Home

Op naaktslakkenjacht in een volkstuin: ‘Morgenochtend zijn jullie een lekker ontbijtje voor de eendjes’

Opgegeten slablaadjes, hosta’s met grote gaten erin en jonggestorven stekjes. Voor de naaktslak is het een buitengewoon goed jaar. Op slakkenjacht met zussen Claudette en Mavis in hun Duivendrechtse volkstuin. ‘Vorige week zaten we op vijfduizend slakken, nu op meer dan zesduizend.’

Claudette Coats (73) en haar zus Mavis (70) zijn nog geen minuut op slakkenjacht of ze hebben al een baby gevonden. ‘Baby of niet, een slak is een slak’, zegt Mavis terwijl ze het weekdiertje van nog geen halve centimeter in een emmer gooit. ‘En kijk, hier is er nog een. Een dikke.’

Het is maandagavond, iets na 11 uur. Op het volkstuinpark Ons Lustoord in Duivendrecht is het doodstil. Alleen in de tuin van de Surinaams-Nederlandse zussen hoor je – zoals elke avond deze maand – zacht gepraat.

Over de auteur
Elsbeth Stoker is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken. 

Want zodra de zon onder is, gaan de twee goedlachse gepensioneerde verpleegkundigen hun volkstuintje in. In de ene hand hebben ze een grote emmer kokend water, in de ander een bouwlamp. Minutieus inspecteren ze hun tuin. Ze zijn op zoek naar naaktslakken, vraatzuchtige weekdieren die – als je niet oplet – zo een deel van je planten opeten.

‘Kijk nou naar die pronkboon’, zegt Claudette. ‘Helemaal kaal, die gaat het dit jaar niet meer doen’, vervolgt ze terwijl ze een dikke naaktslak optilt met haar, in latex gehulde, handen.

Milde winter en fris lenteweer

Afgelopen jaren haalden de zussen ‘misschien tweehonderd slakken per jaar uit de tuin’. Dit jaar vonden ze er de eerste nacht, begin mei, al 750. ‘We waren er tweeënhalf uur mee bezig.’ Vorige week stond de teller op vijfduizend naaktslakken. Inmiddels is dat aantal opgelopen tot zesduizend.

Want voor de naaktslak is het een buitengewoon goed jaar. ‘Ik heb er in jaren niet zoveel gezien als nu. In mijn tuin zitten er ook honderden’, zegt Sylvia van Leeuwen, slakkendeskundige van Eis, een kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelde dieren.

Het is de combinatie van veel regen, een milde winter en fris lenteweer waarin de naaktslak goed gedijt. Van Leeuwen: ‘We hebben afgelopen jaren veel droge, hete zomers gehad. Dan drogen ze uit. En ook als het vriest in de winter leggen ze het loodje. Maar als de winter mild is, overleeft de naaktslak het. De slak graaft zich in en legt vervolgens een hele stapel eitjes. Een paar weken later zit je tuin helemaal vol. Dat kan de hele zomer doorgaan, totdat het heet wordt.’

Er is nog een verklaring voor de toename. ‘Egels eten graag slakken’, zegt Van Leeuwen. ‘Maar het aantal egels is door gewasbeschermingsmiddelen met neonicotinoïden gehalveerd.’

Bijna weer in bloei

‘Hoeveel heb jij er al, Mavis?’, roept Claudette na een half uur door de volkstuin. ‘Ik heb er 44, 45, 46, en hier zit er nog een.’

‘Ik zit nu op 56’, klinkt het vanuit een andere hoek van de tuin.

Sinds 2020 delen de zussen een volkstuin, met daarop een klein huisje. In de lente- en zomermaanden zijn ze hier vijf dagen én nachten per week te vinden. Dat moet ook wel, zegt Claudette. ‘Want na de winter is het hier net een oude plantage. Drassig, overal smurrie van gevallen bladeren, molshopen en gaten van woelratten.’ Nog een paar weken, zegt ze, dan is het hier prachtig en staat alles in bloei. Tenzij de naaktslak het verpest.

‘Daar zit een eigenwijze, die wil de kas in. Dat mag echt niet.’ Met ferme hand trekt Claudette de slak van het glas, en gooit hem in de emmer met heet water. In de kas staan de stekjes met kousenband, pepers en okra al klaar. ‘Die gaan naar buiten zodra het warmer wordt en er minder slakken zijn. Laat je hier nu een naaktslak op los, dan zijn al die kleine plantjes morgen weg.’

Glas bier

De beste manier om naaktslakken te bestrijden, zegt slakkenexpert Van Leeuwen, ‘is om ze te vangen en uit te zetten in een park. Maar zet ze wel op een paar honderd meter afstand. Ze kunnen goed ruiken, dus als je ze in de tuin van de buren mikt, komen ze alsnog terug als ze in jouw tuin lekkere slablaadjes of hosta’s ruiken.’

Heb je geen goede plek om ze uit te zetten, dan is kokend water met een beetje zout – ‘tegen het slijm’ – een goede optie. ‘Dan gaan ze snel dood.’ Een andere mogelijkheid is het ingraven van een glas bier. ‘Ze kruipen daarin, ze worden dronken en verdrinken.’ Maar, stelt de slakkendeskundige, ‘er zijn ook dingen die je absoluut niet moet doen. Slakkengif strooien bijvoorbeeld. Katten, egels, muizen en vogels eten dode slakken. Zij kunnen daar heel ziek van worden.’

En, waarschuwt de slakkenexpert, scheer niet alle slakken over één kam. ‘Laat huisjesslakken wél zitten, want die eten eitjes van naaktslakken. Onder de huisjesslakken is er maar eentje die vraatschade aan planten veroorzaakt, de bruin gemarmerde Segrijnslak. De rest is onschuldig.’

Eindstand: 170 slakken

In de emmers van Claudette en Mavis ligt inmiddels een laagje slakken. ‘Ik heb er al tachtig’, roept Claudette.

‘Zo’, reageert Mavis onder de indruk. ‘Ik heb er 65.’

Ze bukt zich om een volgende slak op te pakken. ‘Oh nee, jij bent een pissebed. Jij mag blijven leven.’

Claudette wil door totdat ze honderd slakken heeft gevonden. Het is bijna middernacht. ‘Ik zie er niet meer zoveel’, zegt ze niet veel later. De gezamenlijke eindstand: 170. ‘Ik ben trots, we hebben het goed gedaan’, zegt ze terwijl ze samen met haar zus in de emmers kijkt.

Het water in de bakken is slijmerig geworden, een enkele slak kronkelt nog na. ‘Jullie zijn verleden tijd’, spreekt Mavis de slakken toe. En morgenochtend, voegt Claudette toe, ‘is het feest voor de eendjes. Dan voer ik jullie aan moedereend en haar kleintjes. Voor hen zijn jullie een lekker ontbijtje.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next