Home

Op Bali ruimen vrijwilligers plastic terwijl het vuil maar blijft komen

Op het Indonesische eiland Bali spraken delegaties uit 106 landen met elkaar over een beter watermanagement in de wereld. Verderop pikken vrijwilligers – tot hun borst in stinkend water – drijvende luiers en plastic flesjes uit een mangrovewoud.

De eerste stappen in het mangrovewoud van de Balinese hoofdstad Denpasar zijn een kwestie van doorzetten. De kaplaarzen zakken diep weg in de modder, het stinkende bruine water borrelt rond de knieën en het huisvuil drijft je tegemoet: volgezogen luiers en maandverband, dobberende drinkflessen en duizenden plastic verpakkingen van instant noodles of chips. ‘Ah! Mie Goreng’, grapt een vrijwilliger van de organisatie Sungai Watch die tot zijn borst in de drek staat. Met zeven andere jonge Indonesiërs steekt hij opgewekt handenvol drijfvuil in een grote groene zak die hij achter zich aansleept. Zoals iedere vrijdag aan de rand van de tropische miljoenenstad.

‘Ik wilde iets concreets doen voor het milieu’, zegt de 21-jarige student Immanuel die vandaag voor het eerst meehelpt. Wijzend op het kleurrijke plastic dat aan de luchtwortels van de mangroven blijft hangen: ‘Dat moeten we allemaal recyclen.’ Ook een gepensioneerde Australiër maakt zich graag een ochtendje nuttig. De 25-jarige toeristengids Frans, een local, zegt schuldbewust: ‘Het zijn de Balinezen zelf die hun vuilnis achteloos in de rivier gooien, mijn klanten doen dat bijna nooit.’ Na een paar uur ploeteren verschijnt welkome versterking: een dozijn medewerkers van een chic restaurant trekt geroutineerd handschoenen aan. ‘We worden gewoon doorbetaald. Onze Canadese chef vindt milieu belangrijk.’

Opmerkelijk detail: terwijl vrijwilligers zich langzaam een weg banen door de vervuilde mangrove, praten verderop in de naastgelegen badplaats Nusa Dua tienduizenden gedelegeerden uit 106 landen over het belang van schoon water in de wereld. Op het driejaarlijkse World Water Forum spreken ministers, VN-vertegenwoordigers, onderzoekers en ondernemers over duurzaam waterbeheer in relatie tot volksgezondheid, voedselveiligheid, duurzame economische groei, biodiversiteit en klimaatverandering. Volgens een VN-meting over 2022 hebben circa 2,2 miljard mensen geen toegang tot veilig drinkwater, 3,5 miljard gebruiken onverantwoorde sanitaire voorzieningen. En terwijl de wereld kampt met meer overstromingen, wordt water schaarser door bevolkingsgroei, landbouw en industrie.

Over de auteur
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.

Gemiste kans

In paviljoenen presenteren landen hun oplossingen en best practices. Het Nederlandse ingenieursbureau Royal HaskoningDHV legt uit hoe ze natuur en beton combineren voor een zeewering in Singapore, het Nederlands-Indonesisch bedrijfje Nazava verkoopt betaalbare filters dat kraanwater thuis en op school toch drinkbaar maakt. Na vijf dagen hydrodiplomatie kondigt de organisatie aan dat er een mondiaal ‘center of excellence’ komt voor waterbeheer en klimaat, dat kleine eilanden meer steun verdienen bij hun waterbeheer en dat er een VN Wereldmerendag moet komen; ter aanvulling van Wereldwaterdag en Wereldtoiletdag. Het opzetten van een Wereldwaterfonds, naar analogie van het VN-Klimaatfonds, wordt doorgeschoven naar een volgend congres.

‘Weer een mondiaal forum en weer een gemiste kans om echt wat te veranderen’, schrijft de 28-jarige Gary Bencheghib op Instagram. De mede-oprichter van Sungai Watch signaleert smalend dat de grootste vervuiler van Bali, het Franse levensmiddelenconcern Danone (hun flesjes water zijn overal), hoofdsponsor is van het evenement. ‘Hoelang moeten wij rivieren blijven schoonmaken, voordat er effectieve actie komt?’

Als kind verhuisde Bencheghib van Parijs naar Bali; als tiener organiseerde hij opruimacties op het strand; in 2017 peddelde hij in een kajak van weggegooide drinkflessen over de vuilste rivier ter wereld, de Javaanse Citarum. Mede door zijn filmverslag stuurde de Indonesische president het leger om de rivier leeg te scheppen. Inmiddels woont de activist op het strand in een tiny house gemaakt van 35.000 opgeviste plastic zakjes. Hij heeft 119 medewerkers in dienst, verkoopt geüpcyclede meubels en trekt met succes sponsors en vrijwilligers aan met zijn filmpjes over schoonmaakacties.

Bamboemand vol huisvuil

En toch blijft het dweilen met de kraan open, erkent de activist. In Indonesië wordt minder dan de helft van het huisvuil opgehaald, de rest verdwijnt in de bosjes of in de rivier. Zelfs de illegale dumpplaatsen die zijn organisatie opruimt en officieel sluit met medewerking van dorpelingen en lokale bestuurders, lopen snel weer vol. Op videobeelden is te zien hoe dat komt: doodgewone Indonesiërs die langsrijden op hun scooter en onbekommerd een bamboemand vol huisvuil leegkiepen. Ook elders in het land vindt de aanpak van Sungai Watch navolging, soms komen politici en bestuurders even helpen voor een foto in de lokale krant. Maar volgens Bencheghib benadert de Indonesische overheid de vervuiling van ’s lands rivieren en zee niet als een probleem.

Watergezant Meike van Ginneken, die de Nederlandse regering vertegenwoordigt op het World Water Forum, stelt dat hydrodiplomatie wel concrete projecten oplevert. ‘Nederland steunt de Water Action Agenda zoals vorig jaar vastgesteld door de VN’, zegt zij in een strandclub op Bali. ‘Daar staan achthonderd afspraken in over bijvoorbeeld onderzoek, nieuwe infrastructuur en herstel van wetlands. Nu komen daar weer een paar honderd bij.’ Van Ginneken biedt Nederlandse kennis en kunde over waterbeheer aan. ‘Zo leveren we een bijdrage aan de ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, kunnen we softpower uitoefenen, leren we van andere landen en steunen we Nederlandse bedrijven in de watersector.’ Van Ginneken prijst onder meer het Nederlandse financieringsmodel waarbij gekozen waterschappen zelf belasting mogen heffen. ‘Watermanagement is extreem duur.’

Achter een kleurrijke muur van opgeviste teenslippers wacht de 41-jarige Anton in zijn sorteerstation op de komst van nieuwe zakken drijfvuil uit de mangrove. Vandaag verwacht de plaatselijke chef van Sungai Watch weer 800 kilo plastic tasjes, luiers en flesjes binnen te krijgen (de teller staat op 2 miljoen kilo). Hij wijst op zakken vol schoongemaakte tandenborstels, shampoo-flesjes (Unilever), blikjes: ‘Ja, ik word weleens moedeloos. Het drijfvuil blijft maar komen.’ De oplossing is volgens hem simpel: fabrikanten moeten minder verpakkingsmateriaal aanbieden, consumenten moeten thuis recyclen en de overheid moet alle huisvuil ophalen en verbranden. Zo legt hij dat regelmatig uit in dorpen en op scholen. ‘Het gaat stap voor stap. Je moet geduld hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next