Een partijloze topambtenaar met nul politieke dienstjaren wordt de opvolger van de langstzittende premier uit de Nederlandse geschiedenis. De 67-jarige Dick Schoof is duidelijk geen risicomijder. Of zijn goed afgestelde politieke antenne zijn gebrek aan ervaring compenseert, zal moeten blijken.
‘Dick wie?’ In buitenlandse hoofdsteden zal de naam van de nieuwe Nederlandse minister-president vermoedelijk alleen maar vraagtekens oproepen. En niet alleen in het buitenland, want tijdens de maandenlange speculaties over de opvolging van Mark Rutte is de naam Dick Schoof niet eenmaal gevallen.
De consensus onder Binnenhof-kenners was immers dat de kandidaat op zijn minst over ruime politiek-bestuurlijke ervaring moest beschikken, dat wil zeggen: alleen oud-Kamerleden en -bewindspersonen zouden in aanmerking komen voor de functie van primus inter pares in het kabinet. Wie nooit eerder onderdeel was van het verbale steekspel in de Tweede Kamer, kan zich daar met geen mogelijkheid staande houden, was de gedachte.
Dick Schoof denkt daar kennelijk anders over. Zijn oudere broer Nico, voormalig D66-burgemeester van Alphen aan den Rijn, verklaarde in 2015 in NRC dat Dick ‘heel positief ingesteld’ is. Het deert Schoof blijkbaar evenmin dat iedereen weet dat hij voor PVV-leider Geert Wilders tweede keus is. Wilders wilde ex-informateur Ronald Plasterk in het Torentje parachuteren, maar dat zag coalitiegenoot Pieter Omtzigt naar verluidt niet zitten. Plasterk trok zijn kandidatuur vorige week uiteindelijk zelf in.
Hoe de nieuwe coalitie vervolgens bij de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid uitkwam, is voorlopig het geheim van de formatiekamer, maar Schoof zou weleens uit de koker van de VVD kunnen komen. Hij is op Justitie immers al een paar jaar de rechterhand van minister Dilan Yesilgöz, de huidige partijleider van de VVD. Bovendien heeft Schoof een goede band met Rutte, vertelden Haagse insiders jaren geleden aan NRC.
Rutte en hij werkten intensief samen na de ramp met vlucht H17. Schoof was toen als Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) verantwoordelijk voor de nationale crisisbeheersing na de ramp. In die jaren speelde ook de politieke discussie over de mogelijke terugkeer van uit Syrië terugkerende jihadstrijders en het gevaar dat zij al dan niet zouden vormen voor de nationale veiligheid. Rutte en Schoof belden minstens drie keer per week met elkaar. Een NRC-bron vertelde: ‘Mark Rutte roept vaak in allerlei situaties: ‘Waar is Dick?’ ‘Weet Dick hiervan?’ ‘Wat gaat Dick eraan doen?’ De premier heeft vrijwel onvoorwaardelijk vertrouwen in Dick Schoof.’
Ook toenmalig justitieminister Ivo Opstelten leunde bij tijd en wijle zwaar op de topambtenaar. Sommige oud-politici herinneren zich nog hoe Schoof in februari 2015 opzichtig fungeerde als souffleur van Opstelten. Tijdens een politiek beladen debat over de nasleep van de vliegramp zat de Nationaal Coördinator de minister in Vak K voortdurend in het oor te fluisteren en spiekbriefjes toe te schuiven.
De Nationaal Coördinator wist de media goed te vinden. Topambtenaren blijven in Nederland meestal op de achtergrond, maar Dick Schoof koestert zich graag in het licht van de schijnwerpers. Als NCTV zit hij geregeld in praatprogramma’s om het Nederlandse veiligheidsbeleid toe te lichten. ‘Inhoudelijk in de belangstelling staan vindt hij wel mooi’, zegt broer Nico in NRC.
De schaarse profielschetsen uit het verleden roepen het beeld op van een streber en workaholic. Hij heeft zelf toegegeven dat hij te weinig tijd vrijmaakte voor zijn gezin toen zijn kinderen jong waren. Schoof heeft twee uit China geadopteerde dochters die inmiddels volwassen zijn. Zijn huwelijk eindigde in een scheiding. Hij heeft nu een vriendin.
Schoof is de op een na jongste van zeven kinderen uit een rooms-katholiek gezin uit Santpoort. Hij groeide deels op in Overijssel, waar zijn vader werkte bij de sociale dienst. Ondanks het PvdA-lidmaatschap dat hij enige tijd geleden opzegde, is Schoof nooit heel erg links geweest. Tijdens zijn studententijd in het Nijmegen van de jaren zeventig (waar hij planologie studeerde) liep hij weliswaar rond met schouderlang haar, maar dat was voor mannelijke studenten toen min of meer de norm. Zijn trainingen bij de roeivereniging vond hij naar verluidt belangrijker dan meedoen aan politieke demonstraties.
Bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten leerde Schoof in de jaren tachtig hoe hij om moet gaan met politieke gevoeligheden. Tijdens zijn periode op het ministerie van Onderwijs zette hij zichzelf als talentvol ambtenaar op de kaart door succesvol te bemiddelen in de scholenstrijd tussen CDA en PvdA. De twee grootste politieke partijen verschilden diep van mening over de vraag wie er moest gaan over het onderhoud van schoolgebouwen (en de bijbehorende budgetten): de scholen of de gemeenten. Schoof bedacht een politiek compromis waar iedereen mee kon leven, en verwierf daardoor de reputatie over een goede politieke antenne te beschikken.
Na 1996 richtte Schoof zich uitsluitend op veiligheidskwesties. Hij begeleidde onder andere de oprichting van de Nationale Politie, was hoofd van de immigratiedienst IND en de nationale inlichtingendienst AIVD. Sinds vier jaar is hij de hoogste ambtenaar op het ministerie van Justitie.
Schoofs uitgebreide kennis van en ervaring met veiligheids– en asielzaken past waarschijnlijk goed in het straatje van Geert Wilders, voor wie dit het belangrijkste agendapunt is uit het hoofdlijnenakkoord. Schoof heeft bovendien al eens zijn nek uitgestoken door als AIVD-directeur in 2019 een ambtsbericht te verspreiden waarin de inlichtingendienst waarschuwde voor ‘salafistische aanjagers’ in de directie van het Amsterdamse Haga Lyceum, een islamitische school.
Dat de AIVD dit – via de NCTV en de gemeente Amsterdam – naar buiten bracht, kwam Schoof op veel kritiek te staan. De AIVD zou hiermee de polarisatie in de samenleving aanwakkeren, de privacy van de schoolbestuurders schenden en islamitisch onderwijs in een kwaad daglicht stellen. Schoof bleef in een Volkskrant-interview echter vierkant achter zijn ambtsbericht staan. Het doel heiligde volgens hem de middelen. ‘We wilden de burgemeester, de NCTV, de Onderwijsinspectie en de ministeries van Onderwijs en Sociale Zaken zo informeren dat ze iets konden doen om de zorgelijke tendens op de school tegen te gaan.’
Een ander middel dat volgens hem blijkbaar geheiligd werd door het doel, is het gebruik van nepprofielen op sociale media om mogelijke terroristen in de gaten te houden. Als NCTV stond hij vanaf 2014 toe dat zijn ondergeschikten via anonieme accounts verdachte burgers volgden, terwijl zijn juristen hem volgens NRC hadden gewaarschuwd dat dit juridisch zeer waarschijnlijk niet door de beugel kon. Schoof negeerde die adviezen. Pas eind 2023 is deze opsporingsmethode wettelijk toegestaan.
Schoof raakte eerder al in opspraak, omdat hij als NCTV een onafhankelijk onderzoek naar zijn eigen functioneren probeerde te beïnvloeden. Uit documenten die GeenStijl opvroeg blijkt dat Schoof via zijn ambtenaren zware druk uitoefende om de harde conclusies in het onderzoeksrapport af te zwakken. Die conclusie luidde dat de crisisbeheersing na de MH17-ramp onder Schoofs leiding in eerste instantie ‘niet goed’ was verlopen. In de oorspronkelijke tekst, die was aangepast op aandrang van Schoof, stond ‘slecht’ in plaats van ‘niet goed’. Schoof was furieus over dat negatieve oordeel, blijkt uit geopenbaarde e-mails.
Die bereidheid de grenzen van de wet op te zoeken is essentieel voor een premier die een regeerakkoord moet uitvoeren dat nadrukkelijk met die wettelijke grenzen flirt en volgens veel juristen zelfs overschrijdt. Schoof lijkt pragmatisch genoeg om hier mee om te gaan. In een recent interview met de Groene Amsterdammer oppert hij bijvoorbeeld dat de IND sneller moet besluiten over asielverzoeken, omdat afgewezen asielzoekers toch altijd in beroep gaan. Daarmee suggereert Schoof dat de IND in eerste instantie niet zo nauwkeurig hoeft te kijken naar het asielverzoek, omdat de instantie erop mag vertrouwen dat de rechter eventuele onrechtvaardigheden achteraf wel corrigeert. Als de politiek tegen alle adviezen in toch ongrondwettelijke besluiten doorvoert, ‘stranden die gewoon bij de rechter of bij het Europees Hof’, zegt Schoof in datzelfde interview.
Het Groene-interview uit maart bevat meer uitspraken die Wilders zullen plezieren. ‘Ik heb moeite met het frame dat de democratie op het punt staat van doodgaan als gevolg van deze verkiezingsuitslag’, merkt Schoof op. ‘Het is natuurlijk niet zo dat als een kwart van de mensen PVV stemt, dat dan ineens een kwart het verkeerd heeft gezien.’ NSC-leider Omtzigt, die zich opwerpt als hoeder van de rechtsstaat, zal juist in zijn sas zijn met dit citaat: ‘Zowel wij ambtenaren als de minister hebben ons te houden aan wet- en regelgeving die we hebben opgebouwd en aan de procedures om wetten te veranderen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant