Home

De deugmens is de partypooper van deze gepolariseerde tijd. Hoe vindt hij zichzelf opnieuw uit?

In de ogen van politiek rechts is de deugmens een humorloze betweter en een vermoeiende idealist. Misschien moet hij het debat met iets meer zelfspot voeren om ook door anderen serieus te worden genomen.

Je hoort het de laatste jaren steeds vaker, het woord ‘deugmens’, of ook wel ‘deuger’. Wie het woord uitspreekt, meestal wat theatraal, trekt er een vies gezicht bij, alsof de deugmens iemand is die je liever niet op je verjaardag uitnodigt.

Soms is de weerzin zo duidelijk dat het om een smerig insect zou kunnen gaan dat maar het beste kan worden vertrapt. Zo’n deugmens is duidelijk iemand met wie je weinig lol beleeft, die je bij een bruiloft aan de tafel van de vervelende mensen zet. Bij de humorloze betweters en vermoeiende idealisten, iedereen die niet van het leven durft te genieten.

Over de auteur
Henk Pröpper is schrijver en boekenrecensent voor de Volkskrant. Hij woont en werkt in Parijs.

De deugmens is misschien wel vergelijkbaar met wie we in rustiger tijden een heilig boontje noemden: altijd netjes, nooit in voor iets ondeugends. Niemand wilde daarmee geassocieerd worden. Waarom eigenlijk niet?

Markant personage

In het Nederlandse spraakgebruik bestaat het woord ‘deugmens’ nog niet heel lang, maar het maakt school. De verhitte communicatie via sociale media draagt daartoe bij, net als het sterk toegenomen partij- en vijanddenken. De deugmens is een markant personage geworden in het theater van het internet, bespot en gehekeld, menigeen zou hem het liefste uit de samenleving stoten met zijn mooie idealen en humanistische luchtspiegelingen.

Het blijkt dat de deugmens bepaald geen Nederlandse uitvinding is en in allerlei culturen ongeveer gelijktijdig ten tonele is verschenen. Hij bestaat, en wordt verketterd, in allerlei talen. Het best gedocumenteerd en beschreven is hij in het Duits waar nogal wat literatuur over de Gutmensch bestaat. Ook in het Italiaans (buonista), en in het Chinees bestaat een variant (baizuo, wat ‘wit links’ betekent). De do-gooder en het virtue signalling hebben in de Angelsaksische wereld zelfs een plek verworven in wetenschappelijk onderzoek, zoals naar de manier waarop vleeseters kijken naar gemotiveerde vegetariërs.

De deugmens, de gutmensch, de do-gooder verenigt in zich een aantal eigenschappen en eigenaardigheden die in onze tijd vooral aan de (uiterste) rechterzijde van het politieke spectrum als enorm storend worden gezien.

In de definities en beschrijvingen in de verschillende talen en culturen komen telkens dezelfde elementen naar voren. De deugmens zou zich beroepen op een absoluut inzicht in het goede, en zou door zijn moraliserende, missionarisachtige gedrag iedere andere levensinstelling verwerpen en daarmee ingrijpen in de persoonlijke vrijheid van mensen. (‘Dat bepaal ik toch lekker zelf.’)

Ergerlijke vorm van hypocrisie

Het personage zou eerder door een onaards idealisme worden gedreven dan door realiteitszin, vanuit de diepe wGutens goed te zijn en dat ook breeduit te etaleren. (‘Ze duwen het door mijn strot.’) Ook zou de deugmens het (weinig fraaie) wezen van de menselijke natuur niet onder ogen willen zien, wat wel moet wijzen op een ergerlijke vorm van hypocrisie. Geen mens is immers in staat te voldoen aan alle idealen van de wereldverbeteraars (een schone aarde, een democratisch proces, een wereld zonder dierenleed).

Aan de deugmens kleven dus heel wat bezwaren, welk recht heeft hij dan nog anderen de wet voor te schrijven?Samengevat is hij in de verbeelding van populistisch rechts een soort windmolenvechter, maar dan strijdend vóór windmolens – tenzij ze in de eigen achtertuin komen.

De bewuste, altruïstische, humanistische levensinstelling werd in de jaren zestig nog als vrij gewoon ervaren (relatief ongevaarlijk), het was de tijd van de democratisering, het hippiedom, de grote goede doelen.

Gastvrije houding

Dat veranderde in de jaren tachtig en negentig, toen de immigratie, of in ander jargon: de toevloed van buitenlanders, en de gastvrije houding ten aanzien van vreemdelingen steeds meer als een probleem werden gezien.

Zo werd in Duitsland in rechts-radicale kringen de gutmensch geboren, de personificatie van veel onheil en kwaad in de wereld, de elitaire vertolker van de politieke correctheid. Het woord uitspreken werd als een aanklacht.

Het begrip gutmensch verscheen in dat land voor het eerst in 2000 in het woordenboek, in de toemalige definitie werd het wezen van de gutmensch verbonden met ‘onkritisch of als overdreven ervaren empathisch en tolerant gedrag’.

De gutmensch of zondagsredenaar werd ‘betrokkenheidstaal’ of ‘bezorgdheidstaal’ verweten. Storend, want grote betrokkenheid bij de vreemdeling, de buitenstaander, zou onvermijdelijk ten koste gaan van de eigen cultuur en tradities.

Onwoord van het jaar

In 2015 won ‘Gutmensch’ de eerste prijs in het concours ‘Het onwoord van het jaar’, een jaarlijkse, door Duitse linguïsten gemaakte (en overigens sterk bekritiseerde) selectie van recent gepopulariseerde termen die mogelijk indruisen tegen mensenrechten of democratische principes.

Het woord werd nu geduid als uitdrukking en brandpunt van maatschappelijke strijd. Politicologische en sociologische analyse hadden het woord diepgang gegeven, zodanig dat het zelfs als onwoord werd beoordeeld.

Het werd door rechts-populistische politici doelbewust ingezet als een wapen in de ideologische en politieke strijd, door geen Geneefse conventie verboden, maar wel schadelijk, misleidend en ondermijnend.

Bedachte constructie

Hier wordt voor het eerst duidelijk dat de deugmens eigenlijk niet bestaat, maar eerder een bedachte constructie is, een gestalte geschapen als beeld om op te hameren. Door de ‘idealist’ , de ‘wereldverbeteraar’ voortdurend herhaald te bestempelen als gutmensch (naïef, hypocriet en dus slecht) hoeft er door degenen die het woord uitspreken verder niet ter zake te worden geargumenteerd. De deugmens staat voor alles wat wij niet willen – niet de houding, niet de taal, niet de wereldvisie.

Tegenwoordig is het begrip deugmens stevig verankerd in het maatschappelijke en politieke discours. De gestalte hoort thuis in het steeds fanatieker wordende proces van partijdige meningsvorming over van alles en nog wat.

Zo staan sociale verworvenheden van de vorige eeuw opnieuw ter discussie, zoals het recht op abortus in de VS, en rechten van minderheden. Tegelijkertijd voelen mensen dat tradities, gewoonten en zegswijzen die hun identiteit zouden uitdrukken worden ‘bedreigd’ omwille van de zorg voor het milieu of respect voor minderheden of mensen van andere culturen. (‘Ik mag ook niets meer zeggen.’)

Woekerend proces

In dat woekerende proces heeft de ‘superieure’ deugmens een specifieke rol en functie van schuldige, besmeurd op sociale media. Daar wordt het ook wel het ‘trickle down-effect van het trumpisme’ genoemd: het werkt, iemand van het debat uitsluiten door hem of haar een negatief predikaat te geven, zoals dik of dom of deugmens. Het werkt, om zorgen om het klimaat ‘klimaathysterie’ te noemen.

