Home

Over vloeibaar afval van de NAM, blauw met stukken, dat opdook in een Gronings dorp

Het water in het afwateringskanaal in Farmsum oogt allang weer helder, zoals water zonder geheimen. Het zichtbare ‘vergif’, zoals ze in het dorp zeggen, is opgeruimd.

Maar de onzichtbare vervuiling is niet verdwenen, berichtte Hans Vijlbrief, demissionair staatssecretaris van Mijnbouw, afgelopen week aan de Tweede Kamer. Uit een analyse van genomen monsters blijkt dat een ‘verdere sanering’ nodig is.

Nu, bijna drie maanden na de lekkage, herinneren ze zich de biohazard-wagens, die ’s ochtends ineens op de brug stonden. De drijvende kussens, om verdere verspreiding te voorkomen. De stank, de hoofdpijn en de aanblik.

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten. 

‘Een blauwe gloed met stukken’, zegt Jannie de Boer, die met haar man pal langs het kanaal woont. ’s Zomers zwemmen haar kleinkinderen in het water. ‘Je weet niet wat niet bekend wordt’, zegt haar man Koos. Zij: ‘Excuses hebben we niet gehad.’

Vanaf de kanaalzijde zie je de hervormde kerk op de wierde van het dorp. Tegenover de kerk bevindt zich café-bar-cafetaria Pijpplein, waar de mevrouw achter de frituur zo verstandig is om te zeggen dat ze niets weet van de jongste perikelen met de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de NAM.

Farmsum is minstens zo oud als het aanpalende Delfzijl. Het dorp werd deels verwoest in de Franse tijd, maar is daarna herbouwd. Pas in de 20ste eeuw werd Delfzijl groter. Dat kwam door de industrie, die hier in de jaren zestig meerdere dorpen wegvaagde.

Jannie de Boer komt uit een van die verdwenen dorpen, Weiwerd. ‘Nu is daar niets meer, daar weggaan was heel ingrijpend’, zegt ze over de gedwongen verhuizing op haar 14de.

Prominent aan de kust boven Farmsum, bij de zeesluis, achter een dijk met grazende schapen, omgeven door angstwekkend wrakke leidingen, bevindt zich het ‘tankenpark’ van de NAM.

Dit tankenpark figureert prominent in een lopend strafrechtelijk onderzoek. In juni is er weer een voorbereidende rechtszaak. Het komt hierop neer: het tankenpark is het vuilnisvat van de NAM. Hier verwerkt de NAM vloeibaar afval, afkomstig van gaswinning.

Zwaar vervuild water dat overblijft, wordt vanaf dit tankenpark weggepompt naar Borgsweer, een wierdedorp verderop. Daar verdwijnt het hele zaakje, blauw en met stukken, onzichtbaar in een kilometersdiepe put. Sommige vergunningen staan der discussie. Dit is echter zeker: zo gaat het al decennia.

Aan de steiger bij het tankenpark, aangesloten op een roestige leiding, ligt het schip Vinkel – de veelzeggende naam betekent zoveel als ‘modder’ of ‘slechte turf’. Vinkel voert afvalwater van de NAM aan. Het schip duikt op in de strafzaak, de politie inspecteerde hier weleens.

Al jaren is onenigheid over de vraag hoe je het aangevoerde water moet noemen: ‘injectiewater’, dat klinkt vriendelijker, de NAM geeft daar zelf de voorkeur aan, of ‘afvalwater’, een vergunningsplichtig goedje. Vaststaat dat in dit water veelvuldig kwik is aangetoond.

Bij het tankenpark vonden in 2017 meerdere lekkages plaats. De NAM beloofde beterschap. Dit zou nooit meer gebeuren. Onder het tankenpark kwam een ‘opvangvoorziening’ voor het zwaar vervuilde water.

Op zondag 3 maart ging het toch weer mis: ‘enkele honderden kuubs water’, bedoeld om in Borgsweer onzichtbaar in de diepte te verdwijnen, kwamen aan de oppervlakte in het kanaal van Farmsum.

Het gaat om het ‘relatief licht verontreinigd injectiewater’, meldt Vijlbrief, om vervolgens een receptenlijst te geven die nauwelijks geruststelt: vervuild met ‘zout, metalen, koolwaterstoffen (zoals benzeen, tolueen) en andere stoffen’.

Ook stroomden ‘mijnbouwhulpstoffen’ door de dorpskern van Farmsum, zij het in een kleine hoeveelheid. Het Openbaar Ministerie wees er eerder op dat onduidelijk is welke mijnbouwhulpstoffen in het NAM-water zitten.

De lekkage vond plaats op een zondagavond. Pas de daaropvolgende maandagmiddag maakte de regionale omroep RTV Noord het nieuws wereldkundig.

‘De doofpot hè’, zegt Klaas Drent in de deuropening van zijn huis aan het afwateringskanaal. ‘Met aardbevingen was er de eerste twaalf jaar ook niets aan de hand.’ Sanering? Hij gebaart naar de kust. Het afwateringskanaal komt uit op de Waddenzee. ‘De stroming is sterk.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next