Of ze naar de Bruna mochten om een uitwisbare pen te kopen, van hun eigen geld. Even later kwamen ze terug, zonder uitwisbare pen. Maar met een soort lolly. Die had de grootte van een prittstift, onder de dop zat een geel ronddraaiend balletje waar je aan kon zuigen en in het ding zelf een chemische vloeistof die dat gele balletje weer extra smaak gaf.
De verpakking was helblauw, met daarop in woedende roze letters: Big Lick. (En nu wil ik graag even stilstaan bij het feit dat er een soort lolly bestaat die Big Lick heet. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat, in achting genomen dat dit soort snoep jonge kinderen als doelgroep heeft: A) iemand heeft gedacht dat dit een hele normale naam is? En B) er geen enkele commissie of keuring of instantie is geweest die heeft gezegd: serieus mensen, Big Lick? Misschien even normaal doen?)
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Big Lick had 2 euro gekost, vertelden ze. Ik herinnerde de oudste er nog maar eens aan dat we nog 50 euro van haar tegoed hadden. We hadden een paar keer iets voorgeschoten wat ze van haar eigen spaargeld wilde kopen. ‘Wil je dat nu even gaan pakken?’, vroeg ik, waarop ze zuchtend naar boven liep.
Omdat ze na tien minuten nog niet terug was, stuurde ik haar zusje achter haar aan om te kijken waar het geld bleef. Even later stond de kleine deurwaarder weer voor me met twee briefjes van 20 en een van 10. ‘Ze is verdrietig’, zei ze over haar grote zus.
Ik ging naar boven en trof haar in haar kamer, waar ze huilend voor het raam stond. ‘Nu heb ik nog maar 86 euro’, zei ze. Ik zei dat 86 euro heel erg veel geld is en dat er weinig kinderen zijn die zoveel spaargeld hebben. ‘Nee’, zei ze, ‘sommige kinderen hebben 200 euro’.
Kijkend naar haar tranen, schatte ik in dat ze niet openstond voor een preek over armoede, kansenongelijkheid en het fortuin dat 86 euro voor een kind van 9 zou moeten zijn. In plaats daarvan vroeg ik haar waar ze dan voor spaarde.
‘Een paard’, snikte ze. Duizend euro moest dat kosten, dacht ze. ‘Een paard is veel duurder’, zei ik. Bovendien, dan koop je een paard en dan? Hij moet ergens wonen, gevoed en verzorgd worden. Toen zei ik iets heel doms, maar in tijden van liefde en verdriet is alles geoorloofd. ‘Misschien kun je beter sparen voor een hond. Dat is betaalbaarder en het lijkt mij ook wel leuk. Maar zeg dat nog maar niet tegen je zus. En al helemaal niet tegen je moeder.’ Dat haalde in ieder geval de angel uit haar verdriet. En anders was er ook nog altijd Big Lick (schreef hij kokhalzend).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant