maak niet de vergissing van Britse pro-Europese kiezers, die pas de straat opgingen toen het te laat was. De tijd om stelling te nemen is nu. Dat begint met een duidelijke keuze in het stemhokje: stem tegen populistische pleidooien voor minder vrijheden, minder welvaart en minder veiligheid. En belangrijker: stem vóór een sterker Europa gebouwd op veiligheid, welvaart en solidariteit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant