Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Mijn zoon (6) en dochter (8) zijn echte binnenstadskinderen; we wonen in het centrum van Deventer aan het centrale horecaplein. Hun idee van een leuk uitje - en hier schaam ik mij een tikkeltje voor - is ‘naar de Action’. Wat missen mijn kinderen als ze weinig in de natuur komen? En hoe creëer je toch momenten in het groen?
In de stad zijn er prikkels die constant om aandacht vragen, of je dat nou wilt of niet. ‘Uit onderzoek blijkt dat mensen hun ogen anders bewegen in een stedelijke omgeving, ze letten veel meer op details en dat is vermoeiend’, zegt bioloog Denise Enthoven, auteur van het boek Naar buiten met jonge kinderen. ‘In het groen is er meer rust en zelfgekozen aandacht.’
Er is veel wetenschappelijk bewijs dat de natuur goed is voor de gezondheid van kinderen. ‘Bij jonge kinderen zorgt de aanraking met diverse eencelligen in de natuur, zoals schimmels en bacteriën, ervoor dat het immuunsysteem zich beter ontwikkelt. Dat werkt beschermend tegen allerlei ziektes’, zegt Enthoven. Kinderen die opgroeien met veel groen om zich heen hebben minder last van angstklachten, concludeerden Spaanse onderzoekers nadat ze negen jaar lang honderden kinderen volgden. Ander onderzoek wijst uit dat kinderen die spelen op ‘groene’ schoolpleinen, met gras en bomen, zich na de pauze beter kunnen concentreren dan kinderen die het moeten doen met een stenen speelplaats.
Bij ‘natuur’ zijn we geneigd te denken aan een groot bos of wandelpad langs de rivier. Het kan dichter bij huis, meent Tim Hogenbosch, bekend als boswachter Tim uit het tv-programma Beestenbrigade. ‘Het hoeft niet ingewikkeld en bombastisch. Ook in een park met wat bomen zijn vogels, vogels en vlinders waarover je je kan verwonderen.’
Volgens de tv-boswachter is het voor gezinnen in de stad tegenwoordig lastiger om dit soort groene plekken vlak bij huis te vinden. ‘We moeten niet alleen naar de ouders kijken. Ik vind dat de overheid hierin ook een verantwoordelijkheid heeft.’
Leren genieten van de natuur begint bij de ouders, meent Enthoven. ‘Jonge kinderen zijn copycats. Wees nieuwsgierig en ga bij een boom kijken welke beestjes er leven. Ruik aan een bloem. Ik wees een paar keer een slak aan en sindsdien zoekt mijn kind ze overal.’
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.
Tijdens een uitje naar het bos hoeven ouders hun kind niet vol te stampen met kennis. ‘Laat de kinderen lekker zelf ontdekken’, adviseert Tim Hogenbosch. ‘Ik merk het altijd tijdens draaidagen: kinderen zien zoveel meer dan wij. Ze zijn kleiner en ontdekken al snel kruipende beestjes.’
In plaats van de alleswetende docent uit te hangen (‘Weet je hoe je een eik kan herkennen?’), is het leuker om als volwassene gewoon mee te spelen. Hogenbosch: ‘Denk terug aan je eigen jeugd. Wat vond je tof om te doen? Slakken zoeken bijvoorbeeld. Word samen vies. Spring als eerste in de plas.’
Vind je kind het bos ‘stom’? ‘Bedenk wat je kind wél leuk vindt’, adviseert Enthoven. ‘Voetballen? Neem dan een bal mee, in het bos zijn overal goals.’ ‘Of een zakmes om stokken mee te slijpen en een loeppotje om insecten te vinden’, vult Hogenbosch aan.
Ook in de buurt zijn er genoeg creatieve ideeën te bedenken. De bioloog somt er enkele op: ‘Verzamel kleine diertjes of veren. Maak een confettibom van bloemen door ze in een wc-rol te doen en weg te blazen. Teken de wolken na. Kies een plek in huis uit waar kinderen hun gevonden schatten mogen neerleggen, als een soort altaar.
Of je nou naar het plaatselijke grasveldje gaat, het bos of de heide: laat je telefoon thuis. ‘Je hebt al 20 duizend foto’s van je kind’, zegt Hogenbosch. ‘Kijk om je heen. Geniet van het moment.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant