Home

Boze wethouders in Utrecht, en een das voor Mark Rutte

In de Jaarbeurs in Utrecht, vrijdagmiddag, zitten zo’n driehonderd lokale bestuurders bij elkaar. De meeste zijn wethouder van Financiën, er zijn ook burgemeesters. Bijna allemaal mannen. Ze dragen bijna allemaal hetzelfde soort jasje, overhemd, schoenen. Als ze een baard hebben: kort getrimd. Ze zijn állemaal wit, en onderling spreken ze hun eigen, onbegrijpelijke taal. Verspreid over vijf zaaltjes hebben ze het over de ‘opschalingskorting’, de ‘SPUKS’ en de ‘BUIG’, de ‘trap-op-trap-af-systematiek’.

De sfeer is zorgelijk, bijna opstandig. De coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB legt de gemeenten een ‘efficiency-korting’ op van 638 miljoen euro. Die komt bovenop de jaarlijkse korting van 3 miljard die Rutte IV achterlaat, vanaf 2026. In wethoudersjargon is dat het ‘het ravijnjaar’. „Diefstal”, roept een wethouder. Iemand anders zegt dat hij te horen krijgt: sluit je zwembad maar. „Maar dan moet je er nog wel een hébben.”

En toch: er komt geen opstand, dat is wel zeker. VVD-wethouder Stephanie Onclin uit de gemeente Zaanstad pleit ’s middags in de grote zaal voor een „escalatiestrategie” en een „mediaoffensief”, haar motie heet Luid de Noodklok. Maar ze krijgt er geen meerderheid voor. „Lokale bestuurders”, zegt ze als ik haar de volgende dag tegenkom op het VVD-congres in Nieuwegein, „vinden het niet fijn om ruzie te maken. Het past bij ons om compromissen te sluiten.” Maar ten koste van wat? „Ik heb deze week moeten beslissen dat Krommenie geen nieuwe sporthal krijgt. En Krommenie heeft die sporthal echt nodig.”

In de Jaarbeurs komt Mark Rutte de burgemeesters en wethouders toespreken en iedereen moet lachen als hij zegt dat hij „nog niet zo lang geleden” minister-president „mocht worden”. Hij lacht zelf ook en zegt: „Ja, het is bijna ondemocratisch lang aan het worden, hè.” Na een paar minuten lijkt hij te beseffen hoe netjes het publiek eruit ziet en hoeveel knoopjes van zijn overhemd hijzelf open heeft staan: drie. Hij grijpt ze vast en duwt ze tegen elkaar aan, maar dat helpt niet.

Rutte zegt dat hij in 2010 niets had veranderd aan het Torentje, de meubels van Jan Peter Balkenende waren nog goed. Maar het portret van Thorbecke dat Balkenende, denkt Rutte, had laten weghalen, had híj weer opgehangen. Thorbecke geldt als de bedenker van onze parlementaire democratie en voor hem, zegt Rutte, waren het Rijk, de provincies en de gemeenten met z’n allen „de staat”. „Er was zeker géén ondergeschikte rol voor het lokaal bestuur.”

Bij de borrel hebben de lokale bestuurders er later cynisch commentaar op: alsof zíj de bezuinigingen hebben bedacht. Maar in de zaal krijgt Rutte vragen als ‘wat was het meest memorabele moment in uw premierschap?’. Er is zelfs een toespraakje voorbereid om hem te bedanken voor de jarenlange samenwerking. In een livesessie op Instagram zei Rutte vorige week dat hij afscheidsfeestjes „haat”, in de Jaarbeurs lijkt niemand dat te weten.

Hij krijgt ook nog een cadeau: een blauwe das.

Source: NRC

Previous

Next