Het stempel van deugmens is voldoende om niet meer naar iemand te hoeven luisteren, ook al baseert die zich op feiten en wetenschap. De deugmens bestaat misschien niet, maar heeft wel een signaalfunctie in de hoofden van mensen, werkt als een veilig schild tegen alles wat anders en beter moet.

Het recente verleden leert dat vooral linkse leiders die worden neergezet als deugmens zich maar moeilijk weten te verdedigen. Vaak ontbreekt het hun aan de wapens om in deze tijd van snelle meningen en oordelen succesvol te zijn. Terugslaan met vergelijkbare middelen werkt vaak als een boemerang. Er is ook een vrolijke tegenwoordigheid van geest voor nodig die ze, door de zwaarte en ernst van het moment en de onderwerpen, zelden bezitten.

Zuinige mondjes

Iedereen herinnert zich de zuinige mondjes van ‘linkse deugers’ bij verkiezingsnederlagen of tijdens debatten waarin het maar niet lukt een punt te maken tegen het schild van harde, uitdagende kwinkslagen, de populistische communis opinio.

Hoe vaak werden dergelijke beelden niet herhaald om te illustreren dat de deugmens een slecht verliezer is, zijn verongelijktheid en zuurgraad van monumentale proporties zijn. Onbegrepen is hij, wat niet zozeer medelijden opwekt als wel weerzin, een reden hem te diskwalificeren.

‘Huilie huilie’ is niet zonder reden uitgevonden, het klinkt de laatste jaren overal, het staat voor het sneue gepraat van de linkse deuger naar wie door de zelfbenoemde realisten van populistisch-rechts (met vaak alternatieve feiten aan hun zijde) niet langer hoeft te worden geluisterd.

Dodelijk web

De deugmens zit zichzelf dus in de weg, gevangen achter zijn etiket, en wordt daarbij doelbewust gemanipuleerd en getreiterd. Hoe kan hij zich uit dat dodelijke web bevrijden? Moet de deugmens minder deugen, of ontbreken er ook dingen in zijn karakter en arsenaal?

Hoe te reageren als wordt verkondigd dat de zon weer gaat schijnen in Nederland? Zeg je dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat eerder de zondvloed over ons zal komen? Nee, er zijn andere tactieken en strategieën nodig, geestiger, uitdagender, aansprekender.

Het Angelsaksische wetenschappelijke onderzoek naar do-gooders geeft een aantal richtlijnen. Pleitbezorgers van gedragsverandering ten aanzien van het milieu zullen zelf het goede voorbeeld moeten geven, maar dan moeten ze zich ervan bewust zijn dat voorbeeldig gedrag defensieve reacties kan oproepen.

Als mensen zien dat anderen moreel beter handelen dan zijzelf, kunnen ze zich daar zodanig slecht over voelen dat ze uit opstandigheid het voorbeeldige gedrag juist verwerpen. En wanneer do-gooders, zoals vergetariërs, het in hun hoofd halen zich als moreel superieur te presenteren, dan heeft dat onmiskenbaar een ongunstig effect: de neiging hun voorbeeld te volgen vermindert dan sterk.

Een zekere losheid

Het blijkt een voortdurend zoeken naar balans, waarbij een zekere losheid en gevoel voor relativering (ruimte voor de beweegredenen van de ander) onmisbaar zijn om gedragsverandering succesvol te motiveren.

Maar hoe te ontkomen aan dat verblindende en belastende beeld, aan het etiket dat ‘deugmens’ in de politieke arena is geworden en dat een open en op feiten gebaseerde discussie frustreert?

Bezorgd zijn om de toestand van de wereld is niet de verwarde psychologie van een dolende nepridder, verloren in de kloof tussen droom en werkelijkheid. Misschien is het zaak de naam juist te dragen als geuzennaam, de strijd open en bloot te voeren, stevig op de feiten, maar met zwier, humor en zelfspot.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